Met spijt in het hart richt ik mij tot u

Met deze woorden opent Willem Alexander zijn videoboodschap aan het Nederlandse volk. Naast hem op de bank Máxima, van de dochters geen spoor. Behalve spijt in het hart blijkt hij ook pijn te hebben. Waar zegt hij er niet bij. Ik vind het sneu voor de man, maar eigenlijk is dit niet wat ik van hem horen wil.

Ik wil horen dat het hem spijt dat hij zo egoïstisch is geweest om, ondanks de coronabeperkingen, gewoon op vakantie te gaan. Dat hij snapt dat hij ons, gewone stervelingen, daarmee geschoffeerd heeft. Dat, terwijl duizenden Nederlanders in de financiële problemen zitten door de pandemie, hij van onze belastingcenten in Griekenland aan de ouzo is gegaan en dat hij dat NOOIT, maar dan ook NOOIT had mogen doen. Ik wil schaamte zien, schuldgevoel en emotie, met liefst een traan op de wang. Door het stof moet hij gaan, op zijn knieën smeken om weer in genade aangenomen te worden.

Niets van dat al. Als een slechte acteur leest hij koude, nietszeggende woorden voor, geschreven door Rutte vermoed ik. Máxima zit er stijfjes bij en weet niet zo goed waar ze kijken moet, naar ons of naar haar echtgenoot. Ook bij haar geen schaamte, geen traan.

Jammer dat ze ons deze wanvertoning niet bespaard hebben door lekker in Griekenland te blijven. Ik heb mijn hoop nu gevestigd op hun volgende vakantie: met de hele familie skiën in Lech.

Lege accu

Voor de tweede dag op rij lig ik op de bank, dekentje over me heen, houtkacheltje aan. Buiten waait een schrale wind. Ik amuseer me met muziek luisteren, nog niet gelezen tijdschriften doorkijken en mijn PC opschonen. Huisgenoot M. voorziet me van chocoladecroissants en kopjes thee.

Ik ben een bezig mens, altijd wat te redderen, altijd een project onder handen, altijd wel een plan. Tot mijn accu plotsklap leeg is en dan is de enige remedie: op de bank. Elke keer neem ik me voor het niet meer zo ver te laten komen. En elke keer komt het wel weer zo ver.

Want twee dagen op de bank onder een dekentje is niets anders dan twee dagen ‘schoolziek’ zijn. Een genoegen dat ik mezelf af en toe gun. Daarom ga ik morgen weer vol aan de bak, op weg naar de volgende lege accu.

Een appel op mijn hoofd

De appelbomen in de boomgaard gaan gebukt onder een zware last. De appels boven in de boom vangen de meeste zon en groeien daardoor het hardst. Takken buigen vervaarlijk diep door, maar niet diep genoeg om de appels vanaf de grond te kunnen plukken. Ook met een trap kom ik er niet bij. De enige manier om ze uit de boom te krijgen is door te schudden.

Voor de appels is dat een beetje sneu, de blauwe plekken zijn niet te tellen. Soms is de klap met de grond zo hard dat ze open barsten. Dan is hond Benthe er als de kippen bij om ze op te eten. Ook voor mij is het best sneu, want veel appels kiezen mijn hoofd als landingsplek. Gevolg: ook ik zit onder de blauwe plekken.

Gelukkig kun je van gekneusde appels nog steeds heerlijke appelsap maken. En mijn hoofd? Ach, die heeft tijd genoeg om te herstellen. De volgende oogst is pas weer over een jaar.

Lef en liefde

“Pap, wat vind je ervan als we samen een film maken waarin jij keer op keer doodgaat tot je echt dood bent?”

Met die vraag van dochter Kirsten, filmmaakster en het antwoord van haar beginnend demente vader Dick (Ja, goed idee!) begint de gewaagde documentaire ‘Dick Johnson is dead’. Spelen met de dood, stuntmannen inhuren om vader van de trap te laten vallen tot en met het in scene zetten van zijn begrafenis, je moet het maar durven. Vader en dochter durven het.

Vaders worsteling met zijn ziekte, dochters angst om hem kwijt te raken en dat opgediend met (zwarte) humor, momenten van intense nabijheid, een kijkje in de hemel, zang & dans en liefde, heel veel liefde raken me in mijn hart. Wat een lef om deze film te maken en wat troostend om je zo samen voor te kunnen bereiden op het onvermijdelijke einde.

‘Dick Johnson is Dead’ is te zien op Netflix.

Voor mijn vader