Virusvrij vliegen

Na meer dan twee maanden lockdown zijn mijn huis en tuin mijn veiligste plek op aarde geworden. Ik ga mondjesmaat de deur uit, niet te lang, niet te ver. De provinciegrens heb ik pas één keer overschreden. Ik versoepel niets, hou mijn wereld klein en ga van de zomer niet op vakantie.

Screenshot_20200329-100848 (2)Maar nu probeert de KLM me toch te verleiden. Met geavanceerde luchtstromen, hypermoderne filters en chirurgische mondmaskers zijn hun vliegtuigen gegarandeerd virusvrij. Dat klinkt geruststellend, ik zou er bijna voor bezwijken. Maar misschien begrijp ik het wel verkeerd. Misschien is alleen het virus vrij om te vliegen, maar zijn de passagiers dat niet. En betalen die de rekening, met hun leven. Ik pas.

 

Eitje

Hij doet het me voor. Gaat op zijn hurken zitten en laat zien hoe een pimpelmeesje haar eitjes legt. Zuchtend en kreunend, met rood aangelopen hoofd legt hij 10 eitjes. Daarna vertelt hij hoeveel medelijden hij heeft met het meesje. Zo’n klein lijfje en dan zoveel eitjes, wat moet dat zwaar voor haar zijn. Zou het niet beter zijn als 5 eitjes het maximum was?

koolmeesje-3436616_1920Ik heb er geen antwoord op, ik weet niet zoveel van koolmeesjes. Ik weet wel dat ik nog nooit een man heb ontmoet die zich zo goed kan verplaatsen in het baren van een ei. Het is jammer dat hij al bezet is en het is jammer dat mijn eitjes op zijn, want anders…

 

 

Voet op de rem

Alles in mij schreeuwt: nee, nee! Niet het land weer open doen, niet naar de kapper, masseur of nagelstudio, laat de dierentuinen en musea dicht, stop de treinen en blijf thuis.

20200507_085122De eerste weken van de lockdown was ik bang. Die angst voel ik nu weer. Het gaat allemaal veel te snel, het virus is nog onder ons. De eerste hobbel is genomen, de curve afgeplat. Maar er is nog geen vaccin, er zijn nog geen medicijnen. Mijn lieve schoonzus woont in een verpleeghuis waar corona heerst, ik hou mijn hart vast. En dan zou ik nu de teugels al laten vieren, terwijl zij… Nee, nee, nee, ik doe hier niet aan mee.

Ik laat mijn haar gewoon verwilderen en ik hoef die schattige pandababy niet te zien. Geen terrasjes voor mij, geen bioscoop of tattooshop. Ik wil nog niet, ik ben er nog niet klaar voor. Ik hou mijn wereld klein en blijf in lockdown. Of dat nou intelligent is of niet.

Bevrijd

Als jong kind begreep ik er niets van. Wat was er toch elk jaar weer op 4 mei. Waarom deden mijn ouders zo ernstig en waarom moest ik om acht uur stil zijn. Als puber ging ik in verzet. Om kwart voor acht verliet ik het huis en fietste de straat uit. Ik reed een rondje door het dorp, zag de mensen in hun huizen achter de televisie zitten. Ik hoopte dat ze me zagen, ik wou gezien worden: “Kijk dan, hier doe ik niet aan mee”.

Achteraf gezien was het geen protest tegen de 2 minuten stilte, het was protest tegen mijn ouders. Die zwegen als het over de oorlog ging, die geheimzinnig fluisterden over zaken waar ik kennelijk te jong voor was, die verwarrende signalen uitzonden over wie goed of slecht was. De buurman aan de ene kant was goed, maar die aan de andere kant niet. Maar waaróm dan, wat was er dan met ze?

Screenshot_20200505-090933_resizedIk fietste liever in mijn eentje door het dorp, dan samen met mijn vader en moeder thuis te blijven. Thuis, waar ik me op 4 mei meer alleen voelde dan ooit. Pas jaren later begreep ik hun zwijgen, begreep ik het leed dat er onder schuil ging. En kon ik rouwen om de eenzaamheid waar we als gezin in gevangen zaten.

Vandaag hang ik de vlag uit om 75 jaar bevrijding te vieren.

De oorlog in haar

Mijn tante leest het boek De levens van Jan Six, van Geert Mak. Ik lees mee, want ze leest door te luisteren naar de gesproken versie. Het boek brengt herinneringen bij haar naar boven over de Tweede Wereldoorlog. Over de hongerwinter van 1944 toen ze, 13 jaar oud, gebakken tulpenbol en geraspte suikerbiet at. Over haar vader, mijn opa, die in het laatste oorlogsjaar aan TBC overleed. Over haar broer, mijn vader, 23 jaar oud, die ondergedoken zat in het kolenhok in de tuin en actief was in het verzet.

light-1603766_1920Ze vertelt fragmenten, schetst de contouren van de verschrikkingen en schampt rakelings langs haar pijn. Af en toe stel ik een voorzichtige vraag, vaker luister ik alleen maar. De oorlog is in haar nog aanwezig alsof het gisteren was. Nu ze steeds dichter bij het einde van haar leven komt, wordt het begin steeds feller belicht. De enige troost die ik haar kan bieden is een luisterend oor.