Dag Isha

Jarenlang leidde hond Isha mijn tante veilig over straat. Hij hielp haar oversteken, stopte bij elk rood stoplicht en waarschuwde haar voor fietsers en wandelaars. In huis zorgde hij dat ze niet over hem struikelde. Hij was tante’s steun en toeverlaat. Tot hij van een welverdiend pensioen mocht gaan genieten. Zijn tuig werd opgeborgen, hij was weer een gewone hond.

Maar niet voor mijn tante. Die vertroetelde en verwende hem als dank voor de vrijheid en de onafhankelijkheid die hij haar gegeven had. Dankzij zijn werk als hulphond kon zij zelfstandig de wereld in gaan. Ze waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

En nu opeens is hij er niet meer. Klinkt nooit meer het gekras van zijn nagels op de houten vloer of het leegslubberen van zijn waterbak. En zit hij s’middags nooit meer naast mijn tante, te wachten op zijn dagelijkse ‘brokje bij de thee’.

Voor H & J en I & PH

Poes Floris leest de krant

Elke ochtend leest baasje de krant met poes Floris op schoot. Meestal ligt Floris lekker te slapen, maar vandaag was hij klaarwakker. “Kaag trekt consequentie uit afkeuring” stond voorop de krant. Floris ging er eens goed voor zitten en las het hele artikel. Met kleine miauwtjes liet hij zijn goedkeuring blijken. Daarna draaide hij een paar rondjes, ging liggen, slaakte een tevreden zucht en viel in een diepe slaap.

Ze zeggen wel eens dat mensen op hun dieren gaan lijken, maar andersom gebeurt ook. Poes Floris is op zijn baasje gaan lijken. Baasje houdt niet van politici die zich niks aantrekken van moties van de Tweede Kamer (nee, baasje noemt geen namen). Baasje houdt van: zeg wat je doet en doe wat je zegt.

Floris en baasje zijn benieuwd naar de krant van morgen. Wie volgt het goede voorbeeld van Kaag?

Ongemakkelijk

In de pauze van een bijeenkomst ga ik buiten op een bankje zitten. Even genieten van het najaarszonnetje. Op het bankje zit al iemand, ik groet en ga naast haar zitten. We zwijgen tot zij begint te praten. Over het plotselinge overlijden van haar moeder, over de slechte relatie met haar vader. De tranen stromen over haar wangen, terwijl ze vertelt en vertelt alsof ze me al jaren kent.

Ik voel me er niet bij op mijn gemak, bij deze emotionele ontboezemingen van een vreemde. Het liefst zou ik dat tegen haar zeggen, maar dat is me te bot. Daar is haar verdriet te groot voor. Dus ik bied haar een luisterend oor, wetend dat over tien minuten de pauze voorbij is. Als ze tegen me zegt dat het haar opgelucht heeft om het te kunnen vertellen, weet ik dat ik het goede gedaan heb, hoe ongemakkelijk ook.

Met dank aan Bob

Benthe en ik lopen over het pad midden door de weilanden als ons een vrouw in een rode jas tegemoet komt. Om haar heen dartelt een te dik hondje op te korte pootjes. Benthe ziet het hondje wel zitten en daagt hem uit te spelen. De vrouw vraagt of ik naar Loppersum loop. Nee. Loopt u dan naar Zeerijp? Nee, ook niet. Ik loop tot die hoek daar en dan weer terug.

Ze vraagt of ze mee mag lopen. Althans dat denk ik, want haar woorden stromen zo snel als een beekje in een Zwitserse alpenweide, in het voorjaar als de sneeuw hogerop smelt. Al murmelend vergezelt ze me naar de hoek. Ondertussen vraag ik me af hoe ik weer van haar af kom.

Bob, haar hondje, biedt uitkomst. Moe van het spelen met Benthe, die met zijn lange poten niet bij te houden is, loopt het beestje hijgend vlak achter mijn hielen. Ik vermoed dat hij even rust zoekt, rust van zijn ratelende baasje. Dat zint de vrouw niet, ze blijft stilstaan, roept Bob bij zich en loopt terug. Met dank aan Bob loop ik in stilte naar de hoek en stiekem nog een stukje verder.