
Gisteren was ik eindelijk weer eens aan het strand. Met hond Benthe langs de vloedlijn rennen. Met blote voeten in de branding staan en voelen hoe het water zich terugtrekt van de kust. Het mengsel van zand en water kriebelt tussen mijn tenen, een gevoel dat me terugbrengt in de tijd.
Zandvoort was het strand van mijn jeugd. Schelpen verzamelen, kuilen maken, badmintonnen en zwemmen in zee. Behalve bij aflandige wind, want dan waren er kwallen. Kilometers langs de vloedlijn lopen, met de wind in mijn gezicht en het zout op mijn lippen. En dan roodverbrand weer naar huis.
Later, als volwassene, wandelde ik er vaak met mijn vader en namen we het leven door. Gesprekken die alleen gevoerd konden worden op de rand van water en land, met de wind in de rug en de blik op oneindig.
Vandaag zou hij honderd zijn geworden.
Voor hond Benthe en poes Floris geldt de anderhalve meter niet. Wel moeten ze allebei op een eigen kussen liggen. Daar zorgt Benthe voor. Ze sleept elke dag het grijze kussen naar buiten voor Floris en neemt zelf haar plek in de deuropening in.
De halskraag is alleen voor speciale gelegenheden. Ze voelt zich heel wat als ze hem om heeft. Ze staat hoger op haar poten, loopt parmantig heen en weer en is voorzichtig met bochten en afstapjes. De kraag beperkt haar blik, maar dat heeft ze er graag voor over. Tijdens het wandelen draagt ze hem ook: ‘Kijk mij eens mooi zijn!”
Daarom wil ik dat mijn baasjes een hangplek maken waar ik echt helemaal kan hangen. Epke Zonderland sleept toch ook niet met zijn poten over de grond als hij hangt? Nou dan.
Dus we gingen en we genoten. Van de meanderende Aa, de zon door de bomen, de lekkere tosti’s en van Benthe. Wat doet ze het goed voor haar 18 maanden. Ze komt als we haar roepen, begroet elke wandelaar vriendelijk, springt tegen niemand op en laat zelfs de schaapjes met rust.