Rollator

Als ik de kleine wachtkamer van de polikliniek binnenkom zitten er al vijf mensen. Het is vijf over elf, ik ben precies op tijd. Toch zal ik nog lang niet geholpen worden, want eerst moet er uitgebreid gedruppeld worden. Door de praatgrage verpleegkundige. Niet alleen bij mij, maar ook bij de anderen. In deze wachtkamer wordt alleen gedruppeld en gepraat.

Er ontstaat een levendig gesprek tussen de grijze, kromgebogen vrouw met aftandse rollator en de verpleegster. De wielen van haar rollator zijn tot op de velg versleten, maar ze wil geen nieuwe: ‘Ik loop er zo lekker achter’. Het liefst zou ze het even voordoen, maar de wachtkamer is te klein om op veilige afstand een rondje te lopen. We geloven haar zo wel.

Om beurten brengt de verpleegkundige ons naar de behandelkamer. Daar staat de arts klaar. De een is langer binnen dan de ander, maar voor iedereen geldt dat ie er wat bleekjes weer uit komt. Met een snelle groet en ‘sterkte’ verlaat de overlevende van de behandeling zo snel mogelijk de polikliniek. Gezellige praatjes worden pas over een maand weer gemaakt.

Dronken

Vroeger, in mijn studentenjaren, dronk ik wel eens een glaasje te veel. Een avondje of een nachtje doorzakken hoorde erbij in de studentenflat waar ik woonde. Je bent jong en je wilt wat. En als je wat verlegen bent, helpt alcohol daar prima bij.

Nu ik niet meer jong ben, heb ik genoeg aan af een toe een glaasje. Maar altijd met mate. En toch heb ik sinds kort last van dronkenschap, in één oog. Bezie ik de wereld door mijn rechteroog dan waan ik me terug in de flat: de muren bewegen, details zijn een blur, wat recht was is krom. Kijk ik door mijn linkeroog dan ben ik zo nuchter als een dominee die zich voorbereidt op de dienst. De kerkbanken staan keurig in het gelid, de bloemen rechtop in de vaas.

Deze keer komt het niet door een glaasje te veel, maar door een bloedinkje in mijn oog. Gevalletje pech. Was de kater vroeger van korte duur, nu duurt ie veel langer. De oogarts zegt dat ik nog maanden dronken zal zijn. Aan één oog. Gelukkig heb ik er nog eentje.