Maatje

Ik ben op bezoek bij mijn 96-jarige oom in Zeeland. Hij woont in een verpleeghuis waar je de hele dag binnen kan lopen. Ik grijp mijn kans en loop de deur bij hem plat. Al neem ik daarmee het risico hem slapend aan te treffen, maar dat maakt me niet uit, dan ga ik gewoon de krant lezen.

Hij is fysiek niet meer optimaal, maar zijn koppie doet het nog prima. Hij volgt het nieuws, maakt zich druk over de formatie en vraagt altijd hoe het in Groningen is. Daarmee bedoelt hij niet of de tuin het goed doet. Nee, hij vraagt naar de gaswinning en of er nou eindelijk doorgepakt wordt en wat een schande het toch is hoe we behandeld zijn en …

Deze vraag stelt hij al sinds 2012, elke keer dat ik hem spreek. Waar er ook mensen zijn die afhaken van elke keer weer mijn verhalen over de gaswinning, blijft hij mijn meest trouwe en meest betrokken maatje.

Voor de zekerheid, je weet maar nooit, heb ik hem vandaag verteld hoe blij ik daarmee ben. Hij wuift het weg “dat is toch vanzelfsprekend”, maar voor mij is het dat niet.

Ik hoop dat hij de vraag nog lang kan stellen.

Voor J.

 

Op zoek naar de schilder

De eerste stapjes zijn gezet, ik heb al drie schilderlessen achter de rug. Van de eerste kwam ik opgewekt maar ook erg moe thuis. De tweede ging al beter doordat ik tussendoor een tijdje mijn ogen dicht heb gedaan. De derde was dramatisch, ik snapte niet wat ik moest doen en voelde me een kneus tussen al die ‘echte’ schilders. Zij probeerden me te troosten met de woorden: ‘zo zijn wij ook begonnen’.

mijn allereerste probeersel: een roodborstje

Lief bedoeld, maar het hielp niet. Met tranen in mijn ogen fietste ik naar huis, vol twijfels over de haalbaarheid van de zoektocht naar de schilder in mij (zie ook dit eerdere blog). Naast dat ik nog nooit geschilderd heb is de confrontatie met mijn maculadegeneratie een pijnlijke. Om te schilderen heb je genoeg licht nodig en dat is nou precies wat mijn oog slecht verdraagt.

Toch heb ik het nog niet opgegeven, want ik heb wel ontdekt dat ik een beetje pielen met een kwast op een canvas erg leuk vind. Maar ik moet nog zoeken naar de beste omstandigheden waarop ik dit met zo min mogelijk moeite en zo veel mogelijk plezier kan doen. Volgende week les vier.

Tips zijn welkom.

Deblokkeren

Mijn pasje van de Rabobank heeft zichzelf geblokkeerd. Ik bel de helpdesk en kom via de wachtrij bij een medewerkster uit. Voor ze mij verder kan helpen moet ik mij legitimeren. Adres, woonplaats, geboorteplaats. Bij dat laatste gaat het mis. Ze wil niet geloven dat ik in Haarlem geboren ben, terwijl ik dat toch zeker weet want ik was er zelf bij. Wat staat er op uw legitimatiebewijs, vraagt ze nog. Haarlem, antwoord ik. Tja, zegt ze, dan kan ik u niet verder helpen, u zult naar een filiaal van ons moeten gaan.

Ik heb niets tegen Haarlem, maar was ik er maar niet geboren. Had mijn moeder me maar ergens anders gebaard. In Amsterdam, Zwolle of Lutjebroek, maakt me niet uit. Dan had de Rabo-mevrouw me vast wel geloofd. Maar ja, daar heb ik nu weinig aan. Nu moet ik op de fiets naar het dichtstbijzijnde filiaal, 10 km verderop, bij windkracht 6. Doe het zelf, roep ik nog in de telefoon, maar ze heeft al opgehangen.

Naald en draad

Sinds 25 november 2020 had ik geen knoop meer op een blouse gezet of scheur in een broek gerepareerd. Door mijn maculadegeneratie kon ik de draad niet meer door de naald rijgen, laat staan de gaatjes van de knoop zien. Gelukkig is mijn partner naaldvaardig.

afbeelding:
naald en draad

Vandaag, 25 januari 2024, heb ik het voor het eerst weer zelf gedaan. Twee grote knopen met grote gaten met een grote naald op een vest gezet. En daarmee iets terugveroverd wat ik kwijt was.

Het is maar iets kleins en ik hou helemaal niet zo van naaien, maar toch ben ik er blij mee. Want het betekent dat ik wat ik kwijt ben soms terug kan vinden. Dankzij mijn goede oog dat de touwtjes, draadjes in dit geval, na drie jaar strak in handen heeft.

Snoeien in de sneeuw

De hovenier komt de grote wilg snoeien, maar daar blijft het niet bij. ‘Ach, nu je hier toch bent kun je die es ook wel even weghalen en die veel te grote laurier bijsnoeien’. Hij vindt alles goed. Drie dagen later is hij nog steeds bezig. Ik voorzie hem van kopjes koffie en thee, voer hout af voor de houtopslag en sleep dunne takken naar de snipperaar. De zon schijnt en de sneeuw knispert onder mijn voeten.

het spoor van de snipperaar

De tuin knapt ervan op en ik ook. Ik ben niet zo’n wintermens, hou niet van uitzichtloos lange dagen waarvan de donkerte voetje voor voetje in mij kruipt.

Maar drie dagen bikkelen in de besneeuwde tuin met een zonnetje erbij, blijkt wonderen te verrichten. In mij hoor ik de eerste sneeuwklokjes klingelen en zie ik daar zelfs al een narcis zijn kopje boven de grond uitsteken?

Snoeien in de sneeuw brengt de lente en het licht in mij naar boven.