Het onzekere voor het zekere nemen

Maanden heb ik in ontredderende onzekerheid gezeten over het plotselinge zichtverlies in mijn rechteroog. Wat is er precies gebeurd, waardoor en wat staat me nog te wachten? Daar kwam het kort gezegd op neer. De oogarts heeft me vorige week eindelijk duidelijkheid gegeven: de oorzaak en de gevolgen worden pas met de tijd en afhankelijk van het slagen van de behandeling duidelijk. Oftewel: niets is zeker, alles is en blijft ongewis.

Nu ik dit weet is er een weldadige rust over mij neergedaald. Ik sta er zelf van te kijken. Oké, ik heb een chronisch oogprobleem, dat is zeker, maar verder is alles onzeker. Aan die onzekerheid is niets te doen. Hij is er en hij blijft. Dat is een feit, een zekerheid waar niet aan te tornen valt. Ik kan hoog of laag springen, maakt allemaal niets uit.

In mij is een schakelaar omgezet. Was ik de afgelopen tijd vooral bezig met wat ik verloren heb, nu zie ik wat ik behouden heb. Ja, ik ben zicht kwijtgeraakt, maar ik heb naast mijn slechte oog ook nog een goed oog. Ja, de toekomst is onzeker, maar nu ik dat zeker weet hoef ik er niet meer zo ontredderd over te zijn. Het onzekere is mijn nieuwe zekerheid geworden.


Eerder verschenen blogs over mijn oogprobleem
Pech
Rollator
Dronken

Pech

Drie maanden lang heb ik het op kracht en optimisme gered. Twee keer heb ik geschreven over de pech die me getroffen heeft: Dronken & Rollator. Maar altijd omfloerst, nooit recht voor z’n raap. Ik wil hier niet zeuren, niet klagen. Ik wil sterk zijn en mijn tegenslag moedig dragen, met af en toe een traan. Drie maanden lang ging dat goed, tot afgelopen vrijdag.

Toen stelde de optometrist van Visio me de simpele vraag: hoe is het nu met jou? Ze was de eerste oogprofessional die ik de afgelopen tijd ben tegengekomen die me deze vraag stelde. In mij brak een dijk door en eindeloze golven van tranen kwamen vrij. Alsof ze lagen te wachten op iemand die niet alleen naar mijn oog keek, maar ook de mens achter het oog zag. Mij zag. Iets wat ik node mis bij de medische oogprofessionals.

Het liefst wil ik mijn pech buiten mijn blog houden, want dit blog is bedoeld voor leuk, licht en amusant. Maar daarmee doe ik mezelf tekort weet ik nu. Schrijven over leuke dingen begint me steeds moeilijker te vallen. Dus vooruit met die geit: ik heb een bloeding in mijn netvlies gehad, met als gevolg dat ik in één oog nog 60% zicht heb en een vervormd beeld. Als behandeling krijg ik maandelijks een injectie in mijn oog. Mijn goede zicht krijg ik nooit meer terug, maar de vervorming zal hopelijk wat minder worden.

Zo dat is eruit, ook deze dijk is geslecht. Vanaf nu is mijn blog bedoeld voor leuk, licht, amusant èn verdrietig.

Rollator

Als ik de kleine wachtkamer van de polikliniek binnenkom zitten er al vijf mensen. Het is vijf over elf, ik ben precies op tijd. Toch zal ik nog lang niet geholpen worden, want eerst moet er uitgebreid gedruppeld worden. Door de praatgrage verpleegkundige. Niet alleen bij mij, maar ook bij de anderen. In deze wachtkamer wordt alleen gedruppeld en gepraat.

Er ontstaat een levendig gesprek tussen de grijze, kromgebogen vrouw met aftandse rollator en de verpleegster. De wielen van haar rollator zijn tot op de velg versleten, maar ze wil geen nieuwe: ‘Ik loop er zo lekker achter’. Het liefst zou ze het even voordoen, maar de wachtkamer is te klein om op veilige afstand een rondje te lopen. We geloven haar zo wel.

Om beurten brengt de verpleegkundige ons naar de behandelkamer. Daar staat de arts klaar. De een is langer binnen dan de ander, maar voor iedereen geldt dat ie er wat bleekjes weer uit komt. Met een snelle groet en ‘sterkte’ verlaat de overlevende van de behandeling zo snel mogelijk de polikliniek. Gezellige praatjes worden pas over een maand weer gemaakt.

Dronken

Vroeger, in mijn studentenjaren, dronk ik wel eens een glaasje te veel. Een avondje of een nachtje doorzakken hoorde erbij in de studentenflat waar ik woonde. Je bent jong en je wilt wat. En als je wat verlegen bent, helpt alcohol daar prima bij.

Nu ik niet meer jong ben, heb ik genoeg aan af een toe een glaasje. Maar altijd met mate. En toch heb ik sinds kort last van dronkenschap, in één oog. Bezie ik de wereld door mijn rechteroog dan waan ik me terug in de flat: de muren bewegen, details zijn een blur, wat recht was is krom. Kijk ik door mijn linkeroog dan ben ik zo nuchter als een dominee die zich voorbereidt op de dienst. De kerkbanken staan keurig in het gelid, de bloemen rechtop in de vaas.

Deze keer komt het niet door een glaasje te veel, maar door een bloedinkje in mijn oog. Gevalletje pech. Was de kater vroeger van korte duur, nu duurt ie veel langer. De oogarts zegt dat ik nog maanden dronken zal zijn. Aan één oog. Gelukkig heb ik er nog eentje.