“Laiverd”, zegt mijn tennismaatje wel eens tegen me, ‘Laiverd, wanneer gaan we de baan weer op?” Noem me laiverd en ik smelt als boter in de zon. Tenminste, als hij het zegt.
‘Lieverd’, zegt de sauna-eigenaar terwijl hij het theekopje bij me neerzet. ‘Lieverd, wou je nou rooibos of earl grey?’ Noem me lieverd zonder dat je me kent en ik verhard als gewapend beton. Dat hij ook nog afwisselend mevrouw en meisje tegen me zegt, maakt het er niet beter op.
In veel sauna’s hangt een bordje met de tekst: Je mag niet aan elkaar zitten. Vooral bedoeld voor verliefde stelletjes die de hitte van de sauna naar het hoofd c.q. het lijf stijgt. Ik wil daar graag nog een bordje aan toevoegen: Ongewenste opmerkingen van het saunapersoneel verboden, op straffe van onderdompeling in het ijsbad.
Ik verheug me nu al op mijn volgende saunabezoek.
storm om het huis waait. De anderen zijn nog strenger voor zichzelf: nee, nooit, zonde van m’n tijd.
Daarom wil ik dat mijn baasjes een hangplek maken waar ik echt helemaal kan hangen. Epke Zonderland sleept toch ook niet met zijn poten over de grond als hij hangt? Nou dan.
Het tennisseizoen nadert met rasse schreden, tijd om een nieuwe bespanning op mijn racket te laten zetten. In de winkel wordt mij gevraagd: ‘Wilt u spin, power of comfort?’
op het punt van vertrekken sta, zegt de oppasman: ‘Wil je mijn vogeltje nog even zien?’