Terug bij af

Met één klap jaren terug in de tijd gegooid. Naar augustus 2012 toen de zwaarste aardbeving ooit Groningen teisterde. Minister Henk Kamp probeerde het nog te bagatelliseren, maar hier wisten we beter: er werd met onze levens gespeeld, we deden er niet toe.

Vannacht was de twee na zwaarste aardbeving ooit. Zomaar, uit het niets. De gaskraan is al twee jaar dicht en nog zijn we niet veilig. Ik woon in een versterkt huis en ben toch geschrokken. Hoe moeten al die duizenden Groningers die nog steeds in een onveilig huis wonen zich wel niet voelen.

We zijn 13 jaar verder en terug bij af.

Inburgeren

Op een regenachtige zaterdagmorgen meld ik mij om 10.00 uur bij het grasveldje naast de supermarkt. Daar worden in het kader van de Landelijke Natuurwerkdag honderden bollen geplant. Ik woon nu 5 maanden in het dorp en heb voor mezelf een inburgeringstraject uitgezet. Samen bollen poten past daar goed in, want ik hou van tuinieren en mis mijn grote tuin.

Ik schud handen met mijn nieuwe dorpsgenoten, al zijn een aantal ervan me al bekend. Vaak je naam noemen helpt de ander om je naam te onthouden. Hoop ik althans. Terwijl de regen op mijn rug klettert boor ik gaten in de zware kleigrond. Grote gaten voor de grote bollen, kleine voor de kleine bollen. Ik vul de gaten en stamp de aarde stevig aan. Ik hou het tempo er goed in, want wil niet onderdoen voor de anderen. Indruk wil ik maken, laten zien dat ik geen doetje ben maar een aanwinst voor het dorp.

Of dat gelukt is moet nog blijken.

Het lege land

Eigenlijk kan leeg me niet leeg genoeg zijn. Grond onder mijn voeten en wolken boven mijn hoofd, meer heb ik niet nodig. En dan lopen en voor me uit staren. Niemand hoeven te groeten, geen fietsers, geen wandelaars. Alleen en toch niet alleen. Want de wind, de vogels, de kleuren, de regen, de stilte en de geur van klei vergezellen me. En natuurlijk hond Benthe die om me heen huppelt.

En dan thuiskomen waar huisgenoot M de koffie klaar heeft staan. Dat maakt alleen wandelen nog fijner.

Moet dit nou?

Terwijl de trimster bezig is kijkt Benthe me aan. Ik probeer haar blik te lezen: duurt dit nog lang, wat doe je me aan, jij zou dit ook niet leuk vinden hoor. 

Ze liep kwispelend het erf op, ze was hier eerder geweest. Tot ze opeens door had wat haar te wachten stond, toen maakte ze rechtsomkeer. Maar helaas, vluchten kon niet meer.

Benthe is een mooie hond, maar heeft dat zelf niet door. Haar uiterlijk boeit haar niet, rollen in de modder, rausen door de bosjes en er vol klitten weer uitkomen. Boeie.

Het baasje denkt daar anders over. Vandaar: de trimsalon. Waar een heel aardige mevrouw met zachte hand haar vacht verzorgt. En ze verwend wordt met heerlijke brokjes. Ik snap niet wat daar mis mee is. Maar ja, ik ben dan ook geen hond.