Het is druk in het dorp. Auto’s en fietsen rijden af en aan, allemaal op weg naar het dorpshuis om te stemmen. Ik ga te voet en Benthe gaat mee. Het zijn haar eerste verkiezingen en ze staat te popelen om erbij te zijn. We melden ons bij de drie heren achter de tafel. “Uw hond mag niet mee naar binnen”, krijg ik op barse toon te horen. Verstijfd van schrik ploft Benthe op de grond, hier is ze niet op voorbereid. Met het puntje van haar staart doet ze nog een dappere poging de heren over te halen, maar tevergeefs.
Ik leg haar buiten aan de lantaarnpaal vast en ga terug om mijn stem uit te brengen. Met een barse blik overhandig ik het biljet en doe gelijk een grote graai in de pot met paaseitjes. Na afloop zeggen de heren me poeslief gedag. Naast de lantaarnpaal heeft Benthe een mooie bolus gedraaid. In opperbeste stemming gaan we weer op huis aan.
Daar vertoef ik, vijf dagen later, nog steeds. Huisgenoot M. is ondertussen alweer op de been en gelijk de hort op. Daar lig ik dan, met als enige gezelschap poes Floris. Wie smeert vandaag mijn boterhammetjes en wie zet vandaag kopjes thee met honing naast mijn bed. Wie gaat vandaag naar de Hema om nieuwe zakdoekjes te kopen. Graag die met menthol, want die snuiten het fijnst. Iemand?
Zij is grotendeels ontkleed, op een fel rood adembenemend strak aangetrokken korset met jarretel na. Gelukkig is ze ruim versierd met tatoeages, zodat het tenminste lijkt alsof ze nog iets meer aan heeft dan dit. Er gaat een zacht geroezemoes door het café, bewonderende blikken volgen de vrouw terwijl ze naar haar tafeltje paradeert.
Je loopt schichtig naar binnen en kijkt zoekend om je heen. Het kind zeurt om een knuffelbeer, het echtpaar zoekt een zitbank. De man is met de eerste bank waar hij op gaat zitten dik tevreden, zijn vrouw wil alles uitproberen. Er staan er wel tien, allemaal onder de vijftig euro.