Susan Top, go for it!

Om 13.15 uur moest ik aanwezig zijn in het provinciehuis van Groningen, om de benoeming van Susan Top tot gedeputeerde Gaswinning mee te maken. Die zou om 13.30 uur plaatsvinden, maar ze had al gewaarschuwd: “het kan later worden”. Dat zal wel meevallen, dacht ik nog, iedereen rekent op half twee en we zijn hier allemaal speciaal voor afgereisd, ondanks storm Poly. Het zou netjes zijn als het dan niet veel later wordt.

Ik verklap het maar vast: de benoeming vond pas om 19.00 uur plaats. Vijf-en-een-halfuur-later. Tot die tijd had je de keuze op de publieke tribune urenlang debatten te volgen die uitliepen en uitliepen. Of je ging bij het Forum een broodje eten en misschien zelfs nog een filmpje meepikken. Of in de stad impulsaankopen doen. Hoe dan ook, het wachten duurde lang, heel erg lang. Om 17.00 uur was ik er klaar mee. Op naar huis.

Wat ik nou zo knap vind van Susan Top is dat zij heel rustig bleef, ook al was ze al vanaf 9.00 uur aanwezig. Al vóór haar benoeming laat ze zien over zitvlees te beschikken. Zitvlees heb je niet alleen nodig om zadelpijn te voorkomen, maar ook om urenlange debatten bij te kunnen wonen. En Susan kan dat, ik heb het zelf gezien. Daarom en ook om duizend andere redenen is zij de allerbeste amazone om ons rustig, geduldig en vastberaden uit het gaswinningsmoeras te leiden. Go for it, Susan!

Andere redenen? Zie: Susan Top, een topvrouw

Ik wou

De dagen tussen 21 juni en 12 juli staan voor mij in het teken van mijn vader. Op 21 juni was hij jarig, op 12 juli stierf hij. Precies drie weken zaten ertussen. Hij was ziek, erg ziek. Zijn lievelingszus, mijn lievelingstante, kwam op zijn verjaardag langs om afscheid van hem te nemen. Ze zaten samen op een bankje in de tuin. Niemand stoorde ze.

Vlak nadat hij gestorven was belde ik mijn tante om het haar te vertellen. Ik wist dat zij al dagen de telefoon in de gaten hield, want elke minuut kon zijn laatste zijn. Mijn tranen zeiden genoeg, we huilden samen om hem.

Deze dagen kijk ik elke dag naar zijn foto, een paar dagen voor zijn dood gemaakt. Het is al jaren geleden, maar hij voelt nog steeds zo dichtbij. Vandaag moest ik erom huilen, zomaar opeens. Ik wou dat hij er nog was.

Tulp en boom

Ik heb het niet zo op tulpen sinds ik weet hoeveel gif daarbij gebruikt wordt. Maar ik heb wel een tulpenboom. Hij staat er al jaren, misschien wel honderd. Zomers krijgt hij bloemen in de vorm van een gele tulp. Hij heeft er niet elk jaar zin in, dus is het altijd spannend of er knoppen in komen of niet.

Dit jaar is het weer raak, de boom zit vol grote groene knoppen en aan de zonzijde zijn al tientallen tulpen verschenen. Ik probeer ze te tellen, maar ben bij tachtig maar gestopt.

Er wordt voor vanavond onweer, hagel en windstoten verwacht. Nu ben ik bang dat ik morgen nog wel een boom heb, maar dat er geen tulp meer te bekennen is. Moet ik weer een heel jaar wachten.

Uilenkakafonie

Om een uil te zien moet je niet omhoog maar juist naar beneden kijken. Dat ontdekte ik gisteravond toen ik nog een rondje om het huis deed. Ik zag witte vogelpoep liggen met een paar bruine plakken erbij, zo groot als een 2 euromunt. Dat moet wel van een grote vogel zijn. Ik keek omhoog naar de boom of ik hem kon zien.

Eerst viel me niets op, wat takken en veel blad. Ik keek langer en opeens zag ik hem: een ransuil. Hij zat daar heel rustig en trok zich niets van me aan. Hij hoog in de boom, ik met mijn voeten op de grond. Als er één ransuil is zijn er meestal meer. En ja hoor, toen de nacht viel barstte een ware uilenkakafonie los. Jonge uilen die om het hardst om eten riepen, afgewisseld met geruststellende antwoorden van hun ouders: het avondeten is bijna klaar!

En dit alles vlak naast mijn slaapkamerraam, waar ik in slaap viel bij het tevreden geluid van uilskuikens met een volle buik.