Feestfilmpje

Alweer mijn derde filmpje gemaakt voor mijn derde feestje in corona-tijd. Misschien was dit vóór corona al gebruikelijk, maar niet voor mij. Het maken van een filmpje gaat hier thuis dan ook met de nodige hilariteit gepaard. Het begint met: ‘zit mijn haar goed’. Daarna: ‘waar ga ik zitten’. Mijn eerste filmpje had ik tegenlichts opgenomen, waardoor niemand zag dat ik het was.

picture-2992501_1920Maar het lastigst is toch: ‘waar moet ik naar kijken’. Het ligt voor de hand om jezelf aan te kijken, want tegen iemand praten zonder aankijken is onbeleefd, heb ik ooit geleerd. Fout, helemaal fout. Maak je een filmpje voor een feestje dan moet je in de camera kijken, als je die tenminste kan vinden.

Ik kan er  maar moeilijk aan wennen. Na twee tellen zit ik alweer naar mezelf te kijken. Mijn andere zelf kijkt tenminste terug, de camera niet. Die doet of zegt helemaal niets. Dat inspireert niet erg, waardoor ik begin te stuntelen en mijn tekst kwijt raak.

Dat moet anders. De volgende keer dek ik het schermpje af, zodat ik niet meer naar mezelf maar alleen naar de camera kan kijken. Nu nog even wachten op een uitnodiging voor een vierde feestje.

De laatste keer

20200617_215725

De pannen, kommen en glazen staan opgestapeld in de vensterbank. Rechts drie nostalgische groene blikken: suiker, koffie, thee. Aan de andere kant van het raam staat de druif, kortgeknipt om het uitzicht vrij te houden. In de verte een molen en twee schoorstenen, waarvan er eentje half ingestort is. Daar stond ooit de steenfabriek waar Groningse rode bakstenen gemaakt werden.

Ze kan het uitzicht dromen. Ze ziet hoe de boer jaar na jaar zijn land bewerkte: ploegen, egaliseren, zaaien, oogsten, ploegen. Hoe de buizerds soeverein door de lucht zweefden en de koolmeesjes uitvlogen. En de luchten, oh de luchten. Donderwolken opkomend uit het westen, schapewolkjes door de zon bestraald, een strak blauwe hemel boven het weidse land. Windkracht zeven in de herfst, ook de hond kon er niet tegenop.

Het is tijd om te gaan. Ze doet de spullen in een doos, kijkt nog een keer om zich heen, ademt diep in en draait de deur voor de laatste keer op slot.

Voor Floor

 

 

Thuiskamperen

Frankrijk is weer open voor toeristen. So what, denk ik bij mezelf, daar gaat toch niemand naar toe dit jaar. Ik vergis me, want de eerste Nederlandse campers zijn al vertrokken: ‘Thuisblijven is net zo verantwoord als gaan’. Ik denk er het mijne van. Thuisblijven lijkt me een stuk safer. Je komt minder mensen tegen en je hoeft je toilet met niemand te delen. Nou hoef je dat in een camper ook niet, maar toch.

red-wine-2409301_1920Ik blijf lekker thuis en zet mijn tentje op in de tuin. Croissantje, wijntje, krantje, het is allemaal te krijgen bij de plaatselijke supermarkt. Af en toe een rondje met de fiets langs de prachtige middeleeuwse kerkjes, een rustig terrasje pakken en snel weer naar huis. En eindelijk de stapel boeken lezen waar ik tijdens de lockdown niet aan toe gekomen ben.

Leven als God in Groningen. À votre santé.

 

 

Bedankt voor uw bezoek

Ik had een tafeltje bij herberg Molecaten in Hattem gereserveerd voor 12 juni. De dagen ervoor ontving ik tweemaal daags een mail van ze: “Graag herinneren wij u aan de volgende reservering”. Ze waren kennelijk bang dat ik mijn lunchafspraak zou vergeten. Dat was lief, maar onnodig.

breakfast-21707_1920Vanochtend vroeg krijg ik weer een mail: “Wat vond u van uw bezoek?” Nou heb ik gisteren een topdag gehad, dus ik zou prima kunnen zeggen. Maar het succes van de dag heeft niet zozeer te maken met de lunch, als wel met het gezelschap waarmee ik de dag doorgebracht heb.

Ik snap best dat ze blij zijn dat ze weer gasten mogen ontvangen. En dat ze niet konden wachten tot ze weer tweemaal daags mailtjes konden sturen. Maar dit is too much. De lunch was goed, maar de dag was beter.    

Geluksvogel

Het uilskuiken is al een paar dagen terug op het ouderlijk nest. ’s Nachts maakt het herrie voor twee. Zo te horen heeft het een broertje of zusje. Maar die durft nog niet uit het nest te klimmen.

20200610_164420_resizedZodra het gaat schemeren nemen de uilen de tuin over. Overdag hoor je ze niet, alleen moeders (of vaders) waakt in een hoge boom en kijkt je streng aan als je langs loopt. ‘Stil, maak mijn kinderen niet wakker’, zie je haar denken. Braaf hou ik mijn kaken stijf op elkaar.

Dat doen zij op hun beurt niet, ’s nachts dan. De uilskinderen laten met hoge schrille kreten weten dat ze honger hebben. De ouders reageren met geruststellende chachacha geluiden: ‘We komen eraan’. In de loop van de vroege ochtend hoor je het ouderpaar steeds geïrriteerder worden: ‘Nee, nou hebben jullie genoeg gegeten, hup tanden poetsen en naar bed’. De kinderen protesteren nog lang.

Dit alles speelt zich af in de bomen vlakbij mijn slaapkamer. Mijn nachtrust wordt erdoor verstoord, maar dat deert me niet. Ik voel me een geluksvogel dat mijn slaap begeleid wordt door de huiselijke geluiden van een uilenfamilie.

Ik waan me terug in mijn ouderlijk huis.