Lopen over water

Het knuppelpad

Samen met hond Benthe wandel ik in ‘t Roegwold, het prachtige oud/nieuwe natuurgebied ten oosten van Stad. We besluiten over het Knuppelpad te lopen. Best een beetje spannend zo’n plankier zonder railing. Het ritme van de houten planken botst met de bewegingen van het water. Ik word er een beetje zeeziek van en Benthe maakt het liefst gelijk rechtsomkeert. Maar we laten ons niet kennen en lopen door.

Na een tijdje went het en begint het Grote Genieten. De wind om je hoofd, het klotsende water en het rustgevende gegak van ganzen zorgen voor een verstilde wereld. Benthe en ik hebben er na drie rondjes nog geen genoeg van. Morgen weer.

Amsterdamse meisjes

Mijn nichtje uit de grote stad is op bezoek. We hebben het over koffie. Ik heb haar net verteld dat ik alleen buitenshuis koffie drink en dan het liefst latte machiato decafé met vanillesiroop. Haar reactie is verrassend: oh, ben je er zo ééntje! Verbaasd kijk ik haar aan: wat voor ééntje ben ik er dan?

Blijk ik zo’n Amsterdams meisje te zijn dat bij voorkeur een cocolatte decafé, met vanillesiroop drinkt. Het komt door de vanillesiroop, dat ik opeens van haar oude Groningse tante veranderd ben in een hip Amsterdams meisje. Zo ééntje, je kent ze wel. Nou, ken ik ze toevallig niet, maar zij wel. Ze heeft een bijbaantje in een espressobar en daar zijn de cocolattes decafé met vanillesiroop en/of sprinklers en/of kaneelpoeder en/of chocoladesnippers niet aan te slepen. Besteld door meisjes met veel noten op hun zang.

Nou ben ik maar een eenvoudige Groningse tante. Cocolatte is aan mij niet besteed, latte machiato is me hip genoeg. Maar maak dat maar eens duidelijk aan een door vanillesiroop verblind nichtje dat alleen nog maar veeleisende Amsterdamse meisjes voor zich ziet.

Met de vraag ‘Heb je zin om de hond uit te laten’ maak ik snel een einde aan het gesprek. Zo’n jong ding is gelukkig nog makkelijk af te leiden.

Ik herinner me

hoe ik bijna een jaar geleden mijn verjaardag vierde met een groot tuinfeest. Het had ook een huisfeest mogen zijn, want van corona was nog geen sprake. Er werd geknuffeld, gezoend en gezongen. Onbevreesd waren we en ons van geen aanstormend kwaad bewust.

Ik herinner me de onbezorgdheid, dichtbij elkaar zittend taartjes eten, drinken uit andermans glas, een arm om een schouder, een hand door iemands haar, een kleinkind op schoot. We kenden geen angst voor elkaar.

Dit jaar vier ik mijn verjaardag niet. Geen tuinfeest, geen huisfeest. Ik doe het met de herinneringen aan vorig jaar. Daar kan ik nog wel een jaartje extra op teren, maar langer liever niet.

Alles is anders

De neuroloog kijkt ons aan, ziet onze tranen en zegt: ‘Ja, het is een rot ziekte’. Ze heeft ons zojuist verteld dat huisgenoot M de ziekte van Parkinson heeft. We hadden al een vermoeden, maar de klap is er niet minder om. Nu is het echt, nu hebben M’s klachten een naam.

Verslagen, maar ook opgelucht dat er een diagnose is, gaan we na afloop taart eten. Chocoladetaart. Omdat dàt het beste helpt en zo het naar huis gaan nog even uitgesteld kan worden.

Eenmaal thuis vallen we stil, kruipen dicht tegen elkaar aan en laten onze tranen vrijuit stromen. Diep van binnen wisten we allebei dat het nieuws niet goed zou zijn, wisten we dat er iets ergs aan de hand was. De bevestiging van de arts was het enige wat nog ontbrak.

cake-1850011_1920‘S avonds worden dierbaren geappt in plaats van gebeld, omdat het nieuws nog te pijnlijk is. De wijnfles komt op tafel, trek in eten ontbreekt. Vandaag alleen taart en drank als troost voor wat al is en wat nog komen gaat.

In de weken die volgen banen we ons zoekend een weg door onze nieuwe werkelijkheid. Tussen dagelijkse handelingen als de hond uitlaten, boodschappen doen en stofzuigen, ontmoeten we elkaar in woorden, stiltes en tranen.

Alles is hetzelfde, alles is anders.