Vijf kikkers

In onze tuin ligt een vijver. Elke dag loopt huisgenoot M. er een rondje omheen, op zoek naar kikkers. Elke dag is ze teleurgesteld: geen kikkers dit jaar. Tot vanochtend, toen ik opeens een luide kreet hoorde: “Ik zie kikkers, ik zie kikkers, één grote en vier kleintjes”. Ik rende naar buiten.

Samen stonden we over de vijver gebogen. “Waar dan?”, vroeg ik. Kijk daar, die groene. “Volgens mij is dat een blad”. Nee, kijk dan hij beweegt. “Dat komt door de wind, het is echt geen kikker”. Zo ging het nog even door tot ik alle vijf de kikkers in bladeren had veranderd.

Ik snap alle ophef over die kikker die in een prins veranderde echt niet.

Verliefd

Hond Benthe is op bezoek bij zijn speelmaatje om te vragen of ze een nachtje mag komen logeren. Maatje J., twee koppen groter en veel sterker, reageert enthousiast. Hij likt, besnuffelt en bestijgt B. op plekken waar ík zelfs van moet blozen. Benthe houdt zich kranig en bijt regelmatig van zich af.

Hond J. trekt zich er weinig van aan en blijft aandringen. Benthe wordt moe en zoekt steun bij mij. “Dit wordt hem niet hè?”, zeg ik tegen zijn baasje. ‘Nee’, verzucht die, ‘J. is tot over zijn oren verliefd op Benthe, maar de liefde is helaas niet wederzijds’. De baasjes besluiten dat logeren er niet in zit.

Benthe en ik taaien af. In de wetenschap dat dit niet het einde van de hondenvriendschap is, want samen spelen in het open veld kunnen ze als de beste. Dat is ook wat waard en bovendien: de Engelse thee was heerlijk.

Voor J. en T.

Lammetjesaaidag

Ik ben bij de dierenarts om anti-teken spul voor de poezen te kopen. Tijdens het afrekenen, duur spul trouwens, valt mijn oog op een flyer met de kop  ‘Lammetjesaaidag’.

Hè, doen mijn hersens, lammetjes kun je toch niet zaaien en ze hebben het nog fout geschreven ook. Ik lees verder. Oh, je kunt er lammetjes aaien, vandaar: lammetjes aai dag, maar dat was natuurlijk te lang voor de kop.

Wat zou zo’n lammetje daar eigenlijk van vinden? Al die zweterige kinderhandjes op hun lijf waarvan er vast een paar gemeen knijpen zodat het diertje moet mekkeren van de pijn. En zo’n joch, ja het zijn natuurlijk altijd jongens, hard lachen en nog een keer knijpen.

Ik heb de hele stapel flyers meegenomen en thuis weggegooid. Ik hoop dat niemand er naar toe gaat.

Het verdriet van Vijlbrief

Het was gisteren niet de eerste keer dat staatssecretaris Vijlbrief van Mijnbouw in het openbaar in tranen uitbarstte. Het gebeurde ook vorig jaar in Garmerwolde bij de reactie van hem en Rutte op het eindrapport van de parlementaire enquête gaswinning. Ik zat toen in de zaal en voelde me er erg ongemakkelijk bij.

Hij zat daar om zijn werk te doen, net zoals ik vroeger als hulpverlener mijn werk deed. Het was niet aan hem om te huilen, net zomin als dat indertijd aan mij was. Als je als professional huilt om het verhaal van de cliënt (of in dit geval de gedupeerden) laat je de ander in de steek. Mee voelen ja, mee huilen nee. Het gaat namelijk niet om jouw verdriet, maar om dat van de ander die bij jou komt voor hulp en steun.

Ik vind het oprecht fijn dat Vijlbrief met ons meevoelt en zich zo voor ons inzet, maar alstublieft: laat de tranen aan ons.

Sorry paardjes

Ik kijk naar buiten en zie twee paarden over het land naast mijn huis sjokken. De grond is drijfnat, hun hoeven maken diepe gaten in de bodem. Gelukkig is het niet mijn land, dus ik hoef die gaten niet te egaliseren. En ik hoef niets met de paarden, want ze zijn niet van mij.

Wat wel van mij is, is de tuin bij mijn huis. Daar moet ik wel wat mee. Door er alleen naar te kijken, wat ik graag doe, kom ik er niet. Ik moet aan de bak: snoeien, verplanten, bijknippen, opruimen en afvoeren.. Zelfs het gras heb ik al een keer gemaaid en dat begin april. Veel te vroeg in het jaar.

Als ik zou moeten kiezen tussen paarden waar ik alleen naar hoef te kijken en mijn tuin waar ik in moet zwoegen, wat kies ik dan? Zeker weten de tuin. Want al kijk ik graag naar paarden, ik kijk nog grager naar mijn tuin als die er pico bello bij ligt.

Sorry paardjes.