‘We moeten dit vaker doen’, zeggen we na afloop tegen elkaar. ‘Het is zo inspirerend en in mijn eentje kom ik er niet toe’. “Nee ik ook niet”, reageren de anderen in koor. ‘Wanneer zullen we weer?’
Het is pas de tweede keer dat we het samen doen, we kennen elkaar van beeldhouwcursus. Enthousiast geworden zijn we buiten de lessen om afspraakjes gaan maken. En zoals dat gaat als je een passie hebt, dan ga je helemaal los. We slepen al onze stenen, beitels, hamers, raspen en vijlen de tuin in en installeren ons voor een lange middag. Aan de slag!
Omdat we allemaal van het vrouwelijk geslacht zijn, gaat dit gepaard met eindeloze kopjes koffie en slappe thee, appelgebak, roomsoesjes, bonbons en een glaasje wijn met borrelnootjes toe. ‘Ach’, zeggen we daarna tegen elkaar, ‘we hakken de kilo’s er de volgende keer wel weer af’.
Aan de boekenkast herken je de eigenaar. Datzelfde geldt voor de orchideeënkas. Het flesje 
Slenterend langs kinderspeelgoed, eettentjes waar de geur van stroopwafels en worstjes een giftig mengsel vormt en een saxofoonmeisje dat kerstliedjes speelt, kijk ik uit naar een gieter.
Het is hun eerste ontmoeting. Tijn, veertien jaar oud en Benthe tien maanden jong. Ondanks hun leeftijdsverschil klikt het gelijk. Ze scharrelen samen door de tuin, de jeugd voorop. Bij het uitrusten houdt Benthe de wacht.