Ik wou

De dagen tussen 21 juni en 12 juli staan voor mij in het teken van mijn vader. Op 21 juni was hij jarig, op 12 juli stierf hij. Precies drie weken zaten ertussen. Hij was ziek, erg ziek. Zijn lievelingszus, mijn lievelingstante, kwam op zijn verjaardag langs om afscheid van hem te nemen. Ze zaten samen op een bankje in de tuin. Niemand stoorde ze.

Vlak nadat hij gestorven was belde ik mijn tante om het haar te vertellen. Ik wist dat zij al dagen de telefoon in de gaten hield, want elke minuut kon zijn laatste zijn. Mijn tranen zeiden genoeg, we huilden samen om hem.

Deze dagen kijk ik elke dag naar zijn foto, een paar dagen voor zijn dood gemaakt. Het is al jaren geleden, maar hij voelt nog steeds zo dichtbij. Vandaag moest ik erom huilen, zomaar opeens. Ik wou dat hij er nog was.

Tulp en boom

Ik heb het niet zo op tulpen sinds ik weet hoeveel gif daarbij gebruikt wordt. Maar ik heb wel een tulpenboom. Hij staat er al jaren, misschien wel honderd. Zomers krijgt hij bloemen in de vorm van een gele tulp. Hij heeft er niet elk jaar zin in, dus is het altijd spannend of er knoppen in komen of niet.

Dit jaar is het weer raak, de boom zit vol grote groene knoppen en aan de zonzijde zijn al tientallen tulpen verschenen. Ik probeer ze te tellen, maar ben bij tachtig maar gestopt.

Er wordt voor vanavond onweer, hagel en windstoten verwacht. Nu ben ik bang dat ik morgen nog wel een boom heb, maar dat er geen tulp meer te bekennen is. Moet ik weer een heel jaar wachten.

Uilenkakafonie

Om een uil te zien moet je niet omhoog maar juist naar beneden kijken. Dat ontdekte ik gisteravond toen ik nog een rondje om het huis deed. Ik zag witte vogelpoep liggen met een paar bruine plakken erbij, zo groot als een 2 euromunt. Dat moet wel van een grote vogel zijn. Ik keek omhoog naar de boom of ik hem kon zien.

Eerst viel me niets op, wat takken en veel blad. Ik keek langer en opeens zag ik hem: een ransuil. Hij zat daar heel rustig en trok zich niets van me aan. Hij hoog in de boom, ik met mijn voeten op de grond. Als er één ransuil is zijn er meestal meer. En ja hoor, toen de nacht viel barstte een ware uilenkakafonie los. Jonge uilen die om het hardst om eten riepen, afgewisseld met geruststellende antwoorden van hun ouders: het avondeten is bijna klaar!

En dit alles vlak naast mijn slaapkamerraam, waar ik in slaap viel bij het tevreden geluid van uilskuikens met een volle buik.

Met de Koning en Koningin op Schier

Op weg naar de boot die ons terug zou brengen van Schiermonnikoog naar Lauwersoog, maakten we een praatje met de taxichauffeur. Het gesprek begon over honden en eindigde met de Koning en de Koningin. Dat laatste omdat 20 minuten na ons vertrek W.A. en M. met een helikopter zouden aankomen op Schier. Dat eerste omdat hond Benthe bij de chauffeur op schoot wou kruipen omdat ze niet van autorijden houdt.

Dit was natuurlijk onze kans om het koningspaar met eigen ogen te kunnen zien. Maar in overleg met de chauffeur die net als wij een passie had voor honden maar niet voor het koningshuis, besloten we de boot niet weg te laten varen zonder ons.

Voor wie er wel graag bij had willen zijn maar niet in de buurt was, hierbij een foto als troost, genomen vanaf de boot. Bij de helikopterhaven staan de koninklijke auto’s al te wachten op de feestelijke aankomst van W.A. en M. die tweeëneenhalf uur op het eiland zouden doorbrengen. Gelukkig hadden wij er vijf hele dagen opzitten.

De pruimenboom

Toen hij nog fier rechtop stond was het een pruim, zo’n acht meter hoog. Hij stond met zijn appelboomvriendjes al jaren in de boomgaard. En gaf een overvloed aan heerlijke blauwe pruimen. Tot een paar jaar geleden toen de vruchten, als ze eenmaal begonnen te vallen, onrijp bleken te zijn. En dat jaar na jaar. Het opruimen van al die pruimen was een hels karwei.

We besloten tot een rigoureuze maatregel: de pruim moest eraf. Samen met een tuinmaatje zijn we hem te lijf gegaan. Hoge ladder erbij, touwen en de boomzaag. Heel voorzichtig de hoge takken er afgehaald, net zolang tot we de boom durfden te laten vallen.

Tevreden waren we dat het ons zonder problemen gelukt was. Toch knaagde er ook wat schuldgevoel: een gezonde boom kappen doen we liever niet. Daarom was het een opluchting toen we zagen dat de kern van de boom donkerrood was in plaats van licht bruin. De boom was ziek en daarom gaf hij onrijpe vruchten.

We hadden hem dus niet voor niets het lootje laten leggen. Pfff, dat scheelt.