Heimwee

Ik voel me de laatste tijd wat melancholiek, kan mijn draai niet vinden en zit veel voor me uit te staren. Dat de zon schijnt en de lente nu echt aan het doorbreken is verandert daar niets aan. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar ik kom tot niets. Behalve tennissen en met de hond lopen.

Tijdens het wandelen mijmer ik over de afgelopen maanden en denk ik terug aan een jaar geleden toen we in onze nieuwe huis kwamen wonen. Over 29 dagen wonen we hier precies een jaar. Wat betekent dat we een jaar geleden nog in ons vorige huis woonden en daar de voor ons laatste lente meemaakten. Het afscheid nemen was moeilijk, we woonden er zo prachtig en toch moesten we er weg.

Ook al vertel ik iedereen dat het goed is zo, dat ik gewend ben aan onze nieuwe stek en blij ben dat we de stap gezet hebben. Als ik goed naar mezelf luister zegt een stemmetje in mij wat anders: “je bent er helemaal niet blij mee, je mist de grote tuin en de weidsheid van het landschap en de poezen en de stilte en …”

Ik wil terug, maar weet dat dat niet kan. En dat maakt me melancholiek. Veel wandelen dus maar de komende 29 dagen.

Oud en nieuw

Links een keramiek kopje en schotel met een dampwolkje, rechts een glazen plafondlamp. Gebroederlijk hangen ze naast elkaar in onze nieuwe huis. Het kopje hadden we al, de lamp hebben we net gekocht.

Verhuizen is meenemen wat je dierbaar is. Verhuizen is ook de kans grijpen om nieuwe spulletjes te kopen. Dat laatste hebben we met mate gedaan, want we zijn ook van de duurzaamheid. Maar een nieuw huis moet ook verwend worden, zeker als je je er thuis wil gaan voelen.

Eerst alle dierbare spullen een plekje geven en dan kijken waar het huis nog meer om vraagt. Een lampje hier, nieuwe gordijnen daar en verse planten in de tuin maken het huis steeds meer van ons.

Dat wat achterbleef wacht nu in de kringloop op een nieuwe bestemming.

Aan het water

“Ik woon aan het water”, hoorde ik laatst iemand zeggen. Wat leuk, dacht ik nog, dat zou ik ook wel willen. Maar ze bedoelde iets anders: “ik moet vaak huilen, mijn tranen zitten erg los”. Ik vond het een mooi beeld, maar voor haar had het een negatieve betekenis: ik moet altijd huilen en daar wil ik een ander niet mee belasten.

Sinds een paar weken woon ik ook aan het water. De ene huilbui na de andere dient zich aan. Ik geef me eraan over, want tranen horen bij mij. Laat maar stromen, laat maar gaan, het water moet uit mij. Ik  ga samen met mijn partner ergens anders wonen en verlies daarmee mijn droomhuis en tuin. En dat doet pijn. Daarom woon ik aan het water, net zo lang tot mijn tranen op zijn.