Alweer mijn derde filmpje gemaakt voor mijn derde feestje in corona-tijd. Misschien was dit vóór corona al gebruikelijk, maar niet voor mij. Het maken van een filmpje gaat hier thuis dan ook met de nodige hilariteit gepaard. Het begint met: ‘zit mijn haar goed’. Daarna: ‘waar ga ik zitten’. Mijn eerste filmpje had ik tegenlichts opgenomen, waardoor niemand zag dat ik het was.
Maar het lastigst is toch: ‘waar moet ik naar kijken’. Het ligt voor de hand om jezelf aan te kijken, want tegen iemand praten zonder aankijken is onbeleefd, heb ik ooit geleerd. Fout, helemaal fout. Maak je een filmpje voor een feestje dan moet je in de camera kijken, als je die tenminste kan vinden.
Ik kan er maar moeilijk aan wennen. Na twee tellen zit ik alweer naar mezelf te kijken. Mijn andere zelf kijkt tenminste terug, de camera niet. Die doet of zegt helemaal niets. Dat inspireert niet erg, waardoor ik begin te stuntelen en mijn tekst kwijt raak.
Dat moet anders. De volgende keer dek ik het schermpje af, zodat ik niet meer naar mezelf maar alleen naar de camera kan kijken. Nu nog even wachten op een uitnodiging voor een vierde feestje.

Ik blijf lekker thuis en zet mijn tentje op in de tuin. Croissantje, wijntje, krantje, het is allemaal te krijgen bij de plaatselijke supermarkt. Af en toe een rondje met de fiets langs de prachtige middeleeuwse kerkjes, een rustig terrasje pakken en snel weer naar huis. En eindelijk de stapel boeken lezen waar ik tijdens de lockdown niet aan toe gekomen ben.
Vanochtend vroeg krijg ik weer een mail: “Wat vond u van uw bezoek?” Nou heb ik gisteren een topdag gehad, dus ik zou prima kunnen zeggen. Maar het succes van de dag heeft niet zozeer te maken met de lunch, als wel met het gezelschap waarmee ik de dag doorgebracht heb.
Zodra het gaat schemeren nemen de uilen de tuin over. Overdag hoor je ze niet, alleen moeders (of vaders) waakt in een hoge boom en kijkt je streng aan als je langs loopt. ‘Stil, maak mijn kinderen niet wakker’, zie je haar denken. Braaf hou ik mijn kaken stijf op elkaar.