Nog 44 dagen om te genieten van de laatste lente in ons oude huis. In de tuin groeit de daslook al welig, staan de narcissen nog fier overeind en wordt het gras steeds groener. ‘S nachts roept de uil, onze vaste gast.

Vijftien jaar hebben we hier gewoond, in een dorpje midden in het oneindige Groningerland. Met uitzicht op het middeleeuws kerkje, dat ons dagelijks herinnert aan het voortschrijden van de tijd. We zijn niet de eersten noch de laatsten die zich hier geborgen hebben gevoeld.
Vertrekken valt ons zwaar, ook al staat er een mooi huis voor ons klaar. Kleiner dan deze, die te groot voor ons wordt. Omringd door meer voorzieningen die we gaandeweg steeds meer nodig hebben. Gemak dient de ouder wordende mens, dus ook ons.
We missen het ruizen van de wind, het gezang van de vogels, de balkende ezels, de lammetjes van de buurman, het luiden van de kerkklok en de betoverende wolkenluchten nu al.
En die tuin hè, oh die tuin.