Op de rand van water en land

Gisteren was ik eindelijk weer eens aan het strand. Met hond Benthe langs de vloedlijn rennen. Met blote voeten in de branding staan en voelen hoe het water zich terugtrekt van de kust. Het mengsel van zand en water kriebelt tussen mijn tenen, een gevoel dat me terugbrengt in de tijd.

Zandvoort was het strand van mijn jeugd. Schelpen verzamelen, kuilen maken, badmintonnen en zwemmen in zee. Behalve bij aflandige wind, want dan waren er kwallen. Kilometers langs de vloedlijn lopen, met de wind in mijn gezicht en het zout op mijn lippen. En dan roodverbrand weer naar huis.

Later, als volwassene, wandelde ik er vaak met mijn vader en namen we het leven door. Gesprekken die alleen gevoerd konden worden op de rand van water en land, met de wind in de rug en de blik op oneindig.

Vandaag zou hij honderd zijn geworden.

Ken je mij?

De dagen tussen kerst en oud & nieuw zijn wat onbestemd. Een beetje op de bank hangen en tv kijken. Ik blijf steken bij het programma ‘Jacobine op zondag’, waar Huub Oosterhuis samen met dochter Trijntje geïnterviewd wordt. In mijn studentenjaren ging ik wel eens naar een oecumenische dienst waar liederen van Huub gezongen werden. Zijn teksten hielpen mij mezelf en de wereld om me heen beter te begrijpen. Daarna ben ik hem uit het oog verloren.

michelangelo-71282_1280Gisteren heb ik hem teruggevonden. Trijntje zong de teksten van haar vader en ze raakten me, zoals ze dat eerder ook deden: “Ken je mij? Wie ken je dan? Weet je mij beter dan ik? Ken je mij? Wie ben ik dan? Weet je mij beter dan ik”?

Ik denk aan mijn eigen vader, die mij kende voor ik mezelf kende. Die er altijd was als ik even niet meer wist wie ik was, die me dan beter wist dan ik. Hij is er niet meer, maar gisteravond voelde ik zijn aanwezigheid alsof hij naast me op de bank zat.