De pruimenboom

Toen hij nog fier rechtop stond was het een pruim, zo’n acht meter hoog. Hij stond met zijn appelboomvriendjes al jaren in de boomgaard. En gaf een overvloed aan heerlijke blauwe pruimen. Tot een paar jaar geleden toen de vruchten, als ze eenmaal begonnen te vallen, onrijp bleken te zijn. En dat jaar na jaar. Het opruimen van al die pruimen was een hels karwei.

We besloten tot een rigoureuze maatregel: de pruim moest eraf. Samen met een tuinmaatje zijn we hem te lijf gegaan. Hoge ladder erbij, touwen en de boomzaag. Heel voorzichtig de hoge takken er afgehaald, net zolang tot we de boom durfden te laten vallen.

Tevreden waren we dat het ons zonder problemen gelukt was. Toch knaagde er ook wat schuldgevoel: een gezonde boom kappen doen we liever niet. Daarom was het een opluchting toen we zagen dat de kern van de boom donkerrood was in plaats van licht bruin. De boom was ziek en daarom gaf hij onrijpe vruchten.

We hadden hem dus niet voor niets het lootje laten leggen. Pfff, dat scheelt.

Geplet

Het mandje is van Roos, links in beeld. Het is haar terugtrekplekje als ze haar broertje Teun even zat is. Lekker in de bijkeuken liggen, met zicht op de tuin.

Maar vandaag niet, want Teun is pardoes bovenop haar geploft met zijn grote lijf, zijn poot en staart stevig om haar nekje geklemd. Roos kan geen kant op. ‘Moet dat nou’ zie je haar denken, ‘kan hij niet ergens anders gaan liggen?’

Teun piekert er niet over, op het zachte lijfje van Roos ligt hij veel fijner dan op de schoot van het baasje. Dat hij dat niet eerder ontdekt heeft. Morgen weer.

Zo vader zo dochter

Mijn oude oom woont niet meer thuis, maar woont sinds kort in een verpleeghuis. Dat betekent dat hij afscheid heeft moeten nemen van zijn orchideeënkas. Hij kon al bijna niet meer lopen, maar toch ging hij nog dagelijks het trapje af, het grasveld over, kruipdoorsluipdoor naar de kas achterin in de tuin. Dochterlief hield elke keer haar hart vast.

De orchideeën merkten dat oom steeds korter in de kas was, vaker vergat ze water te geven, hun dode blaadjes niet meer afplukte en ze niet meer verpotte. De stemming in de kas werd somberder en somberder. Ze vreesden voor hun leven.

orchidee in de kas

Tot oom op kamers ging en dochter de kas onder haar hoede nam. Ze hield grote schoonmaak, scheidde het kaf van het koren en sprak de plantjes bemoedigend toe. Nu staat de kas er weer vrolijk bij, hebben de orchideeën het naar hun zin en zorgt dochterlief ervoor dat er altijd een bloeiend orchideetje op vaders kamer staat.

Voor I.

Paneel

Om niet te bevriezen in de slaapkamer hebben we een infraroodpaneel gekocht. Voor boven het bed. Omdat we nogal handig zijn besluiten we hem zelf te plaatsen. Althans dat is de bedoeling, tot we hem optillen en ons realiseren dat dit onze krachten toch echt te boven gaat. Gelukkig biedt de winkel uitkomst, ze sturen twee monteurs.

Terwijl wij in de keuken aan de koffie zitten, lossen zij het tekort aan stopcontacten in de meterkast op, hangen ze het paneel met gipspluggen aan het plafond (is dat wel stevig genoeg, vraag ik met paniek in mijn stem) en houden ze hond Benthe, die graag meedenkt, op veilige afstand.

Zodra ze vertrokken zijn zetten we het paneel aan en gaan we met het hele gezin: twee volwassenen, een hond en twee katten op bed liggen. Het is een beetje dringen om met z’n allen onder een infraroodpaneel van 30 x 160 te passen, maar het lukt. Een zalige warmte daalt op ons neer. We besluiten tot de lente zo te blijven liggen.

De kussentjes van Teun

Hoe leert een jonge poes dat een houtkachel heet is? Door er bovenop te springen. Je kunt nog zo waarschuwen: doe het niet; kijk uit; het is bloedje heet, maar het is aan dovekatsoren gericht. Vanaf de schoorsteenmantel sprong Teun via de kachel op de grond. Hij schrok zich rot, wist niet hoe snel hij weg moest komen, rechtervoorpootje hoog opgetrokken vluchtte hij de keuken in.

De baasjes wisten niet hoe snel ze hem moesten troosten en vooral hoe ze het pootje konden koelen. Gelukkig regende het en kon hij buiten zijn geschroeide kussentjes in een plas afblussen. Waarna hij op de bank onder een zacht dekentje in een diepe slaap viel. De baasjes hebben hem een paar dagen extra verwend en de natuur haar werk laten doen. Zelfs hond Benthe deed een duitje in het zakje door zijn pootje dagelijks schoon te likken.

De kussentjes zijn goed aan het helen. Teun is inmiddels weer de oude, brengt de baasjes muizen als bedankje voor de goede zorgen en mijdt de houtkachel. Maar van op de bank slapen onder een warm dekentje krijgt hij geen genoeg. ‘Beetje uitzieken’ noemt hij het.