62 injecties later

Toen ik ruim 5 jaar geleden hoorde dat mijn natte maculadegeneratie alleen te behandelen was met injecties dacht ik nog: “gelukkig, er is iets aan te doen”. Tot bleek dat die injecties in mijn oog gezet werden. Ik viel nog net niet flauw, maar het scheelde niet veel. In mijn oog, hoe bedenken ze het. Maar het was echt waar. een alternatief was er niet.

Ik kon me toen nog niet voorstellen dat ik er ooit aan zou wennen. Maar toch gebeurde dat, na zo’n injectie of 20 was de spanning eraf en nu, nog 42 injecties later, draai ik mijn hand er niet meer voor om. Maandelijks begeef ik mij naar het ziekenhuis, niet omdat ik er zin in heb maar omdat de injecties me helpen, ze houden mijn oog stabiel.

Ik ken inmiddels de gang van zaken, weet precies wat ik kan verwachten en word altijd geholpen door aardige verpleegkundigen en oogartsen die snappen dat ik niet voor mijn lol kom.

Waar ik eerder bang was voor de prik, ben ik er nu blij mee. Op naar de 100.

Schimmen

Ik ben bij de oogarts voor mijn 44e prik. De wachtkamer is leeg, dat betekent dat ik snel aan de beurt ben. Niets ergers dan een half uur moeten wachten en de spanning in mij voelen stijgen. De prik gaat goed en ik verlaat opgelucht het ziekenhuis om in de stad nog een boodschap te doen.

afbeelding: vage bomen in de mist

Hé, wat zie ik slecht, gaat er door me heen als ik op de fiets stap. Dat zal zo wel wegtrekken, zeg ik geruststellend tegen mezelf. Maar het trekt niet weg. Als ik in het centrum ben aangekomen, vertrouwend op mijn goede oog, ziet mijn slechte oog alleen nog maar schimmen. Schimmen van mensen, schimmen van auto’s, schimmen van gebouwen. Wat is er aan de hand, dit heb ik nooit eerder gehad.

Wat nu? Ga ik naar huis of ga ik terug naar het ziekenhuis. Wat is wijs? Ik weet het niet en besluit het ziekenhuis te bellen. Kom maar terug, dan laten we een arts ernaar kijken, is de reactie. Zo gezegd zo gedaan. De schimmen blijken het gevolg van alle druppels die ik gehad heb vóór de prik. Het zal zichzelf oplossen, maar dat duurt nog even.

Voor de tweede keer verlaat ik het ziekenhuis, opgelucht maar wel met de schrik in mijn lijf. Zou het kunnen dat mijn oog ooit zo slecht wordt dat ik alleen nog schimmen zie? Geen idee. Voor nu hou ik me maar vast aan de geruststellende woorden van de oogarts, dat dit niets met mijn maculadegeneratie te maken heeft.

Ze had trouwens gelijk, de schimmen zijn helemaal verdwenen.

Waarom?

Ik ben op een feestje en praat bij met een kennis. Tegenover me aan de picknicktafel zit haar zoon, jaar of 17-18 schat ik, we kennen elkaar niet. Ik plaag hem wat, hij kan het wel waarderen. Al snel staat hij op om te gaan volleyballen. Een tijdje later sta ik een wijntje in te schenken als hij naar me toekomt. Mag ik je wat vragen, zegt hij, waarom is jouw ene brillenglas donkerder dan de andere? Ik leg het uit en hij knikt begripvol.

afbeelding:
bril met één donkerder glas

Jeetje wat goed dat hij dit vraagt, denk ik als hij weer weg is. Het glas voor mijn oog met maculadegeneratie is donkerder dan het andere glas. Als ik mezelf terug zie op een foto vind ik het heel opvallend. Ik zie mensen er wel naar kijken, maar zelden vragen ze er naar. Dat voelt wel eens ongemakkelijk. Een grappige uitzondering was de keer dat een mij onbekende man me vroeg of ik wel wist dat ik een brillenglas verloren was. Ik had volgens hem maar één donker glas in plaats van twee. We konden er samen hartelijk om lachen.

Het gemak waarmee deze jonge knul het me vraagt ontroert me. We hebben maar even contact gehad, maar dat is voor hem voldoende om de vraag te stellen. Zo makkelijk kan het zijn.

Op zoek naar de schilder

De eerste stapjes zijn gezet, ik heb al drie schilderlessen achter de rug. Van de eerste kwam ik opgewekt maar ook erg moe thuis. De tweede ging al beter doordat ik tussendoor een tijdje mijn ogen dicht heb gedaan. De derde was dramatisch, ik snapte niet wat ik moest doen en voelde me een kneus tussen al die ‘echte’ schilders. Zij probeerden me te troosten met de woorden: ‘zo zijn wij ook begonnen’.

mijn allereerste probeersel: een roodborstje

Lief bedoeld, maar het hielp niet. Met tranen in mijn ogen fietste ik naar huis, vol twijfels over de haalbaarheid van de zoektocht naar de schilder in mij (zie ook dit eerdere blog). Naast dat ik nog nooit geschilderd heb is de confrontatie met mijn maculadegeneratie een pijnlijke. Om te schilderen heb je genoeg licht nodig en dat is nou precies wat mijn oog slecht verdraagt.

Toch heb ik het nog niet opgegeven, want ik heb wel ontdekt dat ik een beetje pielen met een kwast op een canvas erg leuk vind. Maar ik moet nog zoeken naar de beste omstandigheden waarop ik dit met zo min mogelijk moeite en zo veel mogelijk plezier kan doen. Volgende week les vier.

Tips zijn welkom.

Naald en draad

Sinds 25 november 2020 had ik geen knoop meer op een blouse gezet of scheur in een broek gerepareerd. Door mijn maculadegeneratie kon ik de draad niet meer door de naald rijgen, laat staan de gaatjes van de knoop zien. Gelukkig is mijn partner naaldvaardig.

afbeelding:
naald en draad

Vandaag, 25 januari 2024, heb ik het voor het eerst weer zelf gedaan. Twee grote knopen met grote gaten met een grote naald op een vest gezet. En daarmee iets terugveroverd wat ik kwijt was.

Het is maar iets kleins en ik hou helemaal niet zo van naaien, maar toch ben ik er blij mee. Want het betekent dat ik wat ik kwijt ben soms terug kan vinden. Dankzij mijn goede oog dat de touwtjes, draadjes in dit geval, na drie jaar strak in handen heeft.