Ik had twee mannen in mijn tuin. Ze snoeiden de boomgaard alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Dat was het natuurlijk ook, alleen nu even niet. Ik heb me gelaafd aan de geur van vers hout, het gebrul van de kettingzaag en de kameraadschap van twee collega’s die niet thuis hoeven te werken.
Om de vijf minuten liep ik de tuin in, maakte een praatje en stelde vragen als: komen de vruchten aan de korte of de lange lootjes? Geduldig gaven ze antwoord, want ze hadden al gauw door dat ik snakte naar ouderwets menselijk contact. Ze boden me zelfs een stoel aan en een kopje koffie. Dat laatste heb ik maar afgeslagen, want je weet maar nooit.
Het was mijn heerlijkste ochtend sinds weken.
Speciaal voor de kettingzaag fans
Ik moest mijn gevangenschap even ontvluchten. Met de wind in de rug door het Groningerland fietsen. Maakte niet uit waar naar toe, als ik maar buiten was. Ik moest de weidsheid voelen, de geur van klei opsnuiven en de lammetjes in het rond zien springen. Doen alsof alles normaal was, een gewone dag, een gewone fietstocht.
komen, tijdens het uurtje voor ouderen’. Beter van niet, denk ik bij mezelf, die oudjes zijn het ergste, die komen heel dicht tegen je aan staan om een praatje te maken. Ze mogen thuis geen bezoek meer ontvangen, dus ze grijpen in de winkel hun kans.
‘Wil je rode of gele?’ vraagt de eigenaresse van het leukste winkeltje in het dorp en ze wijst naar de bak met tulpen. “Rode” antwoord ik en kijk haar verbaasd aan. Normaal gesproken verkoopt ze helemaal geen bloemen, alleen etenswaren en dan nog biologisch ook. Maar vandaag maakt ze een uitzondering. Ze deelt tulpen uit, tulpen die anders op de veiling doorgedraaid zouden zijn.