Mijn nieuwe zien

De eerste maanden na de diagnose macula-degeneratie was ik ontredderd. Mijn wereld stond op zijn kop. Had ik tot dan toe goed kunnen zien, in één klap was dat voorbij. Ik had geen idee hoe ik ermee om moest gaan, geen idee wat me te wachten stond. Ik voelde me een immigrant in een land waarvan ik de taal niet sprak.

Ik ben op zoek gegaan naar hulp en kwam uit bij Visio, het expertisecentrum voor blinde en slechtziende mensen. De optometrist adviseerde me een aantal hulpmiddelen waardoor o.a. het lezen makkelijker werd en ik mijn favoriete hobby: tennissen kon blijven doen. Bij de maatschappelijk werker kon ik mijn verhaal kwijt. Vrienden leefden met me mee.

Langzaamaan ben ik gewend geraakt aan mijn ‘nieuwe’ zien. Mijn herinnering aan met twee ogen goed kunnen kijken is steeds meer op de achtergrond geraakt. Ik heb gerouwd om wat ik verloren heb en ben blij met wat er nog is. Mijn nieuwe zien is mijn nieuwe zijn geworden.

Natuurlijk had ik deze oogziekte liever niet gehad, maar nu ik hem toch heb probeer ik er het beste van te maken. Ik kan me nog goed redden en probeer niet te ver vooruit te kijken. Trouwens, dat kunnen mijn ogen ook niet meer.

Dit is het 4e en laatste blog in de serie De maand van de macula
3e blog: Spiegels van mijn ziel
2e blog: Ik zie ik zie wat jij niet ziet
1e blog: In het hart, uit het zicht

Spiegels van mijn ziel

In mijn oog? Een injectie in mijn oog? Verbijsterd kijk ik de oogarts aan. Ja, zegt ze rustig, dat is het enige dat helpt bij natte* maculadegeneratie. Ik onderdruk de neiging om de spreekkamer uit te rennen. De oogarts legt me uit hoe zo’n injectie in zijn werk gaat. ‘Uw oog wordt met druppels verdoofd en met een hele dunne naald wordt de medicatie in uw oog gespoten. U voelt er vrijwel niets van, u ervaart misschien alleen wat druk in uw oog’.

Een week later krijg ik de eerste prik. De nacht ervoor heb ik niet geslapen van de spanning. Gelukkig word ik in het ziekenhuis goed opgevangen en wordt stap voor stap uitgelegd wat er gaat gebeuren. Dat stelt me gerust. En inderdaad, het valt mee. Toch ben ik na afloop doodmoe en kruip ik thuis gelijk in bed. Het viel dan wel mee, maar dat neemt niet weg dat mijn oog de laatste plek is waar ik een injectie in wil krijgen. Het komt letterlijk te dichtbij. Als mijn ogen de spiegels van mijn ziel zijn, dan is een prik in mijn oog een prik in mijn ziel.

Inmiddels ben ik achttien injecties verder, lig ik de nacht van te voren niet meer wakker, ga ik na afloop nog steeds naar bed en verwent mijn partner me de hele dag met kopjes thee met wat lekkers. Ik weet nu dat een ooginjectie went, alleen mijn ziel denkt daar nog anders over.