Teun neemt de pootjes

De kittens Roos en Teun zijn inmiddels 6 maanden oud en allebei ‘geholpen’. Dat betekent dat ze nu naar buiten mogen. Maar eerst nog even samen met de baas de tuin verkennen. Voor de zekerheid met een tuigje om en aan de lijn. En algauw zonder lijn en zonder tuig. En tenslotte zonder baas.

Teun

Als het begint te schemeren worden ze met brokjes naar binnen gelokt, ze zijn nog te jong om het nachtleven in te gaan. Want daar sluipen grote woeste katers rond die dol zijn op schattige kittens. Eerst nog maar wat groter groeien, zeggen de baasjes. Roos en Teun leggen zich er morrend bij neer.

Tot de avond waarop Teun in geen velden of wegen te bekennen is. Eerst halen de baasjes nog hun schouders op: ‘ach, hij zal zo wel komen’. Maar de tijd verstrijkt, geen Teun. Toch maar een rondje door het dorp doen, toch maar in de dorpsapp melden dat hij kwijt is, toch maar visoenen krijgen van een kattenlijkje langs de weg.

En dan is het bedtijd en laat een van de baasjes de hond nog even uit en roept zachtjes ‘poes, poes, poes’ door het stille dorp. Je weet maar nooit. Bijna thuis klinkt er opeens een zacht gepruttel in de bosjes, hond Benthe reageert enthousiast en daar springt Teun tevoorschijn. Ongehavend, hongerig en zich van geen kwaad bewust.

Voorlopig heeft Teun nachtarrest, want de baasjes kunnen meer van dit soort avonturen niet aan.

Teun en Roos

Ze passen nog in mijn hand, zo klein zijn ze. Tien weken oud, geboren in Den Haag en al met de trein helemaal naar Groningen gereisd. Om te wennen wonen ze in mijn kamer, die hiertoe omgebouwd is tot kittenspeelplaats. Een klimpaal, een schuilhuisje, propjes papier, twee kattenbakken en een bank om overheen te sjezen.

Dagelijks maken ze een uitstapje. Het begint met het verkennen van de gang, die ook heel goed als glijbaan te gebruiken is. Daarna volgt de woonkamer, waar ze kennis maken met hun eerste bromvlieg. Ze doen verwoede pogingen hem te vangen, maar dat is letterlijk nog te hoog gegrepen.

Vandaag is de keuken aan de beurt. Dat is het domein van hond Benthe, die zich nog niet verzoend heeft met zijn nieuwe huisgenoten. Daarom gaat het ene baasje met Benthe wandelen en geeft de andere ondertussen een rondleiding.

Maar eerst doen Teun en Roos een slaapje, want al die nieuwe indrukken zijn best vermoeiend. En ze hebben nog een heleboel kamers te gaan.

Dag Floris

En toen opeens, van de ene dag op de andere, was poes Floris op. Niks geen waarschuwingen of griepje om het einde aan te kondigen. Op vrijdag nog niets aan de hand op zaterdag doodziek. We hebben het nog geprobeerd met lieve woordjes, warme kruikjes en lekkere hapjes. Niets hielp. Floris kon niet meer, Floris wou niet meer. Op maandag heeft de dierenarts een punt gezet.

Floris was een poes met drie levens. In zijn eerste levensjaar is hij twee keer aangereden. Wonderbovenwonder heeft hij het twee keer overleefd. Daarna kon zijn derde leven beginnen. Een mooi leven, een lang leven, een buiten leven. Hij was dol op zijn maatje Benthe, die niet snapt waar Floris opeens gebleven is.

We hebben hem begraven in de tuin. Ik moest huilen, want zijn lijfje was nog warm en de grond koud. Er ligt nu een oude theedoek over hem heen, een blauw geruite. Die houdt hem voor altijd warm.

Dag Floris

Poes Floris leest de krant

Elke ochtend leest baasje de krant met poes Floris op schoot. Meestal ligt Floris lekker te slapen, maar vandaag was hij klaarwakker. “Kaag trekt consequentie uit afkeuring” stond voorop de krant. Floris ging er eens goed voor zitten en las het hele artikel. Met kleine miauwtjes liet hij zijn goedkeuring blijken. Daarna draaide hij een paar rondjes, ging liggen, slaakte een tevreden zucht en viel in een diepe slaap.

Ze zeggen wel eens dat mensen op hun dieren gaan lijken, maar andersom gebeurt ook. Poes Floris is op zijn baasje gaan lijken. Baasje houdt niet van politici die zich niks aantrekken van moties van de Tweede Kamer (nee, baasje noemt geen namen). Baasje houdt van: zeg wat je doet en doe wat je zegt.

Floris en baasje zijn benieuwd naar de krant van morgen. Wie volgt het goede voorbeeld van Kaag?

Mieperdepiep

Het was liefde op het eerste gezicht. Twaalf weken oud, een zijdezachte velletje, prachtig gestreept en oogjes om in te verdrinken. Miep heet ze.

Miep3 (2)Ze klom op mijn schoot alsof ze op me gewacht had. Het was onze eerste ontmoeting. Ze viel gelijk in slaap en droomde dat ze haar eerste muis ving, haar pootjes zetten het al op een rennen. Af en toe ging ze verliggen, waarbij ze steeds met één oogje mijn blik ving.

Mijn thee werd koud, de vriend waarbij ik op bezoek was zat er wat verloren bij. Ik kwam voor hem, maar verloor mijn hart aan haar. Miep, mijn Mieperdepiep, ik hou alleen van jou.