Vakantiebaantje

Ik zei spontaan ja, toen me gevraagd werd een weekje de krant rond te brengen. De vaste bezorger ging met zijn ouders op vakantie en er was in het hele dorp geen jongere te vinden die het even over wou nemen. Toen kwamen ze bij mij uit, een oudje.

Vroeg opstaan is geen punt, dat doe ik zowiezo al. Zo vroeg de deur uit is andere koek. Mijn dag begint altijd met mijn ochtendritueel: kopje thee, poes op schoot en krantje lezen. Maar nu moest ik eerst die krant bij mezelf bezorgen.

Zuchtend en kreunend vertrok ik op de fiets. Tot ik om me heen keek en de ochtendluchten zag. Dat maakte veel goed.

Het weekje is voorbij. De bezorger, jong van lijf en leden, is weer terug op zijn vroege post. En ik ben weer de pensionado die blij is als de krant op de deurmat valt.

Herinneringen

Hij loopt krommer, zijn voeten sloffen, zijn benen zijn dunner. Zonder rollator wankelt hij als een rietje in de wind. Zijn spaarzame grijze haren staan wijduit, zijn gebit is helemaal uit.

Hij is bijna een jaar weduwnaar en hij is nog niet klaar. De orchideeën moeten nog verzorgd, de tuin nog bijgehouden en de NRC gespeld. Alleen dat laatste kan hij zelf, de rest doen zijn kinderen.

Een kleinzoon komt langs. Hij leeft op en wil alles van hem weten. Maar zonder gebit blijven de woorden vaak steken en is het raden naar wat hij zegt. Kleinzoon laat hem liefdevol in zijn waarde.

Heden en verleden lopen steeds meer door elkaar, gedachtensprongen zijn niet altijd te volgen, tranen liggen op de loer na 67 jaar samen zijn en nu alleen. Maar hij houdt vol. Want nu leeft hij nog tussen de herinneringen aan zijn vrouw.

Teun neemt de pootjes

De kittens Roos en Teun zijn inmiddels 6 maanden oud en allebei ‘geholpen’. Dat betekent dat ze nu naar buiten mogen. Maar eerst nog even samen met de baas de tuin verkennen. Voor de zekerheid met een tuigje om en aan de lijn. En algauw zonder lijn en zonder tuig. En tenslotte zonder baas.

Teun

Als het begint te schemeren worden ze met brokjes naar binnen gelokt, ze zijn nog te jong om het nachtleven in te gaan. Want daar sluipen grote woeste katers rond die dol zijn op schattige kittens. Eerst nog maar wat groter groeien, zeggen de baasjes. Roos en Teun leggen zich er morrend bij neer.

Tot de avond waarop Teun in geen velden of wegen te bekennen is. Eerst halen de baasjes nog hun schouders op: ‘ach, hij zal zo wel komen’. Maar de tijd verstrijkt, geen Teun. Toch maar een rondje door het dorp doen, toch maar in de dorpsapp melden dat hij kwijt is, toch maar visoenen krijgen van een kattenlijkje langs de weg.

En dan is het bedtijd en laat een van de baasjes de hond nog even uit en roept zachtjes ‘poes, poes, poes’ door het stille dorp. Je weet maar nooit. Bijna thuis klinkt er opeens een zacht gepruttel in de bosjes, hond Benthe reageert enthousiast en daar springt Teun tevoorschijn. Ongehavend, hongerig en zich van geen kwaad bewust.

Voorlopig heeft Teun nachtarrest, want de baasjes kunnen meer van dit soort avonturen niet aan.

Mijn nieuwe zien

De eerste maanden na de diagnose macula-degeneratie was ik ontredderd. Mijn wereld stond op zijn kop. Had ik tot dan toe goed kunnen zien, in één klap was dat voorbij. Ik had geen idee hoe ik ermee om moest gaan, geen idee wat me te wachten stond. Ik voelde me een immigrant in een land waarvan ik de taal niet sprak.

Ik ben op zoek gegaan naar hulp en kwam uit bij Visio, het expertisecentrum voor blinde en slechtziende mensen. De optometrist adviseerde me een aantal hulpmiddelen waardoor o.a. het lezen makkelijker werd en ik mijn favoriete hobby: tennissen kon blijven doen. Bij de maatschappelijk werker kon ik mijn verhaal kwijt. Vrienden leefden met me mee.

Langzaamaan ben ik gewend geraakt aan mijn ‘nieuwe’ zien. Mijn herinnering aan met twee ogen goed kunnen kijken is steeds meer op de achtergrond geraakt. Ik heb gerouwd om wat ik verloren heb en ben blij met wat er nog is. Mijn nieuwe zien is mijn nieuwe zijn geworden.

Natuurlijk had ik deze oogziekte liever niet gehad, maar nu ik hem toch heb probeer ik er het beste van te maken. Ik kan me nog goed redden en probeer niet te ver vooruit te kijken. Trouwens, dat kunnen mijn ogen ook niet meer.

Dit is het 4e en laatste blog in de serie De maand van de macula
3e blog: Spiegels van mijn ziel
2e blog: Ik zie ik zie wat jij niet ziet
1e blog: In het hart, uit het zicht

Lees ook eerder verschenen blogs over mijn oogprobleem
Het zekere voor het onzekere nemen 12-04-2021
Pech 22-1-2021
Rollator 4-1-2021
Dronken 9-12-2020