Het zal wel aan mij liggen, dat ik er niet warm of koud van werd. Het halve land was in rep en roer omdat een man in een duikerspak de Elfstedenzwemtocht won. In de zomer nota bene. Er was zelfs sprake van een heldendaad, een Nobelprijs en een lintje van Willem-Alexander.
Ik ben er denk ik te nuchter voor of te hitte-bevangen, het boeide me in ieder geval niet. Voor Maarten van der Weijden is het vast een grote stap, voor het onderzoek naar kanker een kleine. Vier dagen media aandacht voor een man met een overleversschuld, hoeveel heeft dat wel niet gekost en hoeveel onderzoek had daarvan wel niet gedaan kunnen worden.
Het doel heiligt de middelen, maar ik vraag me in dit geval toch af of dit wel het juiste middel is. Hopelijk heeft het Maarten wel van zijn schuld verlost.
De bel gaat, Benthe en ik doen wie het eerste bij de deur is. Benthe wint. Met moeite hou ik haar bij haar halsband tegen en open ik de deur. Er staat een man met een bos bloemen in zijn handen. Opnieuw ontstaat er een strijd tussen Benthe en mij: we willen het boeket allebei hebben. Deze keer win ik.
Ik ben nu op de helft van mijn lijstje en het is al bijna vier uur. De tijd begint te dringen, het tuinafval lukt niet meer, de bibliotheek misschien nog net, voor Ronald Garros moet ik om half zes weer thuis zijn en mijn vriendin heeft al gebeld waar ik blijf. Dat wordt rennen.
Woorden van Commissaris van de Koning René Paas in zijn