Mooiste plekje

Nee, ik ga niet naar Frankrijk, Spanje of Portugal. Ik ga me niet verdiepen in PCRtests, vaccinatiebewijzen, quarantaineregels of QR-codes. Ja, ik ben gevaccineerd dus ik mag het land uit. Maar nee, ik doe het niet, ik blijf hier. En hou vakantie op het mooiste plekje van Nederland. En nee, ik verklap niet waar dat is.

Fijne zomer en tot later.

Fakeschrijvers

Ik kreeg een uitnodiging van mijn favoriete schrijfjuf. Of ik mee wou doen aan een schrijfgroep voor gevorderden. Ja, juichte mijn buik, dat wil ik! Ik was niet de enige die ze gevraagd had. Er waren vijf gegadigden voor twee plekken. We moesten allemaal een motivatie schrijven. Ik schreef er twee, in de hoop dat dat mijn kansen verdubbelde.

Het mocht niet baten, ik liep een blauwtje. Even voelde ik me een loser, een prutschrijver, een pseudoblogger. Tot ik bedacht: maar ze heeft me wél uitgenodigd en dat betekent dat ze me goed genoeg vindt. Dat was een troost, zij het een schrale.

Ik zit nu mijn wonden te likken en mijn gekwetste ego te vertroetelen met chocolademuffins. Als die anderen er niet waren geweest, was er nu niets aan de hand. Dan kon ik hier vol trots over mijn sukses vertellen. Maar dat kan ik nu niet en dat is hún schuld. Fakeschrijvers zijn het, maar daar komt mijn juf nog wel achter. En dan komt ze met hangende pootjes terug bij mij. En dan zeg ik…

Niet meer

Een weekje Zeeland, eindelijk weer op bezoek bij mijn oude oom en tante. Zo’n bezoek bestond tot nu toe uit veel praten, af en toe wat mantelzorg geven en een beetje vakantie houden. Deze keer was het anders. Ze hebben inmiddels zoveel hulp en zorg nodig dat me het gevoel bekroop de buurtzorg in de weg te lopen. Toekijken hoe anderen zorgen en zelf niets doen maakt me tot toeschouwer. Ook een gesprek voeren met oom en tante viel niet mee, hun leefwereld en aandachtsspanne is klein geworden en hun vermoeidheid groot.

Er restte mij niets anders dan vakantie te gaan houden. Geen straf natuurlijk met al dat strand en de zee, maar het was niet waar ik voor gekomen was.
Waar ik voor kwam is er niet meer. En straks zijn zíj er ook niet meer.

Benthe’s 3e verjaardag

De baasjes hebben vanochtend voor me gezongen. Daarna kreeg ik een speciaal verjaardagsbot: runderhuid met kip eromheen. Ik mocht het zelf uit de verpakking halen, dat mag ik anders niet. Ik heb nog nooit zo’n raar bot gezien. Een bot hoort wit te zijn, deze is helemaal vergeeld. Ik doe alsof ik er blij mee ben en sleep het naar mijn mand. Ook een gegeven bot mag je niet in de bek kijken.

Mijn baasjes bedoelen het goed, ze hebben zelfs slingers opgehangen en ballonnen met een 3 erop. Ik wil ze niet teleurstellen, ze doen zo hun best. Ik heb de liefste baasjes van de wereld, maar voor mijn 4e verjaardag wil ik graag weer een gewoon bot. Niet tegen ze zeggen hoor.

Op de rand van water en land

Gisteren was ik eindelijk weer eens aan het strand. Met hond Benthe langs de vloedlijn rennen. Met blote voeten in de branding staan en voelen hoe het water zich terugtrekt van de kust. Het mengsel van zand en water kriebelt tussen mijn tenen, een gevoel dat me terugbrengt in de tijd.

Zandvoort was het strand van mijn jeugd. Schelpen verzamelen, kuilen maken, badmintonnen en zwemmen in zee. Behalve bij aflandige wind, want dan waren er kwallen. Kilometers langs de vloedlijn lopen, met de wind in mijn gezicht en het zout op mijn lippen. En dan roodverbrand weer naar huis.

Later, als volwassene, wandelde ik er vaak met mijn vader en namen we het leven door. Gesprekken die alleen gevoerd konden worden op de rand van water en land, met de wind in de rug en de blik op oneindig.

Vandaag zou hij honderd zijn geworden.