Scheefgroei

Als ik met de hond ga wandelen passeer ik altijd onze scheve boom. Hij staat naast het huis, gevaarlijk overhellend richting het pad. Zijn takken buigen steeds dichter naar de grond, in de schaduw van de bladeren groeien paddenstoelen in het gras. Elke keer als ik langsloop, gluur ik vanuit mijn ooghoeken naar de boom: hangt hij niet schever dan gisteren, raken de bladeren nu echt de grond, hoor ik daar geen zacht gekraak?

tree-4503535_1920Hoe schuin kan een boom groeien voor hij omvalt? Hoe lang kunnen zijn wortels de aantrekkingskracht van de aarde weerstaan en zijn stam rechtop houden? Wanneer keert hij terug naar waar hij vandaan komt?

Vragen die me bezig houden terwijl ik naar mijn vrolijk huppelende hond kijk. Hij heeft heel andere zorgen: ‘Wiens plasje is dit, waar zitten muizen, wanneer mag ik los?’

Scheefgroei, het zal hem worst wezen. ‘Hmmm, ja lekker worst’,

 

Boerenerf

We zijn met velen, iedereen in stemmige kledij. Met de auto, te fiets en te voet zijn we gekomen om afscheid te nemen. Er wordt koffie en thee met lekkernijen geserveerd door jonge mensen in witte kleding. Zo kun je zien wie waarvoor komt. De zon schijnt volop, het is goed toeven op het erf van de monumentale boerderij.

beaded-1630493_1920De plechtigheid vindt plaats in de schuur, tussen de strobalen, onder de eeuwenoude gebinten waar de spinnenwebben treurend aan de balken hangen. De familie zit op stoelen, gebroken. Het is muisstil, geen muziek, af en toe ritselt het stro.

De afscheidswoorden komen aarzelend, het verlies is te plotseling, te rauw. Boeren kunnen tegen een stootje, maar deze klap heeft niemand aan zien komen. Na afloop lopen we het erf weer op, de zon gaat schuil achter een nevel van tranen.

Breekbaar

Ze zit aan de lange tafel in de huiskamer, samen met drie medebewoonsters. Voor haar staan een halfvolle beker met koffie en een bakje vla. Ze kijkt op als ik bij haar ga zitten, haar blik is leeg. Herkent zij me wel?

Ik voer haar een paar hapjes van de vla. “Wel doorslikken hè”.  Haar ogen vallen dicht, haar hoofd zakt voorover. Twee verzorgsters lopen naar haar toe en rijden haar voorzichtig naar haar kamer. “We leggen mevrouw op bed, u kunt zo naar haar toe”.

hands-578917_1920Even later zit ik op een stoel naast haar bed en pak ik haar hand. “Heb je pijn”, vraag ik. Haar “nee” is nog net verstaanbaar. Ze probeert nog wat te zeggen, maar de woorden blijven achter haar lippen steken.

Ik zwijg. Met mijn duim streel ik zachtjes haar breekbare hand.

Schrik

Op een zonnige najaarsavond klim ik met negen andere durfals in een grote rieten mand. Boven ons hangt een immense luchtballon. De piloot geeft gas en in een majestueus vaartje stijgen we op, de grond blijft achter.

IMG-20190923-WA0019Het grote genieten kan nu beginnen, maar het blijkt van korte duur. Onder mij zie ik loeiende koeien, blatende schapen en hinnikende paarden in paniek wegrennen. Ze snappen er niets van, zo’n vuurspuwende draak boven hun hoofd. Wegwezen!

Maar waar kunnen ze naar toe? Elk weiland, elk perceel grond is afgebakend. Prikkeldraad, water of weg, vormen de begrenzing van hun leefgebied. Ze kunnen geen kant op.

Terug op aarde rijd ik langs de koeien, de schapen en de paarden om mijn excuses aan te bieden. Ook voor de onscherpe foto.

Nooit tot drie tellen

We zitten in de kelder van het oude pand. Ramen ontbreken, de kamer ruikt naar natte jassen. Het kille tl-licht helpt niet mee, alleen de thee zorgt nog voor wat warmte. We hebben overleg en er moet mij dringend iets van het hart.

De voorzitter deelt de agenda uit: eerst de notulen van de vorige keer, daarna het verslag van een cursus en als derde is mijn inbreng aan de beurt. De notulen nemen veel tijd, zoals gebruikelijk, want elke punt en elke komma moeten becommentarieerd. Daarna volgt het verslag van een training, de bits en bytes vliegen me om de oren. Oren die niet geschikt zijn voor digi-taal.


Eindelijk zijn we aangekomen bij agendapunt drie. Ik zit klaar om los te barsten. “Gezien de tijd slaan we puntje drie over, we gaan gelijk door met punt vier: de taakverdeling”, zegt de voorzitter onverwachts. Ik zak als een plumpudding in elkaar. Had ik nou maar gelijk gezegd dat mij de woorden op de tong brandden, had ik nou maar nooit tot drie geteld.