Now we can breathe

Zaterdagmiddag om half zes was het eindelijk zo ver. Na vier dagen nagelbijtende spanning durfde CNN het aan om Joe Biden tot winnaar uit te roepen. Het waren dagen, waarin ik amper loskwam van de televisie. Niets wou ik missen, want zou je zien, precies als ik even niet keek zou Trump natuurlijk winnen.

Het is raar, verkiezingen in Nederland houden me nooit zo heftig bezig. Ik ga stemmen uiteraard, maar zit niet dagen voor de tv met mijn hart in mijn keel. Waarom nu dan wel? Ik vond het antwoord in de woorden en de tranen van Van Jones, presentator bij CNN:

“We’ve spent so much of our life energy just trying to hold it together over these past four years. Biden’s victory is a huge deal for us. Now we get the chance to get some peace and reset”.

De wereld is er ietsje mooier op geworden.

Het hele fragment is hier te zien.

Een aanstekelijk gesprek

Ik skype met een vriendin. Zij woont in West-Canada, ik in Noord-Nederland. Opeens moet ze heftig niezen, recht in de microfoon. Ik deins achteruit en doe mijn arm voor mijn gezicht, uit angst om besmet te worden. We gieren het allebei uit, afstand houden is al mijn tweede natuur geworden. Ook als het niet nodig is.

We kletsen gezellig verder, af en toe onderbroken door een Canadese nies. Als we op het punt staan het gesprek te beëindigen, voel ik mijn neus kriebelen. Komt daar een nies aan, het zal toch niet waar zijn? Ik knijp mijn neus dicht, maar het mag niet baten. Vijf niezen later zeg ik haar met betraande ogen gedag.

De volgende keer hou ik voor de zekerheid mijn mondkapje op. Maar nu eerst naar de teststraat.

Voor Carla

Met spijt in het hart richt ik mij tot u

Met deze woorden opent Willem Alexander zijn videoboodschap aan het Nederlandse volk. Naast hem op de bank Máxima, van de dochters geen spoor. Behalve spijt in het hart blijkt hij ook pijn te hebben. Waar zegt hij er niet bij. Ik vind het sneu voor de man, maar eigenlijk is dit niet wat ik van hem horen wil.

Ik wil horen dat het hem spijt dat hij zo egoïstisch is geweest om, ondanks de coronabeperkingen, gewoon op vakantie te gaan. Dat hij snapt dat hij ons, gewone stervelingen, daarmee geschoffeerd heeft. Dat, terwijl duizenden Nederlanders in de financiële problemen zitten door de pandemie, hij van onze belastingcenten in Griekenland aan de ouzo is gegaan en dat hij dat NOOIT, maar dan ook NOOIT had mogen doen. Ik wil schaamte zien, schuldgevoel en emotie, met liefst een traan op de wang. Door het stof moet hij gaan, op zijn knieën smeken om weer in genade aangenomen te worden.

Niets van dat al. Als een slechte acteur leest hij koude, nietszeggende woorden voor, geschreven door Rutte vermoed ik. Máxima zit er stijfjes bij en weet niet zo goed waar ze kijken moet, naar ons of naar haar echtgenoot. Ook bij haar geen schaamte, geen traan.

Jammer dat ze ons deze wanvertoning niet bespaard hebben door lekker in Griekenland te blijven. Ik heb mijn hoop nu gevestigd op hun volgende vakantie: met de hele familie skiën in Lech.

Lege accu

Voor de tweede dag op rij lig ik op de bank, dekentje over me heen, houtkacheltje aan. Buiten waait een schrale wind. Ik amuseer me met muziek luisteren, nog niet gelezen tijdschriften doorkijken en mijn PC opschonen. Huisgenoot M. voorziet me van chocoladecroissants en kopjes thee.

Ik ben een bezig mens, altijd wat te redderen, altijd een project onder handen, altijd wel een plan. Tot mijn accu plotsklap leeg is en dan is de enige remedie: op de bank. Elke keer neem ik me voor het niet meer zo ver te laten komen. En elke keer komt het wel weer zo ver.

Want twee dagen op de bank onder een dekentje is niets anders dan twee dagen ‘schoolziek’ zijn. Een genoegen dat ik mezelf af en toe gun. Daarom ga ik morgen weer vol aan de bak, op weg naar de volgende lege accu.