Zielsalleen

Sinds kort ben ik lid van een patiëntenvereniging. Nu ik chronisch oogpatiënt ben leek me dat een goeie stap. Als welkom ontving ik een uitgebreid informatiepakket én een telefoontje van het belteam. Ik was blij verrast met deze persoonlijke aanpak, nu kon ik al mijn vragen kwijt en kon ik gelijk kennismaken met een lotgenoot.

Het was een prettig gesprek tot ik vertelde dat ik nog 60% (vervormd) zicht heb in mijn zieke oog. ‘Zóvéél!, maar dan bent u helemaal niet slechtziend’ was de reactie. Ik schrok en voelde me als een kind dat betrapt wordt op een leugen. Is wat ik heb te onbeduidend om me oogpatiënt te mogen noemen? Moest ik me schamen? Toen ik vervolgens de vraag ‘kunt u nog autorijden’ bevestigend beantwoordde, was mijn afgang compleet.

Als troost was ik toch welkom bij de club, want ‘elk lid is er één’. Ik heb bedankt. Nu zit ik hier zielsalleen met mijn zieke oog onder de arm. Voorlopig moeten we het samen zien te redden.

Kabouterkruiwagen

Vanochtend trof ik dit tafereel aan in mijn tuin. Een omgevallen stoel en een kabouterkruiwagen. Ik had al een tijdje het vermoeden dat er kabouters in de tuin waren, maar nu weet ik het zeker. Kabouters staan bekend om hun voorliefde voor verse bamboe, geplukt bij zonsopgang. Onze tuin staat er vol mee.

Zo te zien is de kabouter ergens van geschrokken en op de vlucht geslagen. Misschien door de reiger die op weg was naar de vijver voor een lekker visje. Of de pauw van de buren die met opgestoken staart angstaanjagend indrukwekkend door de tuin kan schrijden.

Morgen sta ik vroeg op en verjaag ik de reiger en de pauw. Daarna breek ik wat verse bamboe af, leg die in het kruiwagentje en schrijf een briefje voor de kabouter.

Opti outie,
sens flare it
lamere hmmmm,
greewiefe


Voor de lezers die de kaboutertaal niet kennen, doe ik de vertaling erbij.
Lieve kabouter,
De kust is nu veilig

Eet smakelijk,
De tuinvrouwe

Uw mening telt

Omdat ik liever nog niet winkel in Stad, heb ik via een webshop 4 zomerse t-shirts gekocht. Ik kreeg er 3 geleverd, de 4e wordt nagestuurd. Eén van die 3 heb ik teruggestuurd, wegens belabberde pasvorm. Vandaag krijg ik de vraag of ik tevreden ben over hun dienstverlening. Ik geef ze een onvoldoende. Per kerende mail hun reactie: “Ook als u ontevreden bent, is uw mening van belang”.

Ja, dat lijkt me logisch, ze kunnen moeilijk zeggen: “Alleen als u tevreden bent, is uw mening van belang”. Maar waarom moeten ze benadrukken dat ook bij ontevredenheid je mening telt? Ik denk dat hier sprake is van een gevalletje zelfoverschatting. Als je zo overtuigd bent van de kwaliteit van je dienstverlening, kun je je niet voorstellen dat de klant dat niet is.

Ze willen met me in gesprek, in de hoop dat ik mijn mening aanpas. Dat doe ik graag: ik maak er een dikke vette onvoldoende van.

Een moeilijke keus

Huisgenoot M en ik zijn samen in de meubelwinkel op zoek naar een nieuwe bank. Twee banken eigenlijk, want om allebei languit te kunnen liggen hebben we er twee nodig. Na een uur rondkijken onder begeleiding van Jannes, de verkoper van dienst, hebben we onze keus gemaakt. Nu alleen de bekleding nog.

Is de keuze van een bank beperkt tot de modellen die in de winkel staan, de keuze van de bekleding is dat niet. De overdaad aan stoffen in alle kleuren en materialen doet ons duizelen. We komen er niet uit en nemen een grote stapel stalen mee naar huis. ‘Als we ze de volgende morgen maar terugbrengen’ drukt Hannes ons op het hart.

‘S avonds lijkt onze woonkamer op een stoffen bazaar. Lappen stof in alle maten, soorten, kleuren, diktes en rondingen liggen verspreid over de vloer. Terwijl wij proberen tot een besluit te komen, bouwen de hond en de kat hun eigen feestje. Ten einde raad laten we de keus maar aan hen over. Hond Benthe kiest voor een rode bank, poes Floris voor een beige. Nu maar hopen dat we er geen spijt van krijgen.

Loeren

Mijn eerste terrasje in maanden. Locatie: Poelestraat in Groningen. Het is nog best fris, maar met een heater boven me is het prima te doen. De bediening is in handen van een jonge vrouw die consequent elke nieuwe gast de handen laat ontsmetten. Over haar eigen besmettelijkheid maakt ze zich minder zorgen, haar mondkapje hangt ter hoogte van haar kin en blijft daar hangen zolang ik er zit.

Om me heen zijn alle tafeltjes bezet. Voor me zitten twee jonge vrouwen, type student, die elkaar zo te zien lang niet gezien hebben. Het weerzien is hartelijk. Ze houden zich keurig aan de anderhalve meter. Tot het gesprek steeds intiemer wordt en ze steeds dichter naar elkaar toebuigen. Hun lange haren dempen hun woorden.

Heerlijk zo’n middagje op het terras. Wat heb ik het loeren naar mensen gemist de afgelopen maanden.

Voor Renie