Teun neemt de pootjes

De kittens Roos en Teun zijn inmiddels 6 maanden oud en allebei ‘geholpen’. Dat betekent dat ze nu naar buiten mogen. Maar eerst nog even samen met de baas de tuin verkennen. Voor de zekerheid met een tuigje om en aan de lijn. En algauw zonder lijn en zonder tuig. En tenslotte zonder baas.

Teun

Als het begint te schemeren worden ze met brokjes naar binnen gelokt, ze zijn nog te jong om het nachtleven in te gaan. Want daar sluipen grote woeste katers rond die dol zijn op schattige kittens. Eerst nog maar wat groter groeien, zeggen de baasjes. Roos en Teun leggen zich er morrend bij neer.

Tot de avond waarop Teun in geen velden of wegen te bekennen is. Eerst halen de baasjes nog hun schouders op: ‘ach, hij zal zo wel komen’. Maar de tijd verstrijkt, geen Teun. Toch maar een rondje door het dorp doen, toch maar in de dorpsapp melden dat hij kwijt is, toch maar visoenen krijgen van een kattenlijkje langs de weg.

En dan is het bedtijd en laat een van de baasjes de hond nog even uit en roept zachtjes ‘poes, poes, poes’ door het stille dorp. Je weet maar nooit. Bijna thuis klinkt er opeens een zacht gepruttel in de bosjes, hond Benthe reageert enthousiast en daar springt Teun tevoorschijn. Ongehavend, hongerig en zich van geen kwaad bewust.

Voorlopig heeft Teun nachtarrest, want de baasjes kunnen meer van dit soort avonturen niet aan.

Mijn nieuwe zien

De eerste maanden na de diagnose macula-degeneratie was ik ontredderd. Mijn wereld stond op zijn kop. Had ik tot dan toe goed kunnen zien, in één klap was dat voorbij. Ik had geen idee hoe ik ermee om moest gaan, geen idee wat me te wachten stond. Ik voelde me een immigrant in een land waarvan ik de taal niet sprak.

Ik ben op zoek gegaan naar hulp en kwam uit bij Visio, het expertisecentrum voor blinde en slechtziende mensen. De optometrist adviseerde me een aantal hulpmiddelen waardoor o.a. het lezen makkelijker werd en ik mijn favoriete hobby: tennissen kon blijven doen. Bij de maatschappelijk werker kon ik mijn verhaal kwijt. Vrienden leefden met me mee.

Langzaamaan ben ik gewend geraakt aan mijn ‘nieuwe’ zien. Mijn herinnering aan met twee ogen goed kunnen kijken is steeds meer op de achtergrond geraakt. Ik heb gerouwd om wat ik verloren heb en ben blij met wat er nog is. Mijn nieuwe zien is mijn nieuwe zijn geworden.

Natuurlijk had ik deze oogziekte liever niet gehad, maar nu ik hem toch heb probeer ik er het beste van te maken. Ik kan me nog goed redden en probeer niet te ver vooruit te kijken. Trouwens, dat kunnen mijn ogen ook niet meer.

Dit is het 4e en laatste blog in de serie De maand van de macula
3e blog: Spiegels van mijn ziel
2e blog: Ik zie ik zie wat jij niet ziet
1e blog: In het hart, uit het zicht

Lees ook eerder verschenen blogs over mijn oogprobleem
Het zekere voor het onzekere nemen 12-04-2021
Pech 22-1-2021
Rollator 4-1-2021
Dronken 9-12-2020

Benthe verzoent zich

Begin mei kwamen de kittens Teun en Roos bij ons wonen. Acht weken oud en zo schattig als maar kan. Dat vond iedereen, behalve hond Benthe die haar huis opeens moest delen met twee concurrenten. De baasjes hadden er hun handen vol aan. De kittens in de ene kamer, de hond in de rest van het huis. Vooral niet vergeten de deuren dicht te doen.

Geurlapjes gingen heen en weer, door een kiertje van de deur mochten ze af en toe aan elkaar ruiken. Benthe aan de lijn, de poesjes niet. Die moesten kunnen vluchten. Naar elkaar kijken door een glazen deur, Benthe wist niet hoe ze het had. Blaffend en tegen het raam opspringend gaf ze te kennen dat die mormels het huis uit moesten.

De baasjes hielden vol, al zonk de moed ze soms in de schoenen. De poesjes kregen meer ruimte, ze mochten nu ook in de gang en de trap op naar boven. Benthe zag het met lede ogen aan. Al vond ze al die stukjes worst die ze kreeg als ze niet blafte en niet tegen het raam opsprong wel erg lekker. Méér, méér, méér.

De baasjes lieten Benthe in één kamer met de kittens. Aan de lijn dat wel. Benthe vond het spannend en deinsde terug. Maar toch was er ook iets anders te zien. Ze wou naar ze toe, ze wou aan ze ruiken. Maar deed dat zo wild, dat ze de kans niet kreeg. De poesjes vluchtten weg.

Benthe bedacht een list. Op een moment van onoplettendheid van de baasjes glipte ze de kamer van de kittens in en begon ze te besnuffelen en te likken. De beestjes lieten het toe. En de toegesnelde baasjes zagen dat het goed was.

Sindsdien staan alle deuren in huis open. Behalve de buitendeuren, want eerst moeten Teun en Roos nog ‘geholpen’ worden. Maar dat weten ze nog niet.

Spiegels van mijn ziel

In mijn oog? Een injectie in mijn oog? Verbijsterd kijk ik de oogarts aan. Ja, zegt ze rustig, dat is het enige dat helpt bij natte* maculadegeneratie. Ik onderdruk de neiging om de spreekkamer uit te rennen. De oogarts legt me uit hoe zo’n injectie in zijn werk gaat. ‘Uw oog wordt met druppels verdoofd en met een hele dunne naald wordt de medicatie in uw oog gespoten. U voelt er vrijwel niets van, u ervaart misschien alleen wat druk in uw oog’.

Een week later krijg ik de eerste prik. De nacht ervoor heb ik niet geslapen van de spanning. Gelukkig word ik in het ziekenhuis goed opgevangen en wordt stap voor stap uitgelegd wat er gaat gebeuren. Dat stelt me gerust. En inderdaad, het valt mee. Toch ben ik na afloop doodmoe en kruip ik thuis gelijk in bed. Het viel dan wel mee, maar dat neemt niet weg dat mijn oog de laatste plek is waar ik een injectie in wil krijgen. Het komt letterlijk te dichtbij. Als mijn ogen de spiegels van mijn ziel zijn, dan is een prik in mijn oog een prik in mijn ziel.

Inmiddels ben ik achttien injecties verder, lig ik de nacht van te voren niet meer wakker, ga ik na afloop nog steeds naar bed en verwent mijn partner me de hele dag met kopjes thee met wat lekkers. Ik weet nu dat een ooginjectie went, alleen mijn ziel denkt daar nog anders over.