Rijden op zicht

De machinist van de intercity minder vaart en roept om: “we krijgen net een veiligheidsmelding dat er iemand langs het spoort loopt, we rijden voorlopig op zicht”. Ik stel me hem voor in zijn cabine vol toeters en bellen, beeldschermen, digitale snufjes en een computergestuurd bedieningspaneel. Alles om de reiziger veilig thuis te brengen.

Maar loopt er zo’n potentiële reiziger te dicht langs het spoor, dan gaat alle techniek overboord. Dan blijkt de machinist een mens te zijn die met zijn (of haar) ogen kijkt, die zijn eigen waarnemingsvermogen vertrouwd en weet wat het goede is om te doen.

Rijden op zicht, leven op zicht, samenwerken op zicht, verbinden op zicht (weg met polarisatie), liefhebben op zicht (weg met online dating). Gewoon met onze ogen, onze handen, onze harten. Zonder beeldscherm. De NS doet het ons voor.

P.S. De potentiële reiziger is goed thuisgekomen.

Zonder woorden


Een wereld zo zwart

neemt mijn woorden weg

dan maar even zo

waar is de vrede

als je hem nodig hebt

wie vindt hem, koestert hem en voedt hem

ik denk trouwens dat vrede een ‘haar’ is

Voor V.

Zonder eten naar bed

Na een zondagsrondje fietsen zet ik mijn fiets terug in de schuur. Een koolmeesje maakt van de gelegenheid gebruik, vliegt de schuur in en gaat op een balk zitten. Wat schattig, denk ik nog, maar niet voor lang. Want daar is Poes Teun al, die zich met een felle blik in zijn ogen onder de balk posteert. De balk is zelfs voor Teun te hoog dus ik verlaat de schuur met een gerust hart en laat de deur openstaan, zodat het vogeltje zichzelf kan redden.

Na 10 stappen bedenk ik dat ik mijn tas in mijn fiets heb laten zitten. Ik loop terug de schuur in en dat had ik niet moeten doen. De vogel schrikt, vliegt in paniek de verkeerde kant op, HAP zegt Teun en rent met een volle bek de schuur uit. Ik heb nog nooit zoveel vloeken achter elkaar gevloekt, woedend ben ik op de poes en op mezelf. Had ik niet kunnen wachten met teruglopen tot de vogel weg was, oen die ik ben.

Voor straf gaan we vanavond allebei zonder eten naar bed. En morgen ook.

Herfst

De dag begint met verstilling. Er hangt een nevel over het land die alle geluiden dempt. Af en toe regent het zachtjes, alsof de wolken om aandacht vragen: je ziet ons niet maar we zijn er wel.

Na een paar uur klaart de dag op, de hemel wordt blauw, de zon breekt door, de temperatuur stijgt. Het is lente. De tuin lokt.

Voor de dag van morgen wordt zomer voorspeld.
Geen winter dit jaar.

Unguis tegularis

Ik ben voor mijn halfjaarlijkse controle bij de pedicure. De nagel van mijn rechter grote teen boort zich als een ongebruikt nietje met rechte zijkanten in mijn vlees. Mijn teen vindt dit niet leuk en ik ook niet.

‘We noemen dit een tunnelnagel’, merkt de pedicure op. Met in één adem erachteraan: een unguis tegularis. Een wat? Een unguis tegularis.

Diep onder de indruk van deze latijnse benaming verbijt ik de pijn die alleen al het aanraken van mijn teen doet, terwijl zij haar best doet het nietje onschadelijk te maken. Dat lukt gelukkig, althans voor het komende halfjaar.

Als ze ter afronding de ethanol ofwel alcohol pakt als extra ontsmetting, smeek ik haar om mij de volgende keer eerst een slokje daarvan te geven vóór ze met de behandeling begint.

Ze stemt toe.