Kopjes geven

Onze nieuwe gezinsleden, de kittens Teun en Roos, zijn nu een week bij ons. Dat betekent al een week schipperen tussen hond Benthe en de poesjes. Benthe is opgegroeid met poes Floris, die begin dit jaar overleden is. Ze is dus gewend aan een poes in huis. Maar ze lijkt zich daar deze eerste dagen niets meer van te herinneren. Ruikt ze de poesjes dan begint ze een blafconcert, ziet ze ze (wat we zoveel mogelijk proberen te voorkomen) dan verandert ze in een jachthond.

Benthe is een Friese stabij, dol op molshopen uitgraven en af en toe een mol verorberen. Maar verder is het de liefste, sociaalste, aaibaarste hond die er bestaat. Nu kun je met een beetje fantasie een kitten nog wel voor een mol aanzien, maar twee blazende kittens is linke soep. En dan hebben ze ook nog van die scherpe nageltjes.

We zijn nu aan het proberen Benthe uit te leggen dat Teun en Roos geen mollen zijn. Dat ze jonge versies van Floris zijn en dat ze uitgroeien tot poezen die net zulke lekkere kopjes gaan geven als Floris. Tweemaal zoveel kopjes zelfs. Teun is al aan het oefenen.

Benthe, daar doe je het toch wel voor?

Teun en Roos

Ze passen nog in mijn hand, zo klein zijn ze. Tien weken oud, geboren in Den Haag en al met de trein helemaal naar Groningen gereisd. Om te wennen wonen ze in mijn kamer, die hiertoe omgebouwd is tot kittenspeelplaats. Een klimpaal, een schuilhuisje, propjes papier, twee kattenbakken en een bank om overheen te sjezen.

Dagelijks maken ze een uitstapje. Het begint met het verkennen van de gang, die ook heel goed als glijbaan te gebruiken is. Daarna volgt de woonkamer, waar ze kennis maken met hun eerste bromvlieg. Ze doen verwoede pogingen hem te vangen, maar dat is letterlijk nog te hoog gegrepen.

Vandaag is de keuken aan de beurt. Dat is het domein van hond Benthe, die zich nog niet verzoend heeft met zijn nieuwe huisgenoten. Daarom gaat het ene baasje met Benthe wandelen en geeft de andere ondertussen een rondleiding.

Maar eerst doen Teun en Roos een slaapje, want al die nieuwe indrukken zijn best vermoeiend. En ze hebben nog een heleboel kamers te gaan.

Kleindochter

Ik heb de reis al een tijdje niet gemaakt, met de trein van Loppersum naar Middelburg. Van het noordoosten naar het zuidwesten in vijfeneenhalf uur. Omdat het zo’n lange reis is trakteer ik mezelf op de eerste klas. Rustig een boekje lezen en een beetje uit het raam staren.

Dat was althans de bedoeling, maar ik was vergeten dat het meivakantie is. En de trein dus zo druk is dat tweedeklassers in de eersteklas komen zitten. Daar heb ik geen bezwaar tegen, maar wel als het drie keihardpratende-nog-niet-droog-achter-de-oren-stoere-seksistische-praat-uitslaande jongens/nog net geen mannen zijn.

Dat ik, vrouw van zekere leeftijd, pal voor ze zit boeit ze niet. Dat er vóór mij een oma, opa en kleindochter van zeer jonge leeftijd zitten, wordt door een van de jongens wel opgemerkt. Hij maant zijn makkers om het niet meer te hebben over die delen van het vrouwelijk lichaam waar dit meisje nog geen weet van heeft.

Het valt stil achter me, een ander gespreksonderwerp hebben de jongens niet. Oma, opa en ik slaken een zucht van verlichting.

Geen recensie

We waren er even tussenuit, een paar dagen in een huisje aan de Noord-Hollandse kust. Strandwandelingen, terrasjes en fijn gezelschap, u kent dat wel. Een van ons was jarig, vandaar.

Dat huisje hadden we gehuurd via Airbnb. Leuk huisje, prettige sfeer en niet te duur. Als ik er een recensie over zou schrijven kreeg het van mij een 8, met als enig minpunt dat de badkamer niet groter was dan een bezemkast. Ik ben twee keer klem komen te zitten.

Maar ik heb geen recensie geschreven. Want als ik dat doe, krijg ik een recensie terug. Van de verhuurder. Over mij als gast. Stel je voor, kom je thuis van een heerlijk weekendje weg, krijg je nog even al je minpunten te horen. Niet dat ik die heb natuurlijk, maar toch.

De zon is verdwenen, de vogels zijn stil, in de verte is het geluid van bombardementen te horen

Een weekendje weg in de bossen bij Nijverdal. De zon schijnt, de vogels kwetteren en de eerste groene blaadjes tonen zich voorzichtig aan de wereld. We wandelen op de bonnefooi en zien wel waar we uitkomen.

Opeens staan we voor een grote begraafplaats met Canadese oorlogsslachtoffers uit WOII. Er staat een informatiecentrum naast, we gaan naar binnen. Niet omdat dat zo leuk is, maar omdat het móet.

Mijn keel knijpt dicht als ik de filmbeelden zie van veteranen die vertellen over de gruwelen die ze meegemaakt hebben. Eén voor één barsten ze in tranen uit over de oorlogsdaden die ze hebben moeten uitvoeren. Daden die hen hun hele leven hebben achtervolgd.

Ik lees over Oekraïense militairen, ooit geëmigreerd naar Canada, die in WOII meegevochten hebben met de geallieerden. Om Europa te bevrijden. Ik voel mijn woede toenemen over de houding van de NAVO die, nu Oekraïne zelf aangevallen wordt, niet bereid is te vechten voor hún vrijheid.

We wandelen verder. De zon is verdwenen, de vogels zijn stil, in de verte is het geluid van bombardementen te horen.