Drank en chocola

Voor het eerst in weken moest ik naar de stad. Ik had een essentiële reden om naar de opticien te gaan en dat mag van Rutte. De stad was in mineur. Leegstaande panden met bordjes Te Huur erop, een uitgestorven Vismarkt, geen student te bekennen. Het voelde als een stad in winterslaap.

Het weer was guur en de behoefte aan iets warms groot. Maar nergens was een koffietentje te bekennen dat zichzelf tot essentieel had verklaard. Mag niet van Rutte.

Op de terugweg naar het station passeerde ik een slijterij en een bonbonwinkel. Allebei open. Drank en chocola om je door de lockdown te slepen. Mag wel van Rutte. Met een tas vol bonbons en vijf flessen Beerenburg ging ik huiswaarts.

Ik hou het wel vol tot 9 februari. Rutte niet.

Een ree in de mist

De wereld is nog leeg en stil, als ik na een nacht met teveel vuurwerk mijn rondje loop met de hond. De mist hangt laag over het land, in de verte staat een ree, nog net zichtbaar. Hij kijkt onze kant op, hij heeft ons allang gespot.

Reeën hebben geen weet van kalenders, zij weten niet dat het 2021 is geworden. Elk jaar is voor een ree hetzelfde. Eten, slapen en voortplanten, dat is het wel zo’n beetje. Tot de reeënhemel roept.

Ik weet wél dat het 1 januari 2021 is. En zoals iedereen begin ik het nieuwe jaar met goede voornemens, die ik vervolgens een jaar lang met me mee sleep. Daarom wou ik dat ík die ree was die een vrouw spotte met haar hond. Dan hoefde ik niks anders te doen dan eten, slapen en voortplanten.

2020

Een jaar dat met geen duizend woorden te beschrijven is

Een jaar van ongeloof

Een jaar van volhouden

Een jaar van intimiteit op afstand

Een jaar van verlies en berusting

Een jaar van geluk in kleine dingen

Een jaar met een belofte

In 2021 kan het alleen maar beter worden

Paarden en suikerbieten

De suikerbieten op het erf van de boer liggen al maanden te wachten tot ze opgehaald worden. Het zijn er dit jaar zoveel dat er voor de paarden bijna geen plek meer is. Als het land te nat is kunnen de paarden de wei niet in, ze hebben dan een eigen plekje op het erf. Met als enig uitzicht: duizenden suikerbieten.

Aan een suikerbiet is eigenlijk weinig te zien. Het is een bonkig, schonkig ding met modder eraan. Als ik een paard was, zou ik er snel op uitgekeken zijn. Voor deze paarden geldt dat ook. Elke keer als ik langs loop kijken ze op en begroeten ze me met een luid gehinnik: “Ah, ben je daar weer, eindelijk afleiding, eindelijk een praatje”.

We hebben het dan even over het weer en hoe fijn het zou zijn als ze snel de wei weer in kunnen. Bij het afscheid beloof ik altijd de volgende dag weer langs te komen. Dat dat niet altijd lukt nemen ze me niet kwalijk, want of ik nu kom of niet, ze verheugen zich elke dag weer op mijn komst. En dat leidt ze toch maar mooi af van die saaie suikerbieten.

Quality touched by Fiona

Beeldhouwen is kijken, heel veel kijken. En twijfelen, heel veel twijfelen. En dan opeens een beitel pakken en denken: wat maakt het ook uit, als het mislukt is er altijd nog een volgende steen. Met deze bravoure begin ik in het voorjaar aan het maken van een beeld voor in de tuin. Niet in mijn eentje, maar samen met een heuse beeldhouwer: Fiona Zondervan. Ze leert me kijken, stelt me gerust als ik twijfel, moedigt aan en laat me mijn gang gaan. Want haar uitgangspunt is: “het is jouw steen dus jij bepaalt”.

Dat vind ik het fijne van beeldhouwen: de steen is van mij, ik kan ermee doen wat ik wil. Dat geeft me de vrijheid om mijn intuïtie te volgen, ik hoef me niet aan regels te houden, het hoeft nergens op te lijken en het hoeft zelfs niet mooi te worden. Ik hak, boor, slijp en vijl zonder precies te weten waar ik naar toe op weg ben. Er moet een gat in de steen, dát weet ik wel.

Het is inmiddels december, de steen is een beeld geworden en heeft een plekje gevonden in mijn tuin. Ik moet denken aan vroeger toen ik een Giant racefiets had. Op de stang stond ‘Quality touched by Koga’. Mijn fiets was aangeraakt door het topmerk onder de fietsen. Trots was ik, heel trots.

Nu, vele jaren later, heb ik een zelfgemaakt beeld: ‘Quality touched by Fiona’. Trots ben ik, heel trots.