Benthe en de Grijze

In de boomgaard naast ons huis staat sinds kort een paard. Eigenlijk twee paarden, maar de tweede wou niet op de foto. Ze lopen te grazen, slaan op de vlucht voor elke langslopende dorpsbewoner of liggen te rusten. Deze, de Grijze vanwege zijn dek, kruipt het liefst zo dicht mogelijk tegen ons hek aan, recht tegenover de keukendeur.

Ik ben gewend Benthe om me heen te hebben, een middenmaatje hond. Een paard zo dichtbij is andere koek. Wat is zo’n beest dan opeens ontzettend groot, een zetje tegen het hek en hij staat in de keuken. Weg avondeten. Weg baasje van Benthe.

Benthe, een stuk stoerder dan ik, trekt zich nergens iets van aan. Hij blaft eens tegen Grijze, snuffelt aan zijn neus en gaat er gezellig bij liggen. Tot het etenstijd is, dan komt Benthe binnen, vertrekt Grijze naar de stal en haalt het baasje opgelucht adem.

Sneeuwneus

Als ik Benthe door de keukendeur de tuin in laat gaan, blijft ze eerst op de drempel staan. De wind staat recht op de deur en waait poedersneeuw op haar kop. Ze aarzelt even en zet dan voorzichtig een stap naar buiten. Ze neemt een hap uit de sneeuw, keurt het en zet het op een rennen. Als een dolle stier sjeest ze door de tuin. Dit is leuk, dit is feest.

Na een kwartier roep ik haar binnen. In plaats van te komen daagt ze me uit met haar te spelen. “Baasje, ik wil achter sneeuwballen aanrennen, doe je mee?” Maar baasje vindt het te koud, baasje is niet zo stoer.

Ze schudt de sneeuw van haar neus en begint aan haar volgende renrondje. Die komt vandaag niet meer binnen.

Sporen

Ik laat de hond uit in een witte wereld. Er zijn me al wat mensen, honden en fietsen voorgegaan. De pootafdrukken aan de rechterkant van de weg zijn van Benthe. Die herken ik uit duizenden.

Ik loop vaak over deze weg, hij brengt me naar het weiland waar Benthe vrij kan rondrennen. We hebben samen al heel wat schoen- en pootafdrukken achtergelaten. De meeste onzichtbaar, behalve als er modder op de weg ligt.

Zodra de sneeuw gesmolten is, zijn de sporen verdwenen. Of zou de aarde onthouden wie hier gewandeld, gefietst en gerend hebben? Misschien blijven onze sporen wel bestaan, ook als we er niet meer zijn. Een troostrijke gedachte.

Voor Loes

Graafschoentjes

Bah, wat heb ik nou toch weer een vieze pootjes. Waarom maakt mijn baasje die niet schoon, ze ziet toch dat ze zwart zijn van de klei. Het is ook elke keer hetzelfde. Heb ik enthousiast een muizenhol uitgegraven, zegt mijn baasje: ‘maak je poten zelf maar schoon, je hebt ze ook zelf vuil gemaakt’.

Ik vind het niet eerlijk. Die klei gaat helemaal tussen mijn tenen zitten, die krijg ik er met mijn tanden niet meer uit. En als de klei opdroogt, worden het harde klonten en dat doet pijn bij elke stap die ik zet. ‘Moet je maar niet graven’, zegt mijn baasje dan. Maar ik kan niet anders, want ik ben een Friese Stabij en die zijn gemaakt om te graven. Liefst naar mollen, maar muizen smaken me ook goed.

Zoals u weet, ben ik een dame en zie ik er graag netjes uit. Daarom heb ik het volgende bedacht: ik vraag aan Sinterklaas graafschoentjes met klittenband, die kan ik zelf aan en uit doen. Want van mijn baasje hoef ik geen hulp te verwachten. Maar die is dan ook geen dame.

Lopen over water

Het knuppelpad

Samen met hond Benthe wandel ik in ‘t Roegwold, het prachtige oud/nieuwe natuurgebied ten oosten van Stad. We besluiten over het Knuppelpad te lopen. Best een beetje spannend zo’n plankier zonder railing. Het ritme van de houten planken botst met de bewegingen van het water. Ik word er een beetje zeeziek van en Benthe maakt het liefst gelijk rechtsomkeert. Maar we laten ons niet kennen en lopen door.

Na een tijdje went het en begint het Grote Genieten. De wind om je hoofd, het klotsende water en het rustgevende gegak van ganzen zorgen voor een verstilde wereld. Benthe en ik hebben er na drie rondjes nog geen genoeg van. Morgen weer.