Het is de eerste keer in mijn leven dat ik het doe. Zelf vetbolletjes maken voor de vogels. Tot nu toe diende het gemak de mens. Hadden de vogeltjes in de tuin honger, dan hup naar de winkel om lekkernijen voor ze te kopen. Ongedopte pinda’s en zaadbolletjes. Smullen deden ze.
En dan opeens sta ik in de keuken een pakje vet te smelten. Ik gooi er gemengde zaadjes in en laat het afkoelen. Ondertussen hang ik in elk bakvormpje een draadje. Met de bijna-gestolde-zaadjes-in-het-vet vul ik de vormpjes.
Straks hang ik ze aan het vogelhuisje. Als extra verwennerij voor de vogels op de laatste dag van 2019. Het vet kunnen ze ook gebruiken om hun oortjes mee dicht te stoppen tegen de harde vuurwerkknallen.
Zo hebben alle vogeltjes in mijn tuin een fijne jaarwisseling.
Gisteren heb ik hem teruggevonden. Trijntje zong de teksten van haar vader en ze raakten me, zoals ze dat eerder ook deden: “Ken je mij? Wie ken je dan? Weet je mij beter dan ik? Ken je mij? Wie ben ik dan? Weet je mij beter dan ik”?
Verkleumd kwam je thuis, waar moeder de warme chocolademelk klaar had staan. De volgende dag ging je weer en de dag daarna en daarna. Er kwam geen einde aan. Toch is dat gebeurd, ergens ongemerkt is het ijs gaan smelten en smelten. Tot het water besloot nooit meer te bevriezen en schaatsen tot het verleden behoorde.
Senior ben ik en dat gaat nooit meer over. Maar grijs ben ik niet. G
Het klepperen van de brievenbus kondigt de komst van de krant aan. Ik verlies me. Een uur later kijk ik op en heeft het daglicht de nacht verdreven. De treurwilg steekt scherp af tegen de lichtgrijze wolken, de hond wil naar buiten.