Dierbaar dier

Ik bezoek de tentoonstelling ‘Dierbaar dier’. Een expositie met ontelbaar veel dieren, gemaakt door 43 kunstenaars. Eentje daarvan ken ik persoonlijk, beeldhouwer Fiona Zondervan. Toevallig is deze tentoonstelling ter ere van haar, omdat ze al dertig jaar beelden van dieren maakt.

Deze diashow vereist JavaScript.

In mijn jonge jaren had ik twee ratjes. Ze liepen los door mijn slaapkamer, kwamen naar me toe als ik ze riep en kropen het liefst in mijn hals. Ze knabbelden aan mijn boeken en maakten een plashoekje van de snippers. Ik was dol op ze, want ratten zijn slimme schone beestjes. De tamme dan.

Of Fiona ook van ratjes houdt weet ik niet, maar ze is wel gek op dieren: roofvogels, uilen, tijgers, neushoorns, hazen, apen, pinguïns, cheetas. Daar maakt ze beelden van. Zo levensecht, dat ik er eentje mee naar huis wil nemen. Hij moet wel in mijn slaapkamer passen. Een biggetje misschien?

De tentoonstelling is t/m 23 juni te bekijken in museum Mohlmann in Appingedam.

Wonderful world

De kunstenaar Dale Chihuly schijnt een wereldberoemdheid te zijn, maar ik had nog nooit van hem gehoord. Misschien kwam dat omdat hij veel met glas werkt en van glaskunst had ik een lage dunk, ik vond het kitsch. Tot een vriendin mij overviel met de vraag: ‘Ga je mee naar zijn tentoonstelling in het Groninger Museum?’ Soms moet je in naam van de vriendschap wat veren laten, dus ik zei ja.

Ik verwachtte niet veel: wat pruilende beeldjes, vertederende engeltjes, driehoekige vazen, poezelige troeteldieren, vers geblazen kaarsenstandaards en serviezen met zwoele wijnglazen. Zoiets. Ik ben een mens van weinig verwachtingen. Dat heeft zijn voordelen, je komt nog wel eens voor een verrassing te staan. Als het mee zit.

Bij binnenkomst in de eerste zaal, vreesde ik het ergste: een zaal vol liggende grote bollen. Geen idee wat het voorstelde. Ook de tweede zaal versterkte mijn vooroordeel over kunst van glas: protserige, raar uitgedoste vazen en andere prullaria. Kitsch van het zuiverste soort. En ik had nog acht zalen te gaan. Ik verlangde naar een kopje koffie en ging op zoek naar mijn vriendin. Die was in geen velden of wegen te bekennen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Dwalend door de gangen en zalen stond ik opeens oog in oog met een wonder. Ik was terechtgekomen in een onderwaterwereld vol kleuren, vormen, licht en beweging. Grote gele vlinders vlogen boven het water, rode halmen bewogen in de wind, en gekleurde bollen schurkten zachtjes tegen elkaar aan.

Ik probeerde het water aan te raken, maar kwam niet verder dan het oppervlak. Er was helemaal geen water, er was alleen een zwarte spiegel, waarin de boven- en de onderwereld elkaar ontmoetten. De vlinders vlogen dankzij de illusie van het water, de halmen bewogen omdat ik bewoog.

Op een bankje zat mijn vriendin stilletjes te genieten: ‘Mooi hè, wat Chihuly van glas maakt?’ Ik kon alleen maar sprakeloos knikken. Zoiets prachtigs had ik nog nooit gezien.