Nestgeur

Het is al donker als er aangebeld wordt. De oude kist die ik net op Marktplaats heb verkocht staat klaar in de gang. Ik heb hem jarenlang van huis naar huis meegesleept, hij hoorde bij me. Hij rook naar vroeger thuis. Maar nu, bij weer een verhuizing, gaat hij niet meer mee. Na al die jaren is de nestgeur verdwenen.

Voor de deur staat een jonge vent, die enthousiast vertelt dat de kist voor zijn dochtertje is. Eén jaar oud is ze. Hij en zijn vrouw gaan hem vullen met spulletjes uit de eerste 16 jaar van haar leven. Een tijdscapsule die ze zal krijgen op haar 16e verjaardag. De kist gaat zich nu vullen met de nestgeur van een meisje geboren in 2024. Hoe dat ruikt zal ik nooit weten.

Aan het water

“Ik woon aan het water”, hoorde ik laatst iemand zeggen. Wat leuk, dacht ik nog, dat zou ik ook wel willen. Maar ze bedoelde iets anders: “ik moet vaak huilen, mijn tranen zitten erg los”. Ik vond het een mooi beeld, maar voor haar had het een negatieve betekenis: ik moet altijd huilen en daar wil ik een ander niet mee belasten.

Sinds een paar weken woon ik ook aan het water. De ene huilbui na de andere dient zich aan. Ik geef me eraan over, want tranen horen bij mij. Laat maar stromen, laat maar gaan, het water moet uit mij. Ik  ga samen met mijn partner ergens anders wonen en verlies daarmee mijn droomhuis en tuin. En dat doet pijn. Daarom woon ik aan het water, net zo lang tot mijn tranen op zijn.

De snelste prik

Het is vrijdagmiddag, de laatste dag van de kerstvakantie. De wachtruimte is leeg, de enige die een prik komt halen ben ik. Ik snap die anderen wel, oliebollen en een injectie in je oog, dat smaakt niet samen.

                            afbeelding: oliebollen

Maar goed, ik zit hier nu eenmaal want mijn prikschema is dwingend. Afwijken is geen optie. ‘Tou moar’ zegt de Groninger in mij, t is nait aans’.

Dat ik de enige ben blijkt ook een gelukje te zijn, ik ben gelijk aan de beurt en sta na 10 minuten alweer buiten. Zo snel is het nog nooit gegaan, dit is een record. Als het aan mij ligt word ik alleen nog geprikt als het vakantie is. Nu maar hopen dat mijn prikschema niet dwars gaat liggen.

Hemelen

Ze was voorbereid en toch was het een schok. Ze had hem dit jaar al drie keer opgezocht waarvan de laatste keer op stel en sprong. Maar nu hoefde ze zich niet te haasten, hij was gaan hemelen. Haar hoogbejaarde oom, waarmee ze zo fijn over vroeger kon praten. Over samen cantharellen zoeken in het bos, logeerpartijtjes die altijd te kort waren, grapjes die elke keer weer leuk waren. Hij had deze wereld verlaten, het was zijn tijd.

Nu is ze voor de laatste keer onderweg naar hem. Hoe dichter de trein zijn bestemming nadert, hoe verdrietiger ze wordt. Deze keer zal hij haar niet begroeten met de woorden: “lieve meid, wat fijn dat je er bent”. Maar zij kan wel tegen hem zeggen: “lieve oom, wat fijn dat je er was en dat ik je liefde heb mogen ontvangen. Ik voelde me veilig bij jou en neem je voor altijd mee in mijn hart “.

Het is goed zo.