Mieperdepiep

Het was liefde op het eerste gezicht. Twaalf weken oud, een zijdezachte velletje, prachtig gestreept en oogjes om in te verdrinken. Miep heet ze.

Miep3 (2)Ze klom op mijn schoot alsof ze op me gewacht had. Het was onze eerste ontmoeting. Ze viel gelijk in slaap en droomde dat ze haar eerste muis ving, haar pootjes zetten het al op een rennen. Af en toe ging ze verliggen, waarbij ze steeds met één oogje mijn blik ving.

Mijn thee werd koud, de vriend waarbij ik op bezoek was zat er wat verloren bij. Ik kwam voor hem, maar verloor mijn hart aan haar. Miep, mijn Mieperdepiep, ik hou alleen van jou.

Trouwen in tijden van corona

Eerlijk gezegd hoopte ik dat het huwelijk verplaatst zou worden. Het leek me niet zo’n goed idee om juist nu een bruiloft te organiseren. Maar ja, ik ging er niet over.

wedding-1983483_1920
Foto: Pixabay

Dus werd er getrouwd. In een mooi kerkje, op anderhalve meter, met 30 mensen. Het was een ontroerende ceremonie, niet in het minst door de jonge kinderen van het bruidspaar. De ene las de trouwakte voor, de andere liet de ringen bijna vallen en de kleinste klom bij moeder op schoot. Mooi en vertederend was het.

Bij de lunch werd het ongemakkelijk. Elk gezin, elk (echt)paar zat aan een eigen tafeltje. Maar dat belette bijna niemand om rond te gaan lopen. Al gauw was het een gekrioel van rennende kinderen, bijpratende oma’s en opa’s, en grootgegroeide schoolvrienden.

De goede bedoelingen spatten ervan af, daar niet van. Maar toen de speeches begonnen was het hek van de dam. Er werd zoveel geknuffeld en gezoend dat ik het coronavirus bijkans een vreugdedansje zag maken.

Toen er vervolgens ook nog een groepsfoto gemaakt moest worden, was mijn maat vol. Wegwezen maar.

Hollands weertje

Twee minuten heeft het geduurd, de eerste regen in weken. In die twee minuten heb ik drie parasols in veiligheid gebracht. En toen was het weer droog.

holland-3486100_1920Zo begon de dag. Een dag die beheerst werd door de vraag: “hangen we de was buiten of binnen?” Na drie wassen hingen er twee buiten en eentje binnen. Die laatste voor de zekerheid. Het ging best een tijd goed, tot het niet meer goed ging. Toen moest de buitenwas in rap tempo afgehaald worden en werd het binnenwas.

Daar hangt het nog steeds. Want de zonneschijn die na regen hoort te komen, kwam te vroeg. Nu zit ik met natte binnenwas die niet naar buiten kan omdat het zonnig regent. De vraag is nu: “kan de was nog naar buiten als de regen stopt of droogt de was dan niet meer?

Waar een mens niet zijn hoofd over kan breken op een ‘typisch Hollands weertje’ dag.

 

Feestfilmpje

Alweer mijn derde filmpje gemaakt voor mijn derde feestje in corona-tijd. Misschien was dit vóór corona al gebruikelijk, maar niet voor mij. Het maken van een filmpje gaat hier thuis dan ook met de nodige hilariteit gepaard. Het begint met: ‘zit mijn haar goed’. Daarna: ‘waar ga ik zitten’. Mijn eerste filmpje had ik tegenlichts opgenomen, waardoor niemand zag dat ik het was.

picture-2992501_1920Maar het lastigst is toch: ‘waar moet ik naar kijken’. Het ligt voor de hand om jezelf aan te kijken, want tegen iemand praten zonder aankijken is onbeleefd, heb ik ooit geleerd. Fout, helemaal fout. Maak je een filmpje voor een feestje dan moet je in de camera kijken, als je die tenminste kan vinden.

Ik kan er  maar moeilijk aan wennen. Na twee tellen zit ik alweer naar mezelf te kijken. Mijn andere zelf kijkt tenminste terug, de camera niet. Die doet of zegt helemaal niets. Dat inspireert niet erg, waardoor ik begin te stuntelen en mijn tekst kwijt raak.

Dat moet anders. De volgende keer dek ik het schermpje af, zodat ik niet meer naar mezelf maar alleen naar de camera kan kijken. Nu nog even wachten op een uitnodiging voor een vierde feestje.

De laatste keer

20200617_215725

De pannen, kommen en glazen staan opgestapeld in de vensterbank. Rechts drie nostalgische groene blikken: suiker, koffie, thee. Aan de andere kant van het raam staat de druif, kortgeknipt om het uitzicht vrij te houden. In de verte een molen en twee schoorstenen, waarvan er eentje half ingestort is. Daar stond ooit de steenfabriek waar Groningse rode bakstenen gemaakt werden.

Ze kan het uitzicht dromen. Ze ziet hoe de boer jaar na jaar zijn land bewerkte: ploegen, egaliseren, zaaien, oogsten, ploegen. Hoe de buizerds soeverein door de lucht zweefden en de koolmeesjes uitvlogen. En de luchten, oh de luchten. Donderwolken opkomend uit het westen, schapewolkjes door de zon bestraald, een strak blauwe hemel boven het weidse land. Windkracht zeven in de herfst, ook de hond kon er niet tegenop.

Het is tijd om te gaan. Ze doet de spullen in een doos, kijkt nog een keer om zich heen, ademt diep in en draait de deur voor de laatste keer op slot.

Voor Floor