Zonder eten naar bed

Na een zondagsrondje fietsen zet ik mijn fiets terug in de schuur. Een koolmeesje maakt van de gelegenheid gebruik, vliegt de schuur in en gaat op een balk zitten. Wat schattig, denk ik nog, maar niet voor lang. Want daar is Poes Teun al, die zich met een felle blik in zijn ogen onder de balk posteert. De balk is zelfs voor Teun te hoog dus ik verlaat de schuur met een gerust hart en laat de deur openstaan, zodat het vogeltje zichzelf kan redden.

Na 10 stappen bedenk ik dat ik mijn tas in mijn fiets heb laten zitten. Ik loop terug de schuur in en dat had ik niet moeten doen. De vogel schrikt, vliegt in paniek de verkeerde kant op, HAP zegt Teun en rent met een volle bek de schuur uit. Ik heb nog nooit zoveel vloeken achter elkaar gevloekt, woedend ben ik op de poes en op mezelf. Had ik niet kunnen wachten met teruglopen tot de vogel weg was, oen die ik ben.

Voor straf gaan we vanavond allebei zonder eten naar bed. En morgen ook.

Herfst

De dag begint met verstilling. Er hangt een nevel over het land die alle geluiden dempt. Af en toe regent het zachtjes, alsof de wolken om aandacht vragen: je ziet ons niet maar we zijn er wel.

Na een paar uur klaart de dag op, de hemel wordt blauw, de zon breekt door, de temperatuur stijgt. Het is lente. De tuin lokt.

Voor de dag van morgen wordt zomer voorspeld.
Geen winter dit jaar.

Unguis tegularis

Ik ben voor mijn halfjaarlijkse controle bij de pedicure. De nagel van mijn rechter grote teen boort zich als een ongebruikt nietje met rechte zijkanten in mijn vlees. Mijn teen vindt dit niet leuk en ik ook niet.

‘We noemen dit een tunnelnagel’, merkt de pedicure op. Met in één adem erachteraan: een unguis tegularis. Een wat? Een unguis tegularis.

Diep onder de indruk van deze latijnse benaming verbijt ik de pijn die alleen al het aanraken van mijn teen doet, terwijl zij haar best doet het nietje onschadelijk te maken. Dat lukt gelukkig, althans voor het komende halfjaar.

Als ze ter afronding de ethanol ofwel alcohol pakt als extra ontsmetting, smeek ik haar om mij de volgende keer eerst een slokje daarvan te geven vóór ze met de behandeling begint.

Ze stemt toe.

Alleen de kikker kwaakt

Het is al maanden stil in de vijver, behalve een enkele kikker beweegt er niets. Ooit was het een drukte van jewelst met tien grote windes die het wateroppervlak in beroering brachten en om de dag hun handje vissenvoer kregen. Af en toe landde er een reiger op de rand van de vijver, maar hond Benthe pikte dit niet en verjoeg luid blaffend de vijand.

Ergens in het voorjaar werd het stil rond de vijver, akelig stil. Geen reiger meer, geen vissen meer, geen vissenvoer meer. Heel af en toe, in de ijdele hoop dat er toch nog een vis rond zwom, gooiden we wat korrels in het water. Je weet maar nooit, je wilt ook niet dat ze van honger dood gaan. Er gebeurde niets, behalve die ene kikker die het rijk alleen had.

Tot we een paar dagen geleden een kopje thee dronken bij de vijver en kringen op het water zagen. Met ingehouden adem slopen we dichterbij. Er zwom iets, een vis, twee vissen, drie, vier, zeven, nee nog veel meer, niet meer te tellen zoveel. In allerlei maten, van piep tot reusachtig. Er had zich een wonder voltrokken, de windes hadden zich in stilte voortgeplant.

Ze krijgen nu weer om de dag voer, niet meer één maar drie handjes, want het is een grote school. Zij blij, wij blij. Alleen de kikker kwaakt verontwaardigt, die is zijn rust kwijt.

Wachten op het einde van de vloed

Het podium is klaar, de lampen hangen hoog in de masten, de loopplank voor de bezoekers verbindt het labyrint van de kerk in Oosterwijtwerd met de tribunes. De komende maand wordt hier de  muziektheatervoorstelling De Grote Vloed gespeeld. Morgen gaan ze los.

In een ver verleden, vóór de komst van dijken, is Groningen meerdere keren getroffen door enorme overstromingen. Duizenden mensen en dieren zijn toen omgekomen. Het waren barre tijden.

Het belooft een spektakel te worden. Ik stel me voor dat het water in woeste golven over het podium raast, vergezeld door donder en bliksem en de hulpkreten van mensen die vluchten voor hun leven. En ik stel me voor dat het aan het eind van de voorstelling toch allemaal goed komt, zodat de bezoekers met een goed gevoel huiswaarts gaan.

Dit alles vindt plaats op gehoorsafstand van mijn huis. Waait de wind uit het oosten, dan zal ik alles letterlijk kunnen verstaan en zal de watersnoodramp me een maand lang beroven van mijn avondrust. Maar mij hoor je niet klagen, want ik hoef geen kaartje te kopen en ben er tóch bij.