Ik moet iets ophalen in Appingedam en maak er gelijk een lekkere fietstocht van. Door de weilanden, langs het Damsterdiep, door het middeleeuwse centrum van het stadje en terug met een omweg. Op de fiets geniet ik voor niets. Hoe meer kilometers, hoe beter.
Vlakbij huis passeer ik een supermarkt, ik wip even binnen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Zo ontspannen als ik was, zo gespannen kom ik de winkel uit. Met de helft van mijn boodschappen, want met teveel mensen in een te kleine ruimte, met gangpaden waar geen anderhalvemeter tweerichtingsverkeer mogelijk is en waar mensen toch proberen zich achter je langs te wurmen, staat mijn stressmeter gelijk op rood.
Was ik net zo lekker ontspannen, moet ik nu nóg een grote omweg fietsen om met een genietgevoel thuis te komen. Ik kan niet bezig blijven.
De eerste weken van de lockdown zat ik de hele dag aan mijn tablet gekluisterd. Ik las elke snipper nieuws over de coronacrisis en zag elke persconferentie. Alles wou ik weten, in een verwoede poging om mijn angst over wat ons te wachten stond, te sussen. Het werkte averechts. ‘Geef angst geen thee’ schreef columniste Asha ten Broeke op 20 maart in de Volkskrant. Verdomd, dacht ik, dat is precies wat ik wél aan het doen ben.
