Het gevecht

Deze week was ik een dagje op pad, met de trein naar het verre Rotterdam. Ik had er een goede reden voor, de Rubens tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen liep op zijn einde en ik was er nog niet geweest. Niet dat ik vaak naar een tentoonstelling ga, maar deze wilde ik niet missen.

Ooit hing er boven de zwartleren bank in mijn ouderlijk huis een donker, bijna zwart schilderij. Als je goed keek, maar dan moest je echt heel goed kijken, zag je wat er zich op afspeelde. Binnen de lijst vond een gevecht plaats op leven en dood. Soldaten te paard werden aangevallen door leeuwen en tijgers, bloed spoot in het rond, speren doorkliefden de woedende dieren.

Ik had aan één keer echt heel goed kijken genoeg. Buiten de lijst werd er door mijn ouders over geruzied of het een echte Rubens was, maar niemand wist het zeker. Om verder bloedvergieten te voorkomen hebben ze het nooit uitgezocht.

20190110_183819
Schets van Rubens in museum Boijmans

Op de tentoonstelling hing een schets van ‘Jachtpartij op tijgers, leeuwen en luipaarden’. Dat was hem, ons schilderij in een prille versie. Rubens moest nog heel wat schetsen maken voor het hem heftig genoeg was. Ons schilderij blijkt niet de definitieve versie, want dat hangt in Rennes, ons schilderij is een namaak. Bloederig genoeg, dat weer wel.

 

 

De eerste keer

Benthe weet eerst niet wat ze ermee aan moet. Voorzichtig zet ze een pootje op de grond, schrikt en deinst terug. Ik trek een warme jas aan en loop voor haar uit naar buiten. Nu durft ze wel. Ze kijkt naar boven, er valt iets op haar kop, maar het is geen regen, het voelt anders.

20181216_100927

Op hoge poten loopt ze door de tuin, haar neus maakt overuren. Opeens heeft ze het door, het is zacht en koud en je kunt er heerlijk in rennen en glijden. Rondje na rondje rent ze, ze is niet moe te krijgen.

Ze wil de hele dag niet meer naar binnen, zelfs niet om te eten. Vandaag heeft ze genoeg aan sneeuw.

Hoe móet dat nou?

Je hoopt dat het niet meer gebeurt, en dan gebeurt het toch. De allerlaatste opdracht van de schrijfcursus doet je steigeren, alwéér een spannend verhaal schrijven…

horse-3814350_1280Je weet natuurlijk wel dat schrijven een echt vak is, van ploeteren, zweten, uitgummen en opnieuw beginnen. Als je geluk hebt, heb je ook nog een beetje talent, maar waar je echt niet zonder kan, is inspiratie. Ergens moet een snaartje gaan trillen, een idee opborrelen, een gedachte het levenslicht zien. Er moet iets in beweging gezet worden, liefst al in de eerste zin. Maar wat nu als er in de schrijver zelf niets beweegt, als elk probeerwoord op het vel onverbiddelijk afgekeurd en weggestuurd wordt, van het papier verbannen, het zwijgen opgelegd.

Wat moet je dan? Dan lees je je aantekeningen van de schrijfcursus nog maar eens door, op zoek naar inspiratietips. Nergens te vinden, daar kom je niet verder mee. De zware zwerfkei die je woordenstroom blokkeert, blijft liggen waar ie ligt.

Wat doe je dan? Dan zucht je diep, drinkt een glaasje wijn, gooit hout op het vuur en knabbelt aan een nootje. En opeens reikt je hand naar je tablet en schrijf je: ‘Hoe móet dat nou’? En die woorden blijken bevrijdwoorden te zijn, er volgen er meer, je hersens worden wakker, de wijnfles leger. Je schrijft jezelf uit het vacuüm, net zolang tot je zeker weet dat een spannend verhaal schrijven niet jouw ding is.

‘Hoe dat nou móet’? Nou gewoon, nooit meer doen.

 

 

 

 

 

 

Zusje

Ik sta in de plaatselijke supermarkt bij de kopieermachine. Naast mij komt een jonge knul staan. “Mijn zusje hangt hier nog”, zegt hij tegen me en wijst op een roze geboortekaartje op het prikbord. Ik tuur naar de kleine lettertjes op het kaartje en zie dat het er al vanaf april hangt. ‘Je zusje is al een half jaar’. “Ja”, zegt hij, “ze halen het kaartje maar niet weg, ze laten het gewoon hangen”. ‘Misschien kun je het zelf weghalen’, opper ik. De jongen aarzelt even en haalt dan het kaartje, met punaise en al, van het prikbord en stopt het in zijn zak. Hij loopt de winkel uit en ik ga door met kopiëren.

20181113_123538_resizedAls ik klaar ben, ontdek ik dat hij zijn boodschappenlijstje heeft laten liggen. Hij was nog niet klaar met boodschappen doen, maar het belangrijkste had hij al wel gekocht:
luiers voor zijn zusje.