Kleinzoon

Ik ben nog nooit bij een ijshockeywedstrijd geweest, maar als bonus-oma van een kleinzoon van 13 is dit mijn kans. Hij moet spelen in Groningen, ver weg van zijn eigen woonplaats, maar dicht bij de mijne.

Het lijkt me een koude bedoeling zo’n ijshal en dat is het ook. Het handjevol ouders en grootouders is bij lange na niet voldoende om de hal te verwarmen. Een dikke jas, sjaal, handschoenen, en hete chocolademelk doen wonderen.

Zijn vader legt me de regels uit, ze zijn zo ingewikkeld dat ik ze gelijk weer vergeet. Ik doe wel zonder. Bovendien heb ik al mijn aandacht nodig om kleinzoon te herkennen, temidden van die twaalf over het ijs krioelende mensjes verstopt in ijshockeypakken.

De wedstrijd is spannend en razendsnel. De strijd gaat gelijk op, ook al bestaat het thuisspelende team uit iets oudere spelers. Ze beuken tegen de boarding, maken noodstops, vallen en staan weer op. Ik schreeuw mijn keel schor.

Kleinzoon houdt zich dapper staande en is de tegenstander regelmatig te snel af. Dat belooft nog wat. Zijn team verliest uiteindelijk, maar dat mag mijn pret niet drukken. Ik heb hem zien spelen, dat was voor mij genoeg.

Voor T.