Gekneusd en geschaafd

Ik fiets over de Grote Markt in Groningen en opeens lig ik op de grond. Onderuitgereden door een fietser die van rechts komt. Ik bont en blauw, hij geen schammetje. In de chaos van lopende, fietsende, in de weg staande en patatetende mensen heb ik hem niet zien aankomen. Hij mij duidelijk ook niet.

Hij stopt en vraagt hoe het met me gaat. Ik, in shock, heb er geen antwoord op, ben vooral blij dat ik nog leef. Twee vrouwen helpen me overeind, waarna ik gelijk door mijn rechterbeen zak. Die heeft de klap opgevangen en protesteert heftig. Strompelend hijs ik mezelf weer op de fiets, ik wil naar huis.

In de dagen die volgen verschiet ik van kleur. Op een knie verschijnt behalve een schaafwond ook een blauwzwarte bloeduitstorting, op een heup overheersen donkerpaars en rood met een zwelling. Maar dit is nog niets vergeleken met een elleboog waar rood, zwart, licht blauw en groen de show proberen te stelen.

Ik wist niet dat ik zoveel kleuren in me had.

Brandtourisme

Japie, je mag niet te ver het water in hoor!

Lieverd, zal ik je even insmeren?

Wat een heerlijk plekje is dit hè.

Japie, je bent te ver! Hier komen!

Lieverd, weet jij waar die rook vandaan komt?

Oh, is dat nou zo’n bosbrand.

Wat gaaf, vanaf hier kunnen we het goed zien

Zal ik bij het stalletje wat lekkers gaan halen?

Japie, waar heb jij trek in?

Op zich

“Het is op zich lekker weer” hoor ik mezelf zeggen als ik thuiskom van een wandeling met de hond. Hè, waarom zeg ik nou “op zich”? Dat voegt toch niets toe, dat het lekker weer is zegt toch genoeg? Ik raadpleeg AI (ja, ik ga met mijn tijd mee). Die vindt het een grammaticaal prima zin. Dat is fijn, maar toch bevalt de zin me niet.

Vanochtend toen ik opstond miezerde het, tijdens de wandeling druppelden de bomen nog na. Zou het kunnen dat ik daarom ‘op zich’ zei? Dat ik eigenlijk bedoelde: “het weer was goed, maar het inmiddels gestopte buitje nog voelbaar”. Of vond ik dat te veel woorden voor iets wat ik helemaal niet erg vond. Integendeel, ik genoot ervan.

Op zich zou ik hier nog uren over kunnen mijmeren, maar dat doe ik niet. Het is tijd voor de lunch en de tweede wandeling van de dag. Het is lekker weer.

In het bos

De voordeur kan niet dicht en de wc deur klemt. In de keuken hangt een gasgeiser uit het jaar nul, brandmelders ontbreken. Het afzuigsysteem in de douche zonder raam is kapot, de electriciteitsdraad bungelt los. Boven ons hoofd woont een familie marters.

De tegenstelling tussen het vakantiehuisje en de omgeving kan niet groter zijn. Het houten huisje is in slechte staat èn ligt midden in een prachtig maar kurkdroog bos. Geen gelukkige combinatie.

En toch is dit het fijnste vakantiehuisje waar we ooit geweest zijn. Want het huisje staat paradijselijk helemaal alleen tussen de bomen, met uitzicht op een vijver vol waterlelies. In de verre verte alleen de stemmen van kinderen en af en toe een blaffende hond. Verder geen huis of mens te bekennen. Wel  de groene specht, boomklever, gaai en kruisbek.

We hebben het rijk alleen, op de marters en vogels na. En mocht het mis gaan, dan springen we in de vijver.

Na de gaswinning: schade door aanrijding

We dachten: kom, laten we weer eens schade melden bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). In onze kelder zit een grote scheur en buitenom zitten meerdere kleine scheuren. Aangezien er november vorig jaar in een nabij dorp een zware aardbeving was die we goed gevoeld hebben, gingen we ervan uit dat de schades zonder problemen vergoedt zouden worden.

Vandaag ontvingen we het schaderapport. We hebben het vloekend gelezen. Het is het aloude verhaal uit de tijd van de NAM: schades worden afgewezen vanwege vochtwerking, veroudering, aanrijding, houtwerking etc. etc. Smoezen om niet te hoeven betalen. Wordt er een schade wel gehonoreerd dan zijn de berekende herstelkosten zo laag dat geen aannemer bereidt zal zijn het uit te voeren. En gelijk hebben ze.

Er is nog niets ten goede veranderd in Groningen, ondanks alle mooie voornemens van het IMG om de schadeafhandeling : “milder, menselijker en makkelijker te maken”.
We worden nog steeds geschoffeerd.

Het enige waar we om kunnen lachen is de door een ‘aanrijding’ veroorzaakte scheur.
Citaat uit het rapport: “Mechanische schade aan een bouwelement ontstaan door krassen of het met kracht aanstoten of aanrijden van het element.”. Deze scheur bevindt zich vlak onder de dakgoot, waar alleen een vliegende auto bij kan komen. Kennelijk gaat het IMG ervan uit dat zulke auto’s bestaan.

Dat zegt genoeg.