De tweede golf

Als kind kwam ik vaak op het strand. Soms was de zee zo glad als een spiegel. Maar dat was de uitzondering, meestal was het water zichtbaar in beweging, kleinere of grotere golven zochten in een eindeloze opeenvolging het strand op. Door al die uren aan zee heb ik geleerd dat een golf nooit alleen komt. Ze zijn altijd met meer en zwakken pas af als de wind afneemt.

Ik denk dat de leden van onze regering als kind te weinig op het strand zijn geweest. Anders hadden ze op tijd geweten dat als de wind nog niet is gaan liggen, er na een eerste golf altijd een tweede komt.

Lopen over water

Het knuppelpad

Samen met hond Benthe wandel ik in ‘t Roegwold, het prachtige oud/nieuwe natuurgebied ten oosten van Stad. We besluiten over het Knuppelpad te lopen. Best een beetje spannend zo’n plankier zonder railing. Het ritme van de houten planken botst met de bewegingen van het water. Ik word er een beetje zeeziek van en Benthe maakt het liefst gelijk rechtsomkeert. Maar we laten ons niet kennen en lopen door.

Na een tijdje went het en begint het Grote Genieten. De wind om je hoofd, het klotsende water en het rustgevende gegak van ganzen zorgen voor een verstilde wereld. Benthe en ik hebben er na drie rondjes nog geen genoeg van. Morgen weer.

Amsterdamse meisjes

Mijn nichtje uit de grote stad is op bezoek. We hebben het over koffie. Ik heb haar net verteld dat ik alleen buitenshuis koffie drink en dan het liefst latte machiato decafé met vanillesiroop. Haar reactie is verrassend: oh, ben je er zo ééntje! Verbaasd kijk ik haar aan: wat voor ééntje ben ik er dan?

Blijk ik zo’n Amsterdams meisje te zijn dat bij voorkeur een cocolatte decafé, met vanillesiroop drinkt. Het komt door de vanillesiroop, dat ik opeens van haar oude Groningse tante veranderd ben in een hip Amsterdams meisje. Zo ééntje, je kent ze wel. Nou, ken ik ze toevallig niet, maar zij wel. Ze heeft een bijbaantje in een espressobar en daar zijn de cocolattes decafé met vanillesiroop en/of sprinklers en/of kaneelpoeder en/of chocoladesnippers niet aan te slepen. Besteld door meisjes met veel noten op hun zang.

Nou ben ik maar een eenvoudige Groningse tante. Cocolatte is aan mij niet besteed, latte machiato is me hip genoeg. Maar maak dat maar eens duidelijk aan een door vanillesiroop verblind nichtje dat alleen nog maar veeleisende Amsterdamse meisjes voor zich ziet.

Met de vraag ‘Heb je zin om de hond uit te laten’ maak ik snel een einde aan het gesprek. Zo’n jong ding is gelukkig nog makkelijk af te leiden.

Ik herinner me

hoe ik bijna een jaar geleden mijn verjaardag vierde met een groot tuinfeest. Het had ook een huisfeest mogen zijn, want van corona was nog geen sprake. Er werd geknuffeld, gezoend en gezongen. Onbevreesd waren we en ons van geen aanstormend kwaad bewust.

Ik herinner me de onbezorgdheid, dichtbij elkaar zittend taartjes eten, drinken uit andermans glas, een arm om een schouder, een hand door iemands haar, een kleinkind op schoot. We kenden geen angst voor elkaar.

Dit jaar vier ik mijn verjaardag niet. Geen tuinfeest, geen huisfeest. Ik doe het met de herinneringen aan vorig jaar. Daar kan ik nog wel een jaartje extra op teren, maar langer liever niet.