Nevenschade

Ik werd er misselijk van, maar toch kon ik gisteren tijdens de NAVO top niet stoppen met kijken naar Mark Rutte. We kennen hem hier in Groningen goed, hij is de man die beweerde dat de schade aan onze huizen en zielen niets meer dan nevenschade is. Nederland (Groningen uitgezonderd) is keirijk geworden van de gaswinning, dat was het belangrijkste. Lees dit blog er maar op na: Ik heb deze schoffering niet aan zien komen.

Cartoon van Bas van Schot in Volkskrant

Donald Trump was in het land en moest binnenboord gehouden worden in de wankele NAVO boot. De man die graag Koning wil zijn, mocht van Mark logeren bij de Koning en Koningin van Nederland, alsof hij echt een koning was. Hij werd door Mark vertroeteld, gegroomd en geprezen tot het schaamrood op mijn kaken stond. Want hoe zit het dan met al die onschuldige mensen die Trump het land uitzet, met universiteiten die hij aan de lijband legt, met de democratie die hij verruïneert, de mensenrechten die hij negeert enzovoort enzovoort.

En Mark maar naar boven likken, want: ach allemaal nevenschade toch?

Hadden ze maar niet

De buitenthermometer staat op 29°C. Voor hond Benthe is dat veel te warm. Toen ze nog een grote tuin tot haar beschikking had kon ze kiezen uit tig schaduwplekken. In haar nieuwe kleine tuintje is het zoeken naar koelte. Gelukkig hebben de baasjes een parasol gezet op het grasveldje dat speciaal voor haar is aangelegd.

Daar ligt ze nu prinsesheerlijk op het koele gras met de waterbak onder pootbereik. Dat de baasjes nu volop in de zon zitten te puffen zal haar een zorg zijn. Hadden ze maar niet moeten verhuizen.

Een tien

Er rijdt een grote witte auto voor, zonder bedrijfsnaam. Twee mannen stappen uit en beginnen te sjouwen met gigantische kartonnen dozen. Ze lopen naar mijn voordeur. Ik weet wat er in de dozen zit, want ik heb het zelf besteld: twee kasten voor mijn nieuwe werkkamer. Op dit moment is die kamer een onoverzichtelijk zooitje vol geopende verhuisdozen, een bureau vol draden voor de laptop, de lamp en de televisie voor als ik naar tennis wil kijken. Rondslingerende schoenen, schilderijen en spul waarvan ik niet weet wat ik ermee moet.

Daarom: twee kasten. De ene voor mijn boeken en winterkleren. De andere voor mijn zooi. Om ooit nog eens uit te zoeken op een regenachtige dag. Gelukkig schijnt voorlopig de zon en voor nu ben ik al blij met een opgeruimd bureau.

De bezorgers brengen de dozen helemaal naar mijn kamer, via een smalle trap. Na gedane arbeid vragen ze om een negen of tien voor hun online beoordeling. Want zeggen ze, een 7 of 8 wordt als onvoldoende gezien door hun bazen. Wat zijn dat voor rare bazen?, maar die vraag stel ik maar niet. Hierbij voor allebei de heren een dik verdiende tien.

Mijn hoofd

De afgelopen weken is het stil geweest op dit blog. Af en toe deed ik een poging tot schrijven, maar ik kwam nooit verder dan de eerste twee of drie woorden. Daarna stokte mijn brein. Geen inspiratie, geen stroom die op gang kwam. Het enige waar mijn hoofd plaats voor had was de verhuizing naar ons nieuwe huis. Wat moest er veel geregeld worden, wat moesten er veel kleine en grote keuzes gemaakt worden. Ik lag er ’s nachts wakker van.

Inmiddels wonen we een paar weken op onze nieuwe stek. Er valt nog steeds veel te regelen en te doen. Schilderijen ophangen, dozen uitpakken, kamers inrichten. Maar vandaag is er voor het eerst weer ruimte in mij om te schrijven. De stilte is voorbij.

Oh, die tuin

Nog 44 dagen om te genieten van de laatste lente in ons oude huis. In de tuin groeit de daslook al welig, staan de narcissen nog fier overeind en wordt het gras steeds groener. ‘S nachts roept de uil, onze vaste gast.

Vijftien jaar hebben we hier gewoond, in een dorpje midden in het oneindige Groningerland. Met uitzicht op het middeleeuws kerkje, dat ons dagelijks herinnert aan het voortschrijden van de tijd. We zijn niet de eersten noch de laatsten die zich hier geborgen hebben gevoeld.

Vertrekken valt ons zwaar, ook al staat er een mooi huis voor ons klaar. Kleiner dan deze, die te groot voor ons wordt. Omringd door meer voorzieningen die we gaandeweg steeds meer nodig hebben. Gemak dient de ouder wordende mens, dus ook ons.

We missen het ruizen van de wind, het gezang van de vogels, de balkende ezels, de lammetjes van de buurman, het luiden van de kerkklok en de betoverende wolkenluchten nu al.

En die tuin hè, oh die tuin.