Kwijt

Ik lig op een bed in het ziekenhuis. Geen idee hoe ik daar gekomen ben en wat er aan de hand is. Aan het voeteneind zit een vrouw in het wit. Ze praat tegen me, maar ik onthou niet wat ze zegt. Waar ben ik, vraag ik keer op keer, wat is er met me? Haar antwoorden verdwijnen in de mist in mijn hoofd. Ik ben bang en in de war.

Pas uren later snap ik wat er gebeurd is. Ik heb acuut geheugenverlies gehad (TGA). Zomaar, zonder aanleiding, kan iedereen overkomen, gaat vanzelf weer over. Ik weet niets van de ambulance die me naar de spoed bracht, niets van de onderzoeken die ze gedaan hebben, niets van de uren tijdens en vóór mijn verdwijnen.

Want zo voelt het, ik was verdwenen, mezelf kwijt, niemand thuis. Mijn lichaam was er, maar mijn geest niet. Nog nooit ben ik zo ontredderd geweest. Met de hulp van dierbaren die niet van mijn zijde weken, heb ik mezelf weer teruggevonden.

Dezelfde Ingrid, maar nog wel wat moe.

Voor C, W, M, S, D, R, I en F

Geen brug te ver

Mantelzorgen, ik doe het graag. Wat is er mooier dan een dierbare vriend of vriendin extra zorg te geven bij calamiteiten. Dat kan variëren van samen wandelen, lekkere maaltijden koken tot thuiszorg geven. Dat laatste neem ik graag letterlijk: de getroffene komt bij ons logeren en wordt 24/7 vertroeteld, gevoerd en gepamperd.

jetty-1635387_1920

Vast onderdeel van het herstelprogramma is samen een detectiveserie kijken. Dit keer staat het vierde seizoen van the Bridge op het programma. We zitten klaar voor de televisie en ik vraag: wie heeft de DVD eigenlijk? Er valt een stilte, er wordt gezucht, vertwijfelde blikken gaan over en weer. ‘Jij zou hem toch meenemen?’ ‘Nee joh jíj, dat hadden we toch afgesproken?’ Een lang verhaal kort, the Bridge is er wel, maar niet hier.

Voor mijn dierbaren is mij geen brug te ver. Ik spring in de auto en haal de DVD op. We kunnen los.