Mijn hoofd

De afgelopen weken is het stil geweest op dit blog. Af en toe deed ik een poging tot schrijven, maar ik kwam nooit verder dan de eerste twee of drie woorden. Daarna stokte mijn brein. Geen inspiratie, geen stroom die op gang kwam. Het enige waar mijn hoofd plaats voor had was de verhuizing naar ons nieuwe huis. Wat moest er veel geregeld worden, wat moesten er veel kleine en grote keuzes gemaakt worden. Ik lag er ’s nachts wakker van.

Inmiddels wonen we een paar weken op onze nieuwe stek. Er valt nog steeds veel te regelen en te doen. Schilderijen ophangen, dozen uitpakken, kamers inrichten. Maar vandaag is er voor het eerst weer ruimte in mij om te schrijven. De stilte is voorbij.

Oh, die tuin

Nog 44 dagen om te genieten van de laatste lente in ons oude huis. In de tuin groeit de daslook al welig, staan de narcissen nog fier overeind en wordt het gras steeds groener. ‘S nachts roept de uil, onze vaste gast.

Vijftien jaar hebben we hier gewoond, in een dorpje midden in het oneindige Groningerland. Met uitzicht op het middeleeuws kerkje, dat ons dagelijks herinnert aan het voortschrijden van de tijd. We zijn niet de eersten noch de laatsten die zich hier geborgen hebben gevoeld.

Vertrekken valt ons zwaar, ook al staat er een mooi huis voor ons klaar. Kleiner dan deze, die te groot voor ons wordt. Omringd door meer voorzieningen die we gaandeweg steeds meer nodig hebben. Gemak dient de ouder wordende mens, dus ook ons.

We missen het ruizen van de wind, het gezang van de vogels, de balkende ezels, de lammetjes van de buurman, het luiden van de kerkklok en de betoverende wolkenluchten nu al.

En die tuin hè, oh die tuin.

Verhoging

De aannemer is aan de slag in onze nieuwe huis. Bij het zien van dit gat in de vloer vraagt een vriendin: ‘wordt dit een inhouse zwembad”? Wel een leuk idee, maar niet zo handig in de woonkamer. Er is een verhoging weggehaald. Ook de vloer van de keuken ligt er uit. In twee dagen is het huis teruggebracht tot een bouwval uit 1920 inclusief een oude waterput in de keuken.

Het is even schrikken, om het zo open en bloot te zien liggen, maar het laat ook de geschiedenis van het huis zien. Hier is geleefd en geliefd. Gelachen en gehuild. Gedronken en gegeten. Geslapen en wakker gelegen. Huiswerk gemaakt en gespeeld. Toen de kinderen klein waren gaven ze voorstellingen op de verhoging. Ik zie het voor me.

Dit is een huis met een verhaal. Een verhaal waar we met liefde een nieuw hoofdstuk aan toevoegen. Maar eerst gaan we het huis vertroetelen met isolatie, vloerverwarming en HR++ glas, zodat zowel het huis als wij er warmpjes bij komen te zitten. En we nog jaren samen door kunnen.

Voor H. en H.

Knoop

Er zijn van die momenten dat je ergens helemaal achter staat en je er toch een knoop in je buik van krijgt. Dat kan variëren van een lastig maar noodzakelijk telefoontje plegen, een injectie in je oog krijgen tot je huis te koop zetten. Met alle drie heb ik ervaring, maar de laatste zorgt voor de grootste knoop.

Sinds gisteren staat ons huis op Funda. De hele wereld kan nu bij ons naar binnen kijken, zien hoe we wonen en virtueel door de tuin lopen. We hebben eraan meegewerkt door foto’s aan te leveren, teksten te schrijven, ons akkoord te geven. Willens en wetens dus. Maar mijn buik protesteert: ‘Kijk niet met gretige ogen naar mijn huis, zie niet hoe mooi het is want het is van mij en van niemand anders (behalve mijn partner dan)’.

Ondertussen stromen de bezichtigingen binnen. Ik weet niet goed wat ik ermee aan moet. Mijn hoofd zegt ‘wat fijn’, mijn buik baalt ervan. Met elke potentiële koper trekt de knoop strakker aan.

Ik laat de stroom maar even de stroom en neem de tijd mijn buik eraan te laten wennen. Want eigenlijk weet ik het wel: ‘wat fijn’ gaat winnen.

150 angstige minuten

We wandelen over het besneeuwde strand van Schiermonnikoog. De wind zandstraalt onze gezichten. Hond Benthe rent en draaft om ons heen, soms dichtbij vaak verder weg. Roepen we haar naam of fluiten we haar dan komt ze gelijk aanrennen. Ze gedraagt zich voorbeeldig.

Op de terugweg nemen we een afslag door de duinen. De struiken zijn wit, de sneeuw kraakt onder onze voeten. Benthe snuffelt links en rechts, maar altijd in ons zicht. Als beloning krijgt ze regelmatig een brokje.

En dan opeens is ze weg. Pleite, foetsie, van de aardbodem verdwenen. We roepen, fluiten en vloeken, rennen van hot naar her, slaan doodlopende paadjes in en komen er in paniek weer uit. We zoeken een half uur, drie kwartier, een uur terwijl de sneeuw steeds harder valt. Waar is ze, in godsnaam waar is ze?

Ten einde raad gaan we terug naar ons vakantiehuisje, hopend dat ze teruggelopen is. Niet dus. We bellen de politie, de VVV, de boswachter,  plaatsen oproepen op Facebook, zelfs de kapitein van de veerboot wordt ingelicht. Je weet maar nooit. We gaan weer naar de plek waar we haar het laatst gezien hebben. En worden wanhopiger en wanhopiger.

De verlossing komt na 150 angstige minuten. Ze is gevonden door een eilandbewoner die de oproep op Facebook zag. Verfromfraaid, nat, zanderig en smerig krijgen we haar terug. De blik in haar ogen spreekt boekdelen, ze heeft gejaagd. Voor het eerst (en laatst) van haar leven.

Zonder sorry te zeggen valt ze in een diepe slaap. Zij heeft genoten, maar wij zijn kapot.

Voor Chris