Mijn ouders waren reislustige mensen. In de zomervakantie werd de auto volgeladen, de kinderen erin gepropt en reed mijn vader ons naar een buitenland. Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland waren geliefde bestemmingen. Mijn moeder durfde buiten haar vertrouwde omgeving niet te rijden en dat was maar goed ook. Vader reed, moeder las de kaart.

Dit jaar breng ik mijn zomervakantie in Zwitserland door. Huisgenoot M. en ik rijden om beurten, de mevrouw in de TomTom wijst ons de weg. Wat ik heel prettig vind, is dat ze niets zegt als ik tegen haar uitval. Ik kan haar uitschelden als ze niet op tijd waarschuwt voor een afslag, of als ze eigenzinnig op een andere route overgaat, waardoor we opeens op weg naar Parijs zijn. Onverstoorbaar blijft ze aanwijzingen geven of doet ze er langdurig het zwijgen toe.
Tussen mijn ouders ging dit wel anders.
Dit is deel één in de serie Zomer in Zwitserland


Het gaat de hele dag door, wat moet het spechtengezin moe zijn. Zal ik een pannetje soep voor ze maken, zodat de ouders een dagje vrij hebben? Een lekker soepje van insecten, larven, rupsjes en kevertjes. Allemaal in mijn tuin voorradig, dus zonder CO2 uitstoot. Nou maar hopen dat ze het lekker vinden of is dit te menselijk gedacht?