Waarom?

Ik ben op een feestje en praat bij met een kennis. Tegenover me aan de picknicktafel zit haar zoon, jaar of 17-18 schat ik, we kennen elkaar niet. Ik plaag hem wat, hij kan het wel waarderen. Al snel staat hij op om te gaan volleyballen. Een tijdje later sta ik een wijntje in te schenken als hij naar me toekomt. Mag ik je wat vragen, zegt hij, waarom is jouw ene brillenglas donkerder dan de andere? Ik leg het uit en hij knikt begripvol.

afbeelding:
bril met één donkerder glas

Jeetje wat goed dat hij dit vraagt, denk ik als hij weer weg is. Het glas voor mijn oog met maculadegeneratie is donkerder dan het andere glas. Als ik mezelf terug zie op een foto vind ik het heel opvallend. Ik zie mensen er wel naar kijken, maar zelden vragen ze er naar. Dat voelt wel eens ongemakkelijk. Een grappige uitzondering was de keer dat een mij onbekende man me vroeg of ik wel wist dat ik een brillenglas verloren was. Ik had volgens hem maar één donker glas in plaats van twee. We konden er samen hartelijk om lachen.

Het gemak waarmee deze jonge knul het me vraagt ontroert me. We hebben maar even contact gehad, maar dat is voor hem voldoende om de vraag te stellen. Zo makkelijk kan het zijn.

Hittebestendig

De temperatuur klimt langzaam naar de 28 °C. In de schaduw. Ik blijf vandaag binnen, want buiten is het niet te doen. Gelukkig hoef ik nergens heen. De hond wil niet wandelen, de poezen liggen ergens in de bosjes te koelen. De vogels zwijgen, de schapen slapen onder een boom.

De enige mensen die de hitte trotseren zijn de werkers op de kerktoren. De hoogste en warmste plek van het dorp. Ze hakken en slijpen de voegen eruit, zodat de toren straks, nieuw gevoegd, weer eeuwen voort kan. Zo zorgen ze ervoor dat ons middeleeuwse kerkje behouden blijft.

Als ik een petje op had, zou ik die voor ze afnemen. Maar ik heb geen petje op want ik ga vandaag niet naar buiten. Dus hierbij een digitaal petje af voor de hittebestendige werkers op de kerktoren.

Schapenverdriet

De afgelopen weken woonde ik naast een schapencrèche met vijf moeders en elf kinderen. Ik genoot van de dartele sprongen die het grut maakte en van de moeders die ingrepen als ze te opdringerig waren, vooral rond etenstijd. Er werd geblaat en gemekkerd, want ook dat moesten ze leren. Ze deden hardloopwedstrijden langs het hek van de tuin en vergrepen zich aan mijn aalbessenstruik. Dat was minder leuk, geen aalbessen met ijs dit jaar.

Tot vanochtend, toen er opeens geen schapenkind meer te zien of te horen was. Alleen de vijf moeders, die stonden nog op het veld. Ze maakten lawaai voor tien, roepend om hun grutjes, waar ze zoveel van hielden. De hele ochtend stonden ze hartverscheurend te blèren tot hun gejammer langzaam uitdoofde, ze hun kop lieten hangen en het stil werd, veel te stil.

De kinderen zijn spoorloos. Ik vrees het ergste.

Piramide

Vandaag begint in Groningen het leukste festival van Nederland: Terug naar het begin. Een weekend lang muziek, theater en kunst, in de openlucht en in eeuwenoude kerkjes. Vanochtend kom ik tijdens de wandeling met de hond gelijk kunst tegen. Vlak langs de weg staat een piramide, althans dat staat op het bordje. Een driehoekige spits toelopende paal. Op de paal zijn meerdere lagen klei te zien. Zo ziet de bodem er hier uit, in ieder geval de bovenste 2.30 meter.

Zoals bekend is hier in Groningen nogal wat te doen rond de bodem. En dan bedoel ik de bodem op 3 kilometer diepte, waar naar gas geboord werd. Mijn eerste gedachte bij dit kunstwerk is dan ook: oh, wat goed, ze besteden aandacht aan de gaswinning en wat dat ondergronds (en bovengronds) betekent. Ik loop om de paal heen in de verwachting dat er scheuren op te zien zijn. Helaas, geen scheur te bekennen.

Even overweeg ik thuis een stift op te halen om de scheur er zelf bij te tekenen. Maar van kunst moet je afblijven, daarom heb ik de scheur maar op de foto getekend, zodat de piramide toch nog een ode brengt aan de Groninger klei die het ook allemaal maar heeft moeten verdragen.

En nu op naar Terug naar het Begin.

Vijf kikkers

In onze tuin ligt een vijver. Elke dag loopt huisgenoot M. er een rondje omheen, op zoek naar kikkers. Elke dag is ze teleurgesteld: geen kikkers dit jaar. Tot vanochtend, toen ik opeens een luide kreet hoorde: “Ik zie kikkers, ik zie kikkers, één grote en vier kleintjes”. Ik rende naar buiten.

Samen stonden we over de vijver gebogen. “Waar dan?”, vroeg ik. Kijk daar, die groene. “Volgens mij is dat een blad”. Nee, kijk dan hij beweegt. “Dat komt door de wind, het is echt geen kikker”. Zo ging het nog even door tot ik alle vijf de kikkers in bladeren had veranderd.

Ik snap alle ophef over die kikker die in een prins veranderde echt niet.