Jan Hagel

Ik krijg per post een bedankkaart na het overlijden van mijn tante. Achterop de kaart staat een recept ‘voor de lekkerste Jan Hagel!’ Het is geschreven in het handschrift van mijn tante. Het was haar lievelingsrecept en iedereen die haar kende wist hoe lekker ze waren.

Voorop de kaart staat een foto van haar. Een foto die haar weer heel dichtbij brengt. Ja, zo is ze, zo ziet ze eruit. Oh nee, zo zag ze eruit. Ze is er niet meer. Even raak ik in de war. Ik weet heus wel dat ze overleden is, maar tegelijkertijd verwacht ik elk moment een telefoontje van haar. Waarin ze opgewekt als altijd vraagt hoe het met me is en zij vertelt over de kleinkinderen die bij haar op bezoek zijn geweest en hoe die genoten hebben van haar Jan Hagel koekjes.

En dat ik dan zeg: oh, die vind ik ook zo lekker. Bak je ze de volgende keer dat ik er ben ook?

En dat zij dan zegt: ja, natuurlijk. Wanneer kom je?

En dat ik dan…

En dat ze dan nooit dood gaat.

Een glimlach in mijn hart

Mijn dierbare tante is er niet meer, gisteren heb ik definitief afscheid van haar genomen.

Als kind was ze voor mij mijn ‘goede’ moeder, waar mijn eigen moeder dat niet voor me kon zijn. Mijn moeder leeft al een aantal jaren niet meer, maar ik heb nu pas bij het overlijden van mijn tante, echt het gevoel dat ik mijn moeder kwijt ben.

Is de herinnering aan mijn eigen moeder eentje die somber stemt, de herinnering aan mijn tante is als de opkomende zon boven een helderblauw meertje. Een vrouw zo warm, zo vol liefde en ondanks de tegenslagen in haar leven zo onverwoestbaar optimistisch. Een vrouw met een groot hart, waar haar jonge nichtje zich aan mocht laven. Waar ze leerde dat ze er mocht zijn en de moeite waard was.

Als ik aan mijn tante denk is het gemis groot, maar de glimlach in mijn hart nog groter.

Maar één

Ik leef de dagen tussen het overlijden van mijn tante en de afscheidsdienst in een soort niemandsland. Ze is er niet meer en tegelijkertijd is ze er nog wel. Ik kan nog naar het rouwcentrum om haar te zien, ik kan haar nog aanraken, ik kan nog bij haar zijn. Maar dat wil ik niet, want zíj is er niet meer.

Ik tel de dagen tot ik definitief afscheid van haar kan nemen. Ondertussen poets ik het huis, leg ik mijn mooiste kleren klaar, regel ik onderdak, kijk ik naar een spannende serie, zit ik voor me uit te staren.
Laat een traan, bel mijn oom die alleen achterblijft en ontroostbaar is, schrijf een speech, hark de bladeren, lap de ramen en denk aan haar, de hele dag door.

Ruimte voor iets anders is er niet in mij. Geen afspraakjes, geen telefoontjes, geen gedoe. Mijn hoofd en mijn hart zijn gevuld met het heengaan van mijn favoriete tante. Van zo’n tante heb je er maar één.

Van zo’n tante had ik er maar één.

Een laatste blik

Voor de laatste keer op bezoek bij mijn zieke tante. Drie dagen geleden herkende ze me nog, vandaag niet meer. Ik voer haar appelmoes en vla, het enige dat ze nog eet.

Ze is al onderweg naar haar bestemming, ze hoeft alleen nog te arriveren. Ik hou haar hand vast en fluister lieve woordjes tot ze slaapt.

Een laatste aai over haar wang. Bij het verlaten van de kamer kijk ik nog één keer om.