Om een uil te zien moet je niet omhoog maar juist naar beneden kijken. Dat ontdekte ik gisteravond toen ik nog een rondje om het huis deed. Ik zag witte vogelpoep liggen met een paar bruine plakken erbij, zo groot als een 2 euromunt. Dat moet wel van een grote vogel zijn. Ik keek omhoog naar de boom of ik hem kon zien.

Eerst viel me niets op, wat takken en veel blad. Ik keek langer en opeens zag ik hem: een ransuil. Hij zat daar heel rustig en trok zich niets van me aan. Hij hoog in de boom, ik met mijn voeten op de grond. Als er één ransuil is zijn er meestal meer. En ja hoor, toen de nacht viel barstte een ware uilenkakafonie los. Jonge uilen die om het hardst om eten riepen, afgewisseld met geruststellende antwoorden van hun ouders: het avondeten is bijna klaar!
En dit alles vlak naast mijn slaapkamerraam, waar ik in slaap viel bij het tevreden geluid van uilskuikens met een volle buik.