De schilder in mij

Mijn voormalig beeldhouwdocent nodigt mij uit voor een uitje naar een museum, samen met haar cursisten. Ik behoor tot de oud-cursisten, want door mijn maculadegeneratie heb ik het beeldhouwen moeten opgeven. Een pijnlijk verlies, waar ik lang mee geworsteld heb. Tot mijn eigen verrassing ga ik zonder aarzelen op haar uitnodiging in. Ik krijg er geen spijt van, integendeel.

afbeelding: verfkwasten

Met een aantal van de cursisten ben ik in de loop der jaren goed bevriend geraakt. Ze snappen wat het voor me betekent weer onder “beeldhouwers’ te zijn. Ik vertel ze dat ik besloten heb een schildercursus te gaan doen. Dat ik dit met droge ogen kan vertellen en dat er niets meer in mij schrijnt over het niet meer kunnen beeldhouwen, vertelt mij dat ik dit verlies helemaal geaccepteerd heb. En dat ik eraan toe ben vooruit te kijken in plaats van terug.

Het is tijd om op zoek te gaan naar de schilder. Ik hoop dat ik haar in mij kan vinden.

Voor A. en K.

In stilte

Gisteren had ik een jubileum. Zonder fanfare, zonder burgemeester met een bos bloemen aan de deur. Ik heb het in stilte, samen met mijn partner, gevierd. Het was dan ook geen leuk jubileum. Ik werkte niet 30 jaar bij dezelfde baas of was niet 25 jaar getrouwd. Niets van dat al. Ik had op de kop af 3 jaar maculadegeneratie. En daar hoeft de vlag niet voor uit.

afbeelding: cijfer drie

Mijn herinneringen aan die dag, 25 november 2020, staan me nog levendig voor de geest. In één klap veranderde mijn leven. In één klap ging ik van goedziend naar minderziend, met een oogaandoening waar geen genezing voor is en die met de jaren meer toe zal slaan. Lange tijd bestond mijn leven uit een vóór en een ná. Vóór had ik twee goede ogen die alles konden zien, ná had ik nog steeds twee ogen, maar eentje had nog maar 50% zicht met een vervormd beeld.

Dat laatste heb ik nog, maar inmiddels ben ik er helemaal aan gewend. Ik kan me ‘vóór’ eigenlijk niet zo goed meer voorstellen. Behalve gisteren toen er geen burgemeester kwam en de fanfare verstek liet gaan en ik me realiseerde dat sommige jubilea het beste in stilte gevierd kunnen worden. Drie jaar maculadegeneratie is er zo eentje.

Niet voor iedereen

Ik ben van de dieren en toch heb ik ze afgelopen woensdag in de steek gelaten. Ik heb er dagen over getwijfeld, maar kon tenslotte niets anders dan een strategische keuze maken. Mijn angst dat er een rechtse coalitie zou komen hield me ’s nachts uit mijn slaap. In plaats van mijn hart heb ik daarom mijn hoofd laten spreken. Geen Partij van de Dieren maar GroenLinks/PvdA.

De uitkomst van de verkiezingen is nog erger dan ik vreesde, de PVV is de grootste geworden. Zeg maar ‘dag’ tegen het klimaat, ‘zoek het maar uit’ tegen vluchtelingen en asielzoekers, ‘jullie mogen niet bestaan’ tegen de lhbtiq+ community. Nederland krijgt de regering die het verdient, want de kiezers hebben het laatste woord. Dat is weliswaar democratisch, maar niet voor iedereen.

Kleine poesjes worden groot

links Roos, rechts Teun

Oh, wat waren ze schattig toen ze anderhalf jaar geleden bij ons kwamen wonen. Ze weken niet van elkaars zijde, speelden en sliepen samen, lagen samen op schoot. Waar de één was, was de ander. Roos en Teun, zus en broer.

Hoe anders is dat nu. Teun is uitgegroeid tot een stoere kater en Roos, kleiner dan haar broertje, tot een schattig poesje. Het samen spelen is voorbij, het samen slapen ook. Zelfs samen op de foto lukt niet meer. De spanning tussen hen is te snijden, er wordt geblazen en soms gevochten. Behalve als ze eten krijgen, dan trekken ze weer samen op.

We hopen dat het overgaat, een fase is. Dat ze aan het puberen zijn, hun wilde haren kwijt moeten. Want wat doe je dan? Dan ga je je broertje pesten of je zusje achterna zitten.

Hond Benthe heeft zichzelf tot scheidsrechter benoemd. Ze grijpt in als de poezen elkaar het leven zuur maken. Naar haar luisteren ze gelukkig nog, naar de baasjes al lang niet meer.

voor Roos, achter Benthe

Intiem gesprek

Voor het eerst naar de Dutch Design Week in Eindhoven. Mijn kleine nichtje is nu zo groot dat ze er mag exposeren. Zij is de reden dat we uit Noord-Groningen helemaal  naar het verre Brabant afreizen. Het is een slimpie, dat kon je in de wieg al zien. Twee studies doen en daarna ook nog promoveren, ze heeft het niet van mij.

kunstknie, gemaakt door Bertrand Burgers

We ontmoeten haar in de Embassy of health, waar de  nieuwste ontwikkelingen rond gezondheidszorg te zien zijn. Haar bijdrage (als deel van een team) heet Intimate Implant oftewel Intiem implantaat. Een biologisch afbreekbaar implantaat dat het menselijk lichaam aanzet tot herstel van, bijvoorbeeld, een knie en dat zichzelf na gedane zaken afbreekt. Futuristisch ja, maar niet ondenkbaar.

Met de koptelefoon op en een kunstzinnige weergave van een kunstknie in mijn armen, ben ik getuige van een intiem afscheidsbericht van het implantaat waarin het vertelt hoe het is om een mens op deze manier te helpen en hoe moeilijk het is om daarna afscheid te moeten nemen.

Ik voel het verdriet van een implantaat dat nog niet bestaat en misschien wel nooit zal bestaan, maar dat zo empatisch is dat het sowieso gezondheidsbevorderend is. In ieder geval voor mij.

Voor A.Fl.