Kwijt

Ik lig op een bed in het ziekenhuis. Geen idee hoe ik daar gekomen ben en wat er aan de hand is. Aan het voeteneind zit een vrouw in het wit. Ze praat tegen me, maar ik onthou niet wat ze zegt. Waar ben ik, vraag ik keer op keer, wat is er met me? Haar antwoorden verdwijnen in de mist in mijn hoofd. Ik ben bang en in de war.

Pas uren later snap ik wat er gebeurd is. Ik heb acuut geheugenverlies gehad (TGA). Zomaar, zonder aanleiding, kan iedereen overkomen, gaat vanzelf weer over. Ik weet niets van de ambulance die me naar de spoed bracht, niets van de onderzoeken die ze gedaan hebben, niets van de uren tijdens en vóór mijn verdwijnen.

Want zo voelt het, ik was verdwenen, mezelf kwijt, niemand thuis. Mijn lichaam was er, maar mijn geest niet. Nog nooit ben ik zo ontredderd geweest. Met de hulp van dierbaren die niet van mijn zijde weken, heb ik mezelf weer teruggevonden.

Dezelfde Ingrid, maar nog wel wat moe.

Voor C, W, M, S, D, R, I en F

Slap of stevig

Ik ben van de stevige desemboterhammen en toch eet ik nu wit brood. Niet omdat ik dat ook wel eens lekker vind, maar omdat het moet. Gelukkig maar tijdelijk en om een goede reden, maar ik heb er wel moeite mee. De boterhammen zijn slap en zo wit dat het bijna verblindend is. Ik vind ze smakeloos en na een dag zijn ze al oud. Tot zover de recensie.

Geef mij maar een stevig brood vol vezels, waar je je tanden in kan zetten. Waar je moeite voor moet doen en lang op moet kauwen. Brood dat zegt: hier ben ik, doe maar moeite, verover me maar.

Nog één dag te gaan, daarna ga ik de strijd weer aan.

Gobbeln

Als onderdeel van mijn inburgeringsproces heb ik me aangesloten bij een groep begraafplaatsvrijwilligers. Ze onderhouden al jaren de oude graven. Onkruid en mos verwijderen, de paden schoffelen, af en toe wat schilderwerk en veel koffie drinken. Het voldoet aan mijn behoefte om buiten te zijn en met mijn handen te werken.

Een bijeffect is dat het goed is voor mijn Gronings. Want oh oh oh, onder elkaar praten ze het liefst hun moederstaal en dan rap, heel rap. Soms hang ik hijgend in de touwen, soms kan ik het in grote lijnen aardig volgen. Zo heb ik vanochtend het woord ‘gobbeln’ geleerd. Dat betekent: je koffiekopje zo bewegen dat de koffie gaat golven.

Wat het nut daarvan is is me ontgaan. Maar dat maakt niet uit. Elk nieuw woord maakt me meer Groninger.

Heimwee

Ik voel me de laatste tijd wat melancholiek, kan mijn draai niet vinden en zit veel voor me uit te staren. Dat de zon schijnt en de lente nu echt aan het doorbreken is verandert daar niets aan. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar ik kom tot niets. Behalve tennissen en met de hond lopen.

Tijdens het wandelen mijmer ik over de afgelopen maanden en denk ik terug aan een jaar geleden toen we in onze nieuwe huis kwamen wonen. Over 29 dagen wonen we hier precies een jaar. Wat betekent dat we een jaar geleden nog in ons vorige huis woonden en daar de voor ons laatste lente meemaakten. Het afscheid nemen was moeilijk, we woonden er zo prachtig en toch moesten we er weg.

Ook al vertel ik iedereen dat het goed is zo, dat ik gewend ben aan onze nieuwe stek en blij ben dat we de stap gezet hebben. Als ik goed naar mezelf luister zegt een stemmetje in mij wat anders: “je bent er helemaal niet blij mee, je mist de grote tuin en de weidsheid van het landschap en de poezen en de stilte en …”

Ik wil terug, maar weet dat dat niet kan. En dat maakt me melancholiek. Veel wandelen dus maar de komende 29 dagen.

Lente