Geveld door de winter

Snotterend, hoestend, proestend, snuitend en koortsend. Zo breng ik mijn dagen door, op de bank of in bed. Alleen ’s morgens ga ik even naar buiten om vitamientjes op te vangen. En de hond uit te laten.

Ik heb een hekel aan de winter, die kou, die gladheid, die ongemakken. Toch moet ik er elk jaar weer doorheen, maar dit jaar duurt ie wel heel lang.

Dan is ziek zijn eigenlijk helemaal niet zo erg. Lekker in huis blijven tot de lente zich meldt. Oh jee, ik voel een nieuwe nies aankomen, ik ben nog lang niet beter.

Sneeuwjacht

“Door een harde oostenwind is er kans op sneeuwduinen. Ook is er kans op sneeuwjacht”. Aldus de NOS.
Dit staat het noorden van het land morgen te wachten. Toevallig woon ik in het noorden. Was ik 30 jaar geleden maar in het westen blijven wonen, dan zou ik nu niet de zenuwen krijgen van het woord sneeuwjacht. Binnen blijven is geen optie, want hond Benthe moet uitgelaten worden, jacht of geen jacht.

Hoe je je moet voorbereiden op zo’n sneeuwjacht, dat vertelt de NOS er niet bij. Het KNMI trouwens ook niet. Dus zelf maar wat bedenken. Om niet omver geblazen te worden doe ik een zware rugzak op, vier lagen warme kleren aan en mijn sneeuwbestendige winterjas, twee mutsen plus mijn capuchon op en twee paar handschoenen aan. Mijn ogen bescherm ik met een bouwbril.

De hond heeft dit alles niet nodig, die heeft natuurlijke bescherming met zijn dubbele vacht en vier poten én is dol op sneeuw. Die heeft morgen de dag van zijn leven.

Die wel.

Vandaag

De wind giert guur om het huis. Verder is het stil, raar stil voor een doordeweekse dag. Normaal rijden er al vroeg auto’s door de straat en hoor je kinderstemmetjes die naar school worden gebracht.

Vandaag niet, vandaag is alles anders. De straat is overgenomen door een dikke laag sneeuw. Maagdelijk, onaangetast, onbetreden. Huizen die bibberen van de kou, bomen die hun takken zwaar laten hangen.

En de mens? Die denkt: mij niet gezien vandaag. 

Snoeien in de sneeuw

De hovenier komt de grote wilg snoeien, maar daar blijft het niet bij. ‘Ach, nu je hier toch bent kun je die es ook wel even weghalen en die veel te grote laurier bijsnoeien’. Hij vindt alles goed. Drie dagen later is hij nog steeds bezig. Ik voorzie hem van kopjes koffie en thee, voer hout af voor de houtopslag en sleep dunne takken naar de snipperaar. De zon schijnt en de sneeuw knispert onder mijn voeten.

het spoor van de snipperaar

De tuin knapt ervan op en ik ook. Ik ben niet zo’n wintermens, hou niet van uitzichtloos lange dagen waarvan de donkerte voetje voor voetje in mij kruipt.

Maar drie dagen bikkelen in de besneeuwde tuin met een zonnetje erbij, blijkt wonderen te verrichten. In mij hoor ik de eerste sneeuwklokjes klingelen en zie ik daar zelfs al een narcis zijn kopje boven de grond uitsteken?

Snoeien in de sneeuw brengt de lente en het licht in mij naar boven.