Schrik

Op een zonnige najaarsavond klim ik met negen andere durfals in een grote rieten mand. Boven ons hangt een immense luchtballon. De piloot geeft gas en in een majestueus vaartje stijgen we op, de grond blijft achter.

IMG-20190923-WA0019Het grote genieten kan nu beginnen, maar het blijkt van korte duur. Onder mij zie ik loeiende koeien, blatende schapen en hinnikende paarden in paniek wegrennen. Ze snappen er niets van, zo’n vuurspuwende draak boven hun hoofd. Wegwezen!

Maar waar kunnen ze naar toe? Elk weiland, elk perceel grond is afgebakend. Prikkeldraad, water of weg, vormen de begrenzing van hun leefgebied. Ze kunnen geen kant op.

Terug op aarde rijd ik langs de koeien, de schapen en de paarden om mijn excuses aan te bieden. Ook voor de onscherpe foto.

Nooit tot drie tellen

We zitten in de kelder van het oude pand. Ramen ontbreken, de kamer ruikt naar natte jassen. Het kille tl-licht helpt niet mee, alleen de thee zorgt nog voor wat warmte. We hebben overleg en er moet mij dringend iets van het hart.

De voorzitter deelt de agenda uit: eerst de notulen van de vorige keer, daarna het verslag van een cursus en als derde is mijn inbreng aan de beurt. De notulen nemen veel tijd, zoals gebruikelijk, want elke punt en elke komma moeten becommentarieerd. Daarna volgt het verslag van een training, de bits en bytes vliegen me om de oren. Oren die niet geschikt zijn voor digi-taal.


Eindelijk zijn we aangekomen bij agendapunt drie. Ik zit klaar om los te barsten. “Gezien de tijd slaan we puntje drie over, we gaan gelijk door met punt vier: de taakverdeling”, zegt de voorzitter onverwachts. Ik zak als een plumpudding in elkaar. Had ik nou maar gelijk gezegd dat mij de woorden op de tong brandden, had ik nou maar nooit tot drie geteld.

 

Tuinfeest

Het regende dat het goot en de zon scheen alsof het hartje zomer was. Ik gaf een feestje in eigen tuin en had voor de zekerheid ook mijn huis tot feestruimte omgebouwd. Dat laatste bleek niet nodig, de partytent hield iedereen droog en voorzien van taart en thee. De zon zorgde voor de rest.

Die rest bestond uit werken in de tuin.  Ik vraag altijd iets terug van mijn gasten. De ene keer is dat een leuk gedicht, de andere keer een financiële bijdrage voor een goed doel. Deze keer, omdat ik jubileum verjaarde, was mijn eigen tuin het goede doel.
20190907_165401_resized
Mijn gasten waren erop voorbereid en daarom kan ik met de hand op mijn hart zeggen: iedereen heeft uit eigen vrije wil meegeholpen. Er is gesnoeid, gesjouwd, gezaagd, geknipt, gesleurd en gekreund. Gelukkig zat ik op veilige afstand onder de partytent, ik heb er niet veel van meegekregen. Toen ze klaar waren, kregen ze als beloning een extra stuk taart.

Over het resultaat ben ik zeer tevreden, de tuin kan weer jaren voort. Of dat ook voor mij geldt, betwijfel ik. Bij een volgend feest draag ik mezelf als goed doel voor.

Looproute

moroccan-mint-2396530_1920Een jaar lang sloeg ik na het houtenhekje linksaf, over het net-niet paadje waar ik alleen zijdelings overheen kon en liep ik met ingetrokken buik langs het gaas door het kniehoge gras, om uiteindelijk uit te komen bij het kruidentuintje waar ik dagelijks verse munt pluk voor mijn kopje thee. Met de dag werd de route langer en mijn trek in muntthee kleiner.

Een week geleden heb ik het hekje en het gaas weggehaald. De munt staat nu onder handbereik. Toch sla ik nog iedere dag na het ‘houtenhekje’ linksaf, over het net-niet paadje waar ik alleen zijdelings overheen kan. Uit gewoonte loop ik nog steeds de oude route, alleen hoef ik nu mijn buik niet meer in te houden. Nu mijn trek in muntthee nog terugkrijgen.

 

 

Drie kleine sneetjes

20190821_144701_resizedIk begrijp er helemaal niets van. Waarom heeft die mevrouw in die witte jas zo’n grote spuit in haar hand. Waarom komt ze steeds dichterbij en pakt ze me in mijn nekvel. Nee, dit wil ik niet, ik wil weg. Au, blijf van me af. Waarom doet mijn baasje niets? Wat gebeurt er?

En nou stuurt die mevrouw in die witte jas mijn baasje ook nog weg. “We bellen u straks”, is het laatste wat ik haar hoor zeggen. Daarna moet ik in slaap gevallen zijn.

Als ik wakker word, weet ik niet waar ik ben. Ik lig in een kooi, in mijn eentje. Ik besluit zachtjes te gaan janken, misschien komt er dan wel iemand, als het maar niet die witte jas is. Er verschijnt een groene jas, die me vraagt hoe het met me gaat. Wat dacht je, denk ik bij mezelf, ik heb pijn in mijn buik en de wereld draait om me heen.

Gelukkig komt mijn baasje de kamer in. ‘Je bent een grote hond, je mag mee naar huis’. Persoonlijk was ik liever een kleine hond gebleven, die geen reu van een teef kan onderscheiden. Want precies daarom lig ik nu thuis zielig te zijn, met drie kleine sneetjes in mijn buik.