Bang voor de dierenarts

Hond Benthe moet voor zijn jaarlijkse controle en vaccinatie naar de dierenarts en ik moet mee. Ik zie er erg tegenop. Zo’n dierenarts is voor mij een soort God, die al mijn fouten in de opvoeding genadeloos zal afserveren. “Mevrouwtje, u heeft uw hond niet goed opgevoed, kijk nou, hij springt tegen me op en probeert me een lik te geven”. En dat ik daar dan blozend en stotterend sta en wat onverstaanbaars mompel.

Nu heb ik het geluk dat Benthe de leukste, liefste, mooiste hond is die er bestaat en dat hij alles en iedereen aardig vindt, ook de dierenarts. Hij gaat huppelend de spreekkamer in en komt er huppelend weer uit. Ja, hij springt tegen de dierenarts op en probeert snoepjes van zijn bureau te jatten. Ja, hij steekt zijn neus in de la met medicijnen. Maar hij doet het zo charmant en ondeugend dat de dierenarts erom moet lachen.

Aan het eind van het consult krijgt Benthe een brokje en ik een koekje. Samen huppelen we de spreekkamer uit. Mijn angst voor de dierenarts is over.

Niet mijn probleem

Ik had nog zo gezegd: als jullie de nieuwe banken komen afleveren moeten jullie met een kleine auto komen. Vandaag kwamen ze, natuurlijk met een joekel van een auto. Een groot oranje monster dat op zijn weg takken van de bomen afrukte en het lage stenen muurtje voor mijn huis schampte. De chauffeur stak zijn hoofd uit het raampje en merkte op dat hij niet verder kon. Ik kon niets anders dan dat bevestigen.

Ze zetten de terugtocht in. Opnieuw sneuvelden er takken en een paar keer kwamen de wielen akelig dicht in de buurt van het slootje dat langs het pad loopt. Met zweet ik mijn handen keek ik toe, tot ik bedacht: dit is mijn probleem niet. Met een rustgevend kopje koffie heb ik afgewacht tot ze zich melden met de banken.

Gelukkig hebben die het avontuur overleefd en staan ze nu te wennen aan hun nieuwe omgeving. Het grote oranje monster is er minder goed van afgekomen, die moet gebutst en bekrast zijn weg vervolgen. Maar ook daarvoor geldt: niet mijn probleem.

Dag Isha

Jarenlang leidde hond Isha mijn tante veilig over straat. Hij hielp haar oversteken, stopte bij elk rood stoplicht en waarschuwde haar voor fietsers en wandelaars. In huis zorgde hij dat ze niet over hem struikelde. Hij was tante’s steun en toeverlaat. Tot hij van een welverdiend pensioen mocht gaan genieten. Zijn tuig werd opgeborgen, hij was weer een gewone hond.

Maar niet voor mijn tante. Die vertroetelde en verwende hem als dank voor de vrijheid en de onafhankelijkheid die hij haar gegeven had. Dankzij zijn werk als hulphond kon zij zelfstandig de wereld in gaan. Ze waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

En nu opeens is hij er niet meer. Klinkt nooit meer het gekras van zijn nagels op de houten vloer of het leegslubberen van zijn waterbak. En zit hij s’middags nooit meer naast mijn tante, te wachten op zijn dagelijkse ‘brokje bij de thee’.

Voor H & J en I & PH

Poes Floris leest de krant

Elke ochtend leest baasje de krant met poes Floris op schoot. Meestal ligt Floris lekker te slapen, maar vandaag was hij klaarwakker. “Kaag trekt consequentie uit afkeuring” stond voorop de krant. Floris ging er eens goed voor zitten en las het hele artikel. Met kleine miauwtjes liet hij zijn goedkeuring blijken. Daarna draaide hij een paar rondjes, ging liggen, slaakte een tevreden zucht en viel in een diepe slaap.

Ze zeggen wel eens dat mensen op hun dieren gaan lijken, maar andersom gebeurt ook. Poes Floris is op zijn baasje gaan lijken. Baasje houdt niet van politici die zich niks aantrekken van moties van de Tweede Kamer (nee, baasje noemt geen namen). Baasje houdt van: zeg wat je doet en doe wat je zegt.

Floris en baasje zijn benieuwd naar de krant van morgen. Wie volgt het goede voorbeeld van Kaag?