Stormvogel

Geknakt hang ik achterover, met nog één nagel vast aan de paal. Een storm met windkracht 8 heeft me geveld. Wegvliegen wil niet meer, pleisters plakken ook niet. Ooit stond ik als fiere wachter de tuin te bewaken. Ooit was ik de stoerste en de sterkste. Tegen weer en wind bestand.

Het leven van een stormvogel is hard. Zo wordt je bewonderd, zo donder je van je paal. En het ergste is, je wordt zonder pardon afgevoerd naar het oud schroot. Maar wat het allerergste is, je wordt gelijk vervangen door een nieuwe vogel. Een vrouwtjesvogel nog wel..

Beeld: Gerrit van Emous

Dit ben ik in volle glorie.
Zeg nou eerlijk, daar kan toch geen vrouwtje tegenop.

Onder de kastanjeboom

De takken gaan vervaarlijk heen en weer, de regen striemt in mijn gezicht. Op uitgerekend de natste, winderigste dag van het jaar doe ik samen met een goeie vriendin de najaarssnoei. We zagen en knippen, slepen met takken en stammen. De wilgenhaag wordt gekortwiekt, de rode hazelaar met zijn lange staken gefatsoeneerd. Er komt weer licht en lucht in de donkere hoekjes van de tuin.

Aan het einde van de dag schuilen we onder de kastanjeboom. We raken aan de praat. Terwijl de regen valt en de schemering inzet vergeten we de wereld om ons heen. We merken niet dat het kouder wordt en vergeten hoe moe we zijn. Na een uur staan we er nog. De tuin is klaar, wij nog lang niet.

Voor Renie

Kabouterkruiwagen

Vanochtend trof ik dit tafereel aan in mijn tuin. Een omgevallen stoel en een kabouterkruiwagen. Ik had al een tijdje het vermoeden dat er kabouters in de tuin waren, maar nu weet ik het zeker. Kabouters staan bekend om hun voorliefde voor verse bamboe, geplukt bij zonsopgang. Onze tuin staat er vol mee.

Zo te zien is de kabouter ergens van geschrokken en op de vlucht geslagen. Misschien door de reiger die op weg was naar de vijver voor een lekker visje. Of de pauw van de buren die met opgestoken staart angstaanjagend indrukwekkend door de tuin kan schrijden.

Morgen sta ik vroeg op en verjaag ik de reiger en de pauw. Daarna breek ik wat verse bamboe af, leg die in het kruiwagentje en schrijf een briefje voor de kabouter.

Opti outie,
sens flare it
lamere hmmmm,
greewiefe


Voor de lezers die de kaboutertaal niet kennen, doe ik de vertaling erbij.
Lieve kabouter,
De kust is nu veilig

Eet smakelijk,
De tuinvrouwe

De vink die een eend wil zijn

In onze badkamer woont een jong eendengezin. Ze badderen in het bad, eten de muggen die door het openstaande raam naar binnen vliegen en rusten uit op de vensterbank. In de tuin woont een vink die op zoek is naar gezelschap. Hij of zij heeft zijn oog laten vallen op de eendenfamilie. Al dagen lang doet hij verwoede pogingen hun aandacht te trekken. Hij zingt zijn mooiste lied, voert kamikazeacties uit op het raam en poept op het kozijn. Niets helpt. De eenden kijken niet op of om.

De vink doet me denken aan een afgewezen minnaar die tegen beter weten in hoopt dat het toch nog goed komt. Of aan een premier die niet van ophouden weet. Arme vink, ik begrijp zijn verlangen en ga hem helpen. Ik verkas familie eend van de badkamer naar de tuin, waar ze een heuse vijver tot hun beschikking hebben. Ze gaan de vink leren zwemmen en kwaken. Als een liegbeest premier kan zijn, waarom een vink dan geen eend?

Een eigen paal

Een jaar geleden is hij aan komen vliegen, dit is het eerste voorjaar dat hij in de tuin meemaakt. Aan zijn voeten staan tientallen narcissen te bloeien. Binnenkort moet het gras al gemaaid worden, dan komen de wormen naar boven, dat is fijn want dan kan hij die aan zijn kinderen voeren.

Oh nee, dat kan niet. Er is nog geen vrouwtje naast hem op de paal komen zitten en zonder vrouwtje geen eitjes en geen jonkies. Hij zit er niet mee, want zo’n paal voor jezelf is best fijn. Geen gezeur aan je hoofd, geen gedoe, geen geklaag.

Een beetje mijmeren boven de narcissen en stiekem dromen over een vrouwtje met een eigen paal. Dat is voor deze vogel meer dan genoeg.

Lees ook: De wachter