Kleine poesjes worden groot

links Roos, rechts Teun

Oh, wat waren ze schattig toen ze anderhalf jaar geleden bij ons kwamen wonen. Ze weken niet van elkaars zijde, speelden en sliepen samen, lagen samen op schoot. Waar de één was, was de ander. Roos en Teun, zus en broer.

Hoe anders is dat nu. Teun is uitgegroeid tot een stoere kater en Roos, kleiner dan haar broertje, tot een schattig poesje. Het samen spelen is voorbij, het samen slapen ook. Zelfs samen op de foto lukt niet meer. De spanning tussen hen is te snijden, er wordt geblazen en soms gevochten. Behalve als ze eten krijgen, dan trekken ze weer samen op.

We hopen dat het overgaat, een fase is. Dat ze aan het puberen zijn, hun wilde haren kwijt moeten. Want wat doe je dan? Dan ga je je broertje pesten of je zusje achterna zitten.

Hond Benthe heeft zichzelf tot scheidsrechter benoemd. Ze grijpt in als de poezen elkaar het leven zuur maken. Naar haar luisteren ze gelukkig nog, naar de baasjes al lang niet meer.

voor Roos, achter Benthe

Geplet

Het mandje is van Roos, links in beeld. Het is haar terugtrekplekje als ze haar broertje Teun even zat is. Lekker in de bijkeuken liggen, met zicht op de tuin.

Maar vandaag niet, want Teun is pardoes bovenop haar geploft met zijn grote lijf, zijn poot en staart stevig om haar nekje geklemd. Roos kan geen kant op. ‘Moet dat nou’ zie je haar denken, ‘kan hij niet ergens anders gaan liggen?’

Teun piekert er niet over, op het zachte lijfje van Roos ligt hij veel fijner dan op de schoot van het baasje. Dat hij dat niet eerder ontdekt heeft. Morgen weer.