Nooit tot drie tellen

We zitten in de kelder van het oude pand. Ramen ontbreken, de kamer ruikt naar natte jassen. Het kille tl-licht helpt niet mee, alleen de thee zorgt nog voor wat warmte. We hebben overleg en er moet mij dringend iets van het hart.

De voorzitter deelt de agenda uit: eerst de notulen van de vorige keer, daarna het verslag van een cursus en als derde is mijn inbreng aan de beurt. De notulen nemen veel tijd, zoals gebruikelijk, want elke punt en elke komma moeten becommentarieerd. Daarna volgt het verslag van een training, de bits en bytes vliegen me om de oren. Oren die niet geschikt zijn voor digi-taal.


Eindelijk zijn we aangekomen bij agendapunt drie. Ik zit klaar om los te barsten. “Gezien de tijd slaan we puntje drie over, we gaan gelijk door met punt vier: de taakverdeling”, zegt de voorzitter onverwachts. Ik zak als een plumpudding in elkaar. Had ik nou maar gelijk gezegd dat mij de woorden op de tong brandden, had ik nou maar nooit tot drie geteld.