Quality touched by Fiona

Beeldhouwen is kijken, heel veel kijken. En twijfelen, heel veel twijfelen. En dan opeens een beitel pakken en denken: wat maakt het ook uit, als het mislukt is er altijd nog een volgende steen. Met deze bravoure begin ik in het voorjaar aan het maken van een beeld voor in de tuin. Niet in mijn eentje, maar samen met een heuse beeldhouwer: Fiona Zondervan. Ze leert me kijken, stelt me gerust als ik twijfel, moedigt aan en laat me mijn gang gaan. Want haar uitgangspunt is: “het is jouw steen dus jij bepaalt”.

Dat vind ik het fijne van beeldhouwen: de steen is van mij, ik kan ermee doen wat ik wil. Dat geeft me de vrijheid om mijn intuïtie te volgen, ik hoef me niet aan regels te houden, het hoeft nergens op te lijken en het hoeft zelfs niet mooi te worden. Ik hak, boor, slijp en vijl zonder precies te weten waar ik naar toe op weg ben. Er moet een gat in de steen, dát weet ik wel.

Het is inmiddels december, de steen is een beeld geworden en heeft een plekje gevonden in mijn tuin. Ik moet denken aan vroeger toen ik een Giant racefiets had. Op de stang stond ‘Quality touched by Koga’. Mijn fiets was aangeraakt door het topmerk onder de fietsen. Trots was ik, heel trots.

Nu, vele jaren later, heb ik een zelfgemaakt beeld: ‘Quality touched by Fiona’. Trots ben ik, heel trots.

De vlinder en het monster

Het begon met een monsterlijk stuk steen. Groot, lomp en grijs. Ik wist niet zo goed wat ik ermee aan moest, dus zette ik het eerst maar eens rechtop. Dat scheelde al. Daarna heb ik mijn handen hun gang laten gaan. Er ontstond een spiraal, de steen verloor iets van zijn lompheid. Al noemde ik het bij mezelf nog steeds ‘het monster’.

Ik zwoegde voort, stoppen was geen optie, de steen liet me niet los. Langzaamaan begon hij te leven, er kwam schwung in. Ik vijlde en schuurde door, tot er op een dag opeens een vlinder te voorschijn kwam. Ik was blij verrast en snapte nu waarom ik niet eerder kon stoppen: de vlinder wachtte om bevrijd te worden.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

High tea

‘We moeten dit vaker doen’, zeggen we na afloop tegen elkaar. ‘Het is zo inspirerend en in mijn eentje kom ik er niet toe’. “Nee ik ook niet”, reageren de anderen in koor. ‘Wanneer zullen we weer?’

Het is pas de tweede keer dat we het samen doen, we kennen elkaar van beeldhouwcursus. Enthousiast geworden zijn we buiten de lessen om afspraakjes gaan maken. En zoals dat gaat als je een passie hebt, dan ga je helemaal los. We slepen al onze stenen, beitels, hamers, raspen en vijlen de tuin in en installeren ons voor een lange middag. Aan de slag!

scones-1496185_1920Omdat we allemaal van het vrouwelijk geslacht zijn, gaat dit gepaard met eindeloze kopjes koffie en slappe thee, appelgebak, roomsoesjes, bonbons en een glaasje wijn met borrelnootjes toe. ‘Ach’, zeggen we daarna tegen elkaar, ‘we hakken de kilo’s er de volgende keer wel weer af’.

 

Pinguïn

Vorige week is in het mooie dorpje Den Horn, vlakbij Stad, een pinguïn geboren. Moeder en kind zaten verstopt in een ijsschots van mergel. Na drie dagen hakken en schuren zijn ze uit hun benarde positie bevrijd. Beide zijn in goede gezondheid.

Deze diashow vereist JavaScript.

Met dank aan ‘vroedvrouw’ Fiona Zondervan, beeldhouwster.

De steen

20180808_173736_resizedUitgerekend op de warmste dag van het jaar (36.8 in de schaduw) doe ik een beeldhouwcursus. De beeldhouwjuf heeft een steen voor me op een sokkel gezet. Het is een vleeskleurig joekel van een ding, waar ik een leven lang mee voort kan. De cursus duurt drie dagen, dus ‘no pressure’.

Gelukkig ben ik niet de enige cursist, er zijn er nog vier; die krijgen allemaal veel kleinere stenen dan ik. Zie ik er zo sterk uit of zij zo zwak? Ik durf het de juf niet te vragen. Al gauw is iedereen bezig, er wordt gehakt, geschaafd, gevijld en geschuurd. Nou ja, niet door iedereen. Ik doe niet mee, ik zit voor mijn steen, veeg het zweet van mijn voorhoofd en staar.

Tijdens de lunch wisselen we ervaringen uit. De sfeer is goed en de ijver aanstekelijk. De eerste stenen zijn al tot leven gebracht. De mijne niet, die is nog zo dood als een pier. In een poging me op te beuren vraagt mijn buurvrouw of ik wel eens van een ‘sculptor’s block’ heb gehoord. Nee, zeg ik, bestaat die dan? Ja, antwoordt ze, jij hebt er nu een.

De beeldhouwjuf doet nog een dappere poging haar de mond te snoeren, maar het leed is al geschied. Mijn steen is en blijft dood.