Schapenangst

Mijn tuin heeft een achteringang via het land van de buren. We hebben ‘recht van overpad’ en daar maak ik graag gebruik van, vaak samen met hond Benthe. Vooral na een lange wandeling is het fijn om het laatste stukje af te kunnen steken. Hoe eerder de koffie klaar staat hoe beter.

Op het land staan sinds kort zes schapen. Ze houden het gras kort, herkauwen wat en slapen veel. Ze maken verder weinig mee, dus des te leuker als er opeens een mens met hond langs loopt.

Nou is zowel dit mens als deze hond een beetje bang voor schapen. Van een afstandje met een hek ertussen prima, maar wat doen ze als je langs ze loopt. Gaan ze dan proberen je te verjagen of zijn ze alleen nieuwsgierig?

De koffie lonkte, dus Benthe en ik hebben het erop gewaagd. We kunnen het navertellen.

Het bosje van Kranz

Van de zomer was ik een weekend in Warmond, voor wie het niet kent: een tegen Oegstgeest aangeplakt dorp vol grote kapitale panden van door de bollenteelt rijk geworden heren. Een van die heren had er ook een bosje bij. Meneer Kranz, die raar genoeg niet door de bollenteelt maar door de textielindustrie aan zijn rijkdom was gekomen.

Toevallig liet ik in dit bos hond Benthe uit. Eerst passeerde ik een protserige villa, waarna ik opeens omringd was door taxusbomen en moerascipressen die tot ver in de hemel rijkten. Ik bevond me in een sprookjeswereld en zag kabouterkinderen van tak naar tak klauteren en eekhoorntjes gevaarlijke toeren uithalen in de boomkronen.

De bomen trokken zich er niks van aan. Ze murmelden wat en gingen door met wat ze al eeuwen doen: de toevallige wandelaar laten geloven in sprookjes. Met dank aan meneer Kranz.

Studievriendin

En daar staat ze voor mijn deur, de studievriendin die ik 40 jaar niet gesproken heb. Onze wegen hebben elkaar op wonderlijke wijze weer gekruist en nu gaan we elkaar voor het eerst weer ontmoeten. In onze studietijd aten we regelmatig samen, bespraken we ons liefdesleven, maakten we Leiden onveilig en speelden we in hetzelfde basketballteam.

We herkennen elkaar onmiddellijk en pakken de draad moeiteloos weer op. Fotoalbums komen op tafel: ‘ken je die nog en kijk hier, toen fietskampeerden we in de Ardennen. Mijn God, wat waren we nog jong’. De uren vliegen voorbij. We navigeren van verleden naar heden en weer terug. Onze levens zijn heel verschillende kanten opgegaan, maar wat hetzelfde is gebleven is: we kennen elkaar, de vertrouwdheid die we toen deelden is nog steeds voelbaar.

Ik heb een studievriendin terug die ik nooit kwijt ben geweest.

voor R.

Afremmen

Ze loopt anderhalve meter achter me en volgt me als een schaduw. Af en toe kijk ik om: ben je er nog? Ja hoor, antwoordt ze vrolijk, je doet het heel goed.

We bevinden ons in een grote landelijke supermarkt. Zij, ergotherapeut bij Visio en ik, macula-patiënt. Het is de laatste les van mijn Kijktraining en het thema van vandaag is: zoeken en vinden. Met mijn boodschappenlijstje in de hand moet ik in een voor mij onbekende supermarkt mijn karretje vullen.

illustratie: rempedaal

In eerdere lessen hebben we het al gehad over: globaal kijken, in de verte kijken, ogen even dicht doen, naar groen kijken (blijkt een rustgevende kleur voor je ogen te zijn) en langzaam kijken. Dit laatste is voor mij het lastigst, want ik ben een snelle kijker, die alles wil zien. Althans, zo heb ik dat mijn hele leven gedaan en doe ik dat het liefst nog steeds.

Eerlijk gezegd had ik het niet eens door tot de ergotherapeut me erop wees. ‘Oh, wat gebruik jij je ogen veel, dat moet vermoeiend voor je zijn’. Pas toen viel het kwartje. Door de maculadegeneratie heb ik niet alleen zichtproblemen, maar moet ik ook nog een andere manier van kijken aanleren. Dat was even slikken.

Maar met dank aan deze heel aardige, geduldige ergotherapeut die mijn momenten van verzet snapte, ben ik nu toch een langzame kijker aan het worden. Helemaal vanzelf gaat het nog niet, ik moet nog veel oefenen. Haar woorden: ‘afremmen Ingrid, je kijkt te snel’ draag ik daarom vanaf nu als een mantra met me mee.