Loeren

Mijn eerste terrasje in maanden. Locatie: Poelestraat in Groningen. Het is nog best fris, maar met een heater boven me is het prima te doen. De bediening is in handen van een jonge vrouw die consequent elke nieuwe gast de handen laat ontsmetten. Over haar eigen besmettelijkheid maakt ze zich minder zorgen, haar mondkapje hangt ter hoogte van haar kin en blijft daar hangen zolang ik er zit.

Om me heen zijn alle tafeltjes bezet. Voor me zitten twee jonge vrouwen, type student, die elkaar zo te zien lang niet gezien hebben. Het weerzien is hartelijk. Ze houden zich keurig aan de anderhalve meter. Tot het gesprek steeds intiemer wordt en ze steeds dichter naar elkaar toebuigen. Hun lange haren dempen hun woorden.

Heerlijk zo’n middagje op het terras. Wat heb ik het loeren naar mensen gemist de afgelopen maanden.

Voor Renie

Fundamenten

Ik maak mijn eerste lange treinreis sinds maart 2020. Vijf uur treinen dwars door Nederland. Reden: mijn dierbare tante heeft ernstige gezondheidsproblemen. Nee, geen corona. Maar wel geraakt door corona: geen plek voor haar op de revalidatie, die ligt vol Covid patiƫnten. Dus is ze nu thuis met een hele batterij hulptroepen.

Anderhalf jaar lang heb ik haar en mijn oom niet gezien. Te oud en te kwetsbaar om ze aan bezoek bloot te stellen. Gelukkig is regelmatig bellen coronaproof. Maar nu de nood aan de vrouw is, gaat alle voorzichtigheid overboord.

Onderweg lees ik ‘de Fundamenten’ van Ramsey Nasr. Toen ik jong was waren mijn tante en oom de fundamenten onder mijn leven, ik speelbal en buffer in het kwetsbare huwelijk van mijn ouders. Ze werden mijn zelfgekozen ouders. Nu is het mijn beurt er voor hen te zijn.

De vink die een eend wil zijn

In onze badkamer woont een jong eendengezin. Ze badderen in het bad, eten de muggen die door het openstaande raam naar binnen vliegen en rusten uit op de vensterbank. In de tuin woont een vink die op zoek is naar gezelschap. Hij of zij heeft zijn oog laten vallen op de eendenfamilie. Al dagen lang doet hij verwoede pogingen hun aandacht te trekken. Hij zingt zijn mooiste lied, voert kamikazeacties uit op het raam en poept op het kozijn. Niets helpt. De eenden kijken niet op of om.

De vink doet me denken aan een afgewezen minnaar die tegen beter weten in hoopt dat het toch nog goed komt. Of aan een premier die niet van ophouden weet. Arme vink, ik begrijp zijn verlangen en ga hem helpen. Ik verkas familie eend van de badkamer naar de tuin, waar ze een heuse vijver tot hun beschikking hebben. Ze gaan de vink leren zwemmen en kwaken. Als een liegbeest premier kan zijn, waarom een vink dan geen eend?

De muil van het beest

Ik had nog nooit een pelletkachel in het echt gezien. Maar in het vakantiehuisje waar ik dit weekend was stond er eentje. Als een vogel die zijn kleintjes voert, slokt het vuur de houten wurmpjes op. Elk wurmpje wordt met luid gebrom ontvangen, waarna het vuur weer knetterend oplaait. Zet je de kachel uit dan draait de ventilator nog lang door om de kachel af te koelen.

Het huisje stond midden in het bos, je hoorde er alleen het getjilp van vogels en het kraaien van een haan. Urenlang hebben we gewandeld, terug naar het huisje gaan stelden we zo lang mogelijk uit. Daar wachtte ons een lawaaiig beest met een grote muil. Als een vogel zoveel herrie zou maken bij het voeren van zijn kleintjes zouden vogels allang uitgestorven zijn. Hoe fijn zou het zijn als de pelletkachel dit lot te wachten staat.